Orgaan- en weefseltransplantatie

 

hart hand

engelse vlag(1)

© Update 5-6-2017 ( Voor abonnees ook op bladerformaat en ebook) 

Hoewel ‘Promise’ in januari 1993 reeds uitgebreid aandacht aan deze problematiek schonk, lijkt het ons zeer wenselijk om wederom de lezers te helpen bij het weloverwogen vormen van de mening n.a.v. de actuele vragen en situatie. We zijn niet de eerste noch de laatste die over dit onderwerp schrijven.In dit proces van orgaandonatie vindt een biomedisch interessante transitie plaats. Het donorlichaam als fysieke eenheid wordt tot functionele onderdelen ontleed. In het lichaam van de ontvanger maakt het van een gemankeerd geheel een nieuwe fysiek gezonde eenheid. De status van het orgaan wordt in het lichaam van donor en ontvanger in beschouwelijke zin intrinsiek dus verschillend geapprecieerd.1Aan het eind van het boek Deuteronomium, na vele toespraken tot de Israëlieten, bond Mozes hen op het hart om te kiezen voor het leven (30:19: “... het leven en de dood stel ik u voor, de zegen en de vloek; kies dan het leven, opdat gij leeft...”)

 

1. Inleiding
2. Orgaandonatie in Nederland
3. Orgaandonatie na euthanasie
4. Joodse standpunten
5. Vormen van transplantatie
6. Een dier als kweekvijver
7. Welke lichaamsonderdelen kunnen allemaal gedoneerd worden? 8. Donoren
9. Overwegingen voor een christen
10. Argumenten vóór donatie

10.1 Naastenliefde
10.2 Levensverlenging
10.3 Schendbaarheid van het lichaam 10.4 Goedkeuring door Paulus

11. Bezwaren tegen donatie
11.1 Afstoting
11.2 Mens als leverancier van onderdelen 11.3 De zetel van de persoonlijkheid 11.4 Hersendood
11.5 Overwaardering
11.6 Achterhaalde protocollen
11.7 Overschreden afspraken
11.8 Eindeloos verbouwen
11.9 Handel in organen
11.10 Verstoord rouwproces

12. Conclusie

1. Inleiding

Hoewel ‘Promise’ in januari 1993 reeds uitgebreid aandacht aan deze problematiek schonk, lijkt het ons zeer wenselijk om wederom de lezers te helpen bij het weloverwogen vormen van de mening n.a.v. de actuele vragen en situatie. We zijn niet de eerste noch de laatste die over dit onderwerp schrijven.In dit proces van orgaandonatie vindt een biomedisch interessante transitie plaats. Het donorlichaam als fysieke eenheid wordt tot functionele onderdelen ontleed. In het lichaam van de ontvanger maakt het van een gemankeerd geheel een nieuwe fysiek gezonde eenheid. De status van het orgaan wordt in het lichaam van donor en ontvanger in beschouwelijke zin intrinsiek dus verschillend geapprecieerd.1Aan het eind van het boek Deuteronomium, na vele toespraken tot de Israëlieten, bond Mozes hen op het hart om te kiezen voor het leven (30:19: “... het leven en de dood stel ik u voor, de zegen en de vloek; kies dan het leven, opdat gij leeft...”)

Twee bomen stonden in het paradijs: de boom des levens, en de boom van kennis van goed en kwaad. Maar hoe kunnen we goed en kwaad onderscheiden?

We leven ondertussen, na de zondeval, in een gebroken wereld. Daarin is de dood schijnbaar doodnormaal. Hebben we recht op een zo lang mogelijk leven of dienen we onze sterfelijkheid te aanvaarden? Mogen we accepteren dat sommige lichamen er sneller mee ophouden dan we zouden willen?

In het leven maken we onnoemelijk veel keuzes. Hoe kun je nu voor het leven kiezen? Wat is leven eigenlijk? Wat is sterven? En wat is dan dood? Wat is eeuwig leven? Medische, ethische en godsdienstige vragen te over. Om antwoorden te vinden houden we ons aan ‘het beste boek voor de weg’: de Bijbel. Het christelijk geloof staat niet haaks op de medische wereld. Lukas was een geneesheer2, medicijnen werden aanbevolen3, enz. Natuurlijk was de geneeskunde nog niet zo ver ontwikkeld als nu. Universele Bijbelse principes proberen we door te trekken op moderne medische vraagstukken om een christelijke ethiek te kunnen bepalen. De vraag om de organen van een hersendode is de meest ongelukkige vraag op het meest ongelukkige moment aan de meest ongelukkige familie. Nu dat afschuwelijke moment er nog (?) niet is, is het nu de tijd om ons op antwoorden te bezinnen. Orthodox-protestanten en moslims blijken in Nederland achter te blijven in de donorregistratie. Wat zijn hun argumenten en twijfels en zijn deze terecht?

2. Orgaandonatie in Nederland

Het al dan niet doneren van organen heeft veel politiek geharrewar opgeleverd. De nieuwe wet voor orgaan- en weefseldonatie beoogt dat er meer organen en weefsels beschikbaar zullen komen, ten tweede dat er meer rechtszekerheid is, ten derde een rechtvaardige verdeling van organen en weefsels en tenslotte dat de handel hierin wordt tegengegaan. Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport spoort Nederlanders, ouder dan 18 jaar (er is geen maximumleeftijd), aan om een keuze te maken of ze na overlijden hun organen en/of weefsels (en zo ja welke?) beschikbaar willen stellen voor transplantatie. Jongeren vanaf 12 jaar kunnen al een donorverklaring invullen. De ouder(s) of voogd(en) mogen echter daadwerkelijke een donatie verhinderen. Deze keuze wordt dan centraal geregistreerd. Staat u niet geregistreerd in het donorregister en wordt er geen donorcodicil aangetroffen en zijn er bovendien geen nabestaanden, dan mag donatie niet plaatsvinden. Als na uitname blijkt dat het orgaan of het weefsel toch niet geschikt blijkt voor donatie, dan kan het alsnog voor wetenschappelijk onderzoek worden gebruikt. Als u dat niet wilt, kunt u hiertegen bezwaar maken.

In 2016 ligt het aantal Nederlanders dat staat ingeschreven in het donorregister op 40 %, daarvan geeft 11 % expliciet geen toestemming om organen en weefsel te gebruiken na overlijden, 5 % legt de keuze voor donatie in de handen van de nabestaanden. Het grootste deel stelt zijn organen wel beschikbaar, al dan niet met uitzondering van bepaalde organen. Naarmate mensen ouder worden, neemt de bereidheid om organen beschikbaar te stellen toe. In 2016 wachtten ruim duizend Nederlanders op een donororgaan.4

Tot nu toe kent Nederland (net als Engeland, Turkije, Duitsland en Ierland) het ‘nee-tenzij donorsysteem’. Omdat 60 % van de mensen niet reageert, zou een nieuw wetsvoorstel (van D66) meer orgaandonoren moeten opleveren. Alle Nederlanders zouden vanaf hun achttiende actief benaderd moeten worden met de vraag of ze donor willen worden. Als je na herhaalde herinnering niet reageert, wordt je automatisch geregistreerd als donor. Dit systeem lijkt op de ‘geen-bezwaar-systemen’ zoals Spanje, Oostenrijk, België, Frankrijk, Italië en Zweden dit hebben, maar verschilt toch wel met een ’ja-tenzij-systeem’. De staat dringt door een ’ja- tenzij-systeem’ sterk aan om mensen te laten kiezen en maakt inbreuk op de lichamelijke integriteit van hen die deze keuze niet willen of kunnen maken. Organen zijn dan een maatschappelijke voorziening die je uit solidariteit maar zou moeten afstaan. In Oostenrijk wordt zelfs de familie niet geïnformeerd over orgaantransplantatie. Onderzocht moet nog worden: de effectiviteit van dit voorgestelde nieuwe systeem, de mogelijkheid van alternatieven (meer perfusiekamers waar afgekeurde organen alsnog geschikt gemaakt worden voor donatie en organen beter kunnen worden bewaard), en de rechten van nabestaanden en wilsonbekwamen.5 Het CDA is tegen dit D66-voorstel omdat dit een grondrecht aantast: de integriteit van het menselijk lichaam en het recht van mensen om daar zelf over te beslissen.

Omdat de overheid zich hiermee het zeggenschap over het menselijk lichaam toe-eigent, hebben alle christelijke partijen als één blok tegen dit wetsvoorstel gestemd. Orgaandonatie is een daad van naastenliefde, net zoals je geld geeft aan goede doelen. En verder is het zo dat zowel mensen die niet of nauwelijks kunnen lezen en overheidsbrieven dus niet begrijpen, evenals wilsonbekwamen, zo toch automatisch als donor zouden worden geregistreerd. De CU, die op zich vóór orgaandonatie is, voert bovendien aan dat door het actieve donorregistratiesysteem (ADR) de situatie ontstaat dat nabestaanden niet weten of hun overleden geliefde zelf actief een ‘ja’ heeft ingevuld, of dat er een passief ‘ja’ van overheidswege is. Met het introduceren van ‘wie zwijgt stemt toe’ treedt de overheid over een grens waar zij zich niet hoort te begeven. Mensen moet je niet dwingen, maar dringen tot een keuze.6 De overledene valt in Nederland dus (nog?) niet automatisch toe aan de staat. In dat geval zou er geen sprake meer zijn van een vrijwillige gift. Aan de vrijblijvendheid moet een einde komen, aan de vrijwilligheid niet. Een donororgaan is een cadeau dat is ingebed in groot verdriet. Artikel 11 van de grondwet van het Koninkrijk der Nederlanden (2008) behelst de onaantastbaarheid van het lichaam. Ieder heeft dus, behoudens bij of krachtens de wet te stellen beperkingen, recht op onaantastbaarheid van zijn lichaam. De overheid kan op verschillende manieren over onze lichamen beschikken. Na een misdrijf kun je in de gevangenis terecht komen, waar je bewegingsvrijheid beperkt wordt. De overheid grijpt ook in als iemand naakt op straat loopt. Maar deze ‘ja-tenzij’-regeling gaat een stuk verder. ‘Ons lichaam is niet een ding waar je iets aan hebt zolang je leeft en dat in een handige zak met organen verandert als je sterft. Ik ben m’n lichaam, met al z’n butsen en littekens, ook als ik niet meer adem.’7 Dit D66-plan (met voorvechtster Pia Dijkstra) is weggestemd8, daarna aangepast9 en toen tot grote verrassing of verbazing met de kleinst mogelijke meerderheid van één stem (75 tegen 74 Kamerleden10) op 13 september 2016 in de Tweede Kamer aanvaard. Kort na het aannemen van het wetsvoorstel door de Tweede Kamer bleek het juist contraproductief te zijn. Als protest hebben namelijk 4500 donoren hun toestemming ingetrokken. Een kleine 19.000 mensen lieten na deze stemming weten na hun dood geen organen te willen afstaan. Daarnaast stemden 1626 nieuwe mensen wel in met orgaandonatie en gaven 1205 personen beperkt toestemming. Van bijna 6 miljoen Nederlanders staan hun wensen t.a.v. orgaandonaties geregistreerd. De helft geeft daarin toestemming voor doneren tegen 1,5 miljoen mensen die dit nadrukkelijk niet willen. Bijna 1,5 miljoen mensen stellen er voorwaarden aan.11 De resultaten in de Donorweek van 10-17 okt. 2016 vielen voor de voorstanders van orgaandonatie teleurstellend uit. De campagne leverde bijna 50.000 registraties op in het donorregister, veel meer dan de 27.500 in de twee jaar daarvoor. De uitslag was echter omgekeerd: 24 % koos ‘ja’ en 76 % ‘nee’. Van de bijna 32.000 nieuwe registraties was slechts 17 % ‘ja’ en 83 % ‘nee’. Er waren daarnaast 18.000 mensen die in de donorweek hun eerdere keuze wijzigden. Ook daar was de balans negatief: 37% ‘ja’ en 63 % ‘nee’.12

Ook in het ADR-systeem beslist ieder nog voor zichzelf. Ruim een half jaar later zal de Eerste Kamer hierover stemmen voordat het een wet kan worden in Nederland. Indien deze wet ook door de Eerste Kamer wordt aanvaard, kan een arts een uiterst gevoelig gesprek met familie van de overledene heel anders aangaan.

Vreemd is dat de meeste Kamerleden, verantwoordelijk voor deze wet, en de meeste verpleegkundigen die bij transplantaties betrokken zijn, zelf niet willen doneren!13
Artikel 11 eist een geïnformeerde toestemming. De overheid was niet duidelijk met wat bedoeld over orgaandonatie na ‘overlijden’. In de praktijk zijn veel donoren niet in traditionele zin dood wanneer hun organen worden verwijderd, maar hersendood. De vraag is hoe geïnformeerd burgers kunnen zijn ten aanzien van een hoogtechnologische praktijk waarbij de ontwikkelingen in razendsnel tempo op elkaar volgen. Hersendoodprotocollen moeten wegens nieuwe ontwikkelingen bijgesteld worden. Wat te denken van geregistreerde donoren die (nog) niet hersendood zijn, maar wel uitbehandeld en bij wie wel een aanstaande dood te verwachten is. Met het oog op orgaanuitname kunnen deze donoren worden losgekoppeld van de beademingsapparatuur, waardoor op zeker moment een hartstilstand zal plaatsvinden. Zodra de harstilstand onomkeerbaar wordt geacht te zijn, worden de organen verwijderd. In Nederland wordt momenteel een wachtperiode van vijf minuten na de harstilstand als het absolute minimum gezien om aan de ‘dode-donorregel’ te kunnen blijven voldoen. Deze periode staat evenwel onder druk wegens het nijpende tekort aan organen. Zal in de toekomst veronderstelde toestemming ook voldoende worden geacht voor postmortale donatie van lichaamsmateriaal aan de wetenschap? Enfin, als zelfs de wetgever achter de feiten aanloopt, hoe kun je dan van de burgers verwachten dat zij weten waarmee zij instemmen? Zo dreigt een systeem van actieve donorregistratie niet alleen stilzwijgende toestemming mogelijk te maken, maar ook ongeïnformeerde toestemming voor orgaanuitname. De eventuele introductie van de keuzeplicht voor de burger schept ook een informatieplicht voor de overheid.14

Om de wachtlijsten te kunnen opheffen moeten minstens 7 miljoen Nederlanders in principe bereid zijn om hun organen en weefsels na hun dood af te staan. Vreemd genoeg zijn er onder verkeersslachtoffers veel donoren. Dus hoe meer mensen in het verkeer omkomen, hoe meer levens gered kunnen worden door orgaandonaties. Anders gezegd en met een bizarre conclusie: hoe minder verkeersslachtoffers, hoe meer patiënten overlijden door gebrek aan orgaandonaties. Nederland is erg goed in ‘donorpreventie’: het voorkomen van hersendood dankzij het verplicht dragen van autogordels, maximumsnelheden, verplicht dragen van een helm door bromfietsers en motorrijders en het verbieden van alcohol en dergelijke leven beschermende maatregelen. Wat is nu –als je dat zo kunt noemen- de netto winst?

Patiënten die overlijden wegens een gebrek aan organen zijn geen slachtoffers, want dat wekt de suggestie dat er sprake is van daders of schuldigen, namelijk degenen die hun organen niet beschikbaar stellen. Er is pas sprake van een slachtoffer indien iemand geweld tegen mij gebruikt of me ten onrechte niet helpt, terwijl hij daar wel toe verplicht is. (Naasten)liefde is geen plicht, maar wel het betalen van belasting en boetes en vroeger de militaire dienstplicht. Dat zijn geen vrijwillige donaties. Men moet dus de vrijheid hebben om doneren te kunnen weigeren en zelfs om over de dood en wat daarna komt te kunnen weigeren na te denken en een standpunt over te bepalen. Stand op 17 dec. 2016 in procenten: 60 procent geeft toestemming, 12 procent laat nabestaanden of anderen beslissen en 28 procent geeft geen toestemming. Hoewel kerken zich in het algemeen positief uitspreken over orgaandonatie is het aantal donoren op de Biblebelt significant lager dan in de rest van Nederland.15

Stel dat donorwervingsacties veel respons opleveren, zijn er dan wel voldoende operatieteams en faciliteiten? De spanning tussen vraag en aanbod kan hoog oplopen. Hoewel niet erg consequent, kun je wel ontvanger worden van een of meerdere organen, maar hoef je niet als een tegenprestatie je als donor aan te melden. Het wederkerigheidsprincipe geldt dus (nog?) niet. Maar deze in feite egoïstische en inconsequente mening is wel bedenkelijk, want in Nederland heeft men het recht om met twee maten te meten. Sommige voorstanders van de donorregistratie ‘ja, tenzij’, voeren als argument de gouden regel van de Here Jezus aan: ‘Behandel anderen steeds zoals je wilt dat ze jullie behandelen’ (NBV), of ‘Alles nu wat gij wilt, dat u de mensen doen, doet gij hun ook aldus’ (NBG Mat. 7:12). Is je lichaam inderdaad als een gebruiksvoorwerp waarvan je naar behoefte en vermogen onderdelen kunt uitwisselen? Dat zou een dualistische visie op de verhouding lichaam-geest inhouden. Ik heb niet alleen een lichaam, ik ben er ook een. Het lichaam is niet alleen een vervoermiddel voor mijn persoonlijkheid, maar is er ook een expressie van. Dat is de reden waarom we het lichaam van overledenen met respect behandelen. Dat we ‘onderdelen’ van het lichaam somsvervangen of toevoegen – kronen, prothesen, hartkleppen- is een uitzondering op de regel, geen opheffing ervan.16

De wachtlijst voor donornieren is in Nederland vier of vijf jaar. Maar een oproep op Facebook blijkt al binnen vier dagen 35 aanbiedingen te kunnen opleveren. Het gebeurt echter ook dat nierdonoren een financiële tegenprestatie vragen. Bovendien zo kunnen nieren niet gaan naar de persoon die hem het hardste nodig heeft, maar naar degene met het zieligste verhaal, de beste presentatie, de mooiste ogen, enz..17

3. Orgaandonatie na euthanasie

Nieuwe technieken zoals organen uit een 3D-printer, zorgen ervoor dat de wachtlijst voor menselijke donoren slinkt. Maar kan de opbrengst niet nog hoger en eenvoudiger? In 2015 was er in Nederland sprake van 5516 gevallen van euthanasie. In 2017 zijn Nederland en België de enige landen in de wereld waar orgaandonatie na euthanasie is toegestaan, terwijl Canada op het punt staat zo’n systeem in te voeren.18 Sinds 2012 werden na euthanasie slechts 18 keer organen gedoneerd. Euthanasie vindt bijna altijd thuis plaats, maar voor donatie en transplantatie is het nodig dat dit in een ziekenhuis gebeurt, omdat de organen niet te lang van de bloedcirculatie afgesloten mogen zijn. Na het uitnemen moet het orgaan of de organen met grote spoed vervoerd worden naar (meestal) een academisch ziekenhuis. Anders is het met weefsels. Hoornvliezen, hartkleppen, bloedvaten, huidweefsel bot- en peesweefsel kunnen vanuit een thuissituatie in goede staat worden uitgenomen en bewaard. Maar dat gebeurt dus volgens de Nederlandse Transplantatie Stichting (NTS) zelden.19 Het hart is na euthanasie niet meer geschikt voor transplantatie in tegenstelling tot nieren, longen, levers en alvleesklieren. Wel schrijnend dat iemand bij leven zijn leven waardeloos vindt en er uit wil stappen, en dat pas na zijn dood zijn leven toch zinvol blijkt te zijn, want dankzij zijn orgaandonatie(s) kunnen patiënten een aangenamer leven krijgen. Hieruit blijkt wel een materialistische mensvisie. Bovendien lijkt het mij riskant om organen te gebruiken van een (vaak hopeloos ziek) persoon die in geval van actieve euthanasie, op een of andere manier bewust vergiftigd is om een patiënt op eigen uitdrukkelijk verzoek te laten overlijden. Bovendien kan belangenverstrengeling tussen de donor (die bewust uit het leven wil stappen) en ontvangers (die een zo gezond mogelijk orgaan willen ontvangen) hier vrij makkelijk ontstaan.

De keuze is aan u, wat wilt u?:

1. Toestemming geven om na uw overlijden (bepaalde) organen uit te nemen.
2. Orgaanuitname geheel of gedeeltelijk afwijzen.
3. De beslissing over orgaanuitname overlaten aan de nabestaanden (partner, familieleden of

andere met name genoemde persoon).

De vraag is duidelijk. Kiezen is echter moeilijk. Dit ethische onderwerp is zeer complex, ingrijpend en bepaald niet uitgekristalliseerd.
Indien een overledene op geen enkele wijze zijn wil heeft vastgelegd, beslissen in de huidige Nederlandse wetgeving de nabestaanden. Zijn er geen nabestaanden, dan is de overledene geen donor. Bij verschil van mening onder de nabestaanden over de donatie van de overledene, gaat de donatie evenmin door.

4. Joodse standpunten

Voor onze meningsvorming kan het raadzaam zijn om Joodse meningen te overwegen. Zij baseren zich op het Oude Testament, met daaromheen hun Joodse geschriften, zoals de Talmoed. We dienen ons wel bewust te zijn dat zij niet door de Heilige Geest verlicht zijn, en dat dè Joodse opvatting niet bestaat, immers twee joden, drie meningen... Diverse rabbijnen geven diverse meningen, maar de consensus van moderne ‘poskiem’ (rabbinale wettelijke beslissers) is dat men een klein risico mag ondergaan om iemand anders van een zekere dood te redden.20 Het Nederlandse opperrabbinaat staat orgaandonatie in principe niet toe, terwijl het opperrabbinaat in Israël dat wèl doet. Als er een mensenleven mee gered kan worden mag het volgens laatstgenoemde. Een hoornvliesoperatie mag dus eigenlijk niet. Maar over het algemeen horen Joden negatief te staan tegenover donatie, omdat er inbreuk wordt gedaan op de integriteit van het aardse omhulsel. De liberale rabbijn A. Soetendorp echter meent dat het recht op de integriteit van je lichaam staat tegenover de plicht om een ander te helpen. Opvallend is dat er wel grote bedenkingen zijn in de Joodse gemeenschap over het afstaan van organen, maar nauwelijks over het ontvangen ervan. Bij veel Joden worden herinneringen aan de Holocaust losgemaakt en willen zij, heel begrijpelijk, niet weer geregistreerd staan.21 Er is dus geen sprake van dè Joodse mening over lichamelijke donaties.

Onder een deel van de joden heerst de opvatting dat iemand pas is overleden als het hart niet meer klopt en bloed dus niet meer stroomt. De acceptatie van hersendood neemt hier echter wel toe.22 Zie ook onder 10.3.

5. Vormen van transplantatie

De mens heeft ondertussen veel ervaring opgebouwd met het transplanteren. Heel knap waartoe de medische wetenschap in staat blijkt te zijn. De volgende vier vormen van transplantatie zijn te onderscheiden:
1. De donor en de ontvanger zijn dezelfde persoon (autotransplantatie), bijvoorbeeld een stuk huid van het been naar de verbrande arm, wat veel in de plastische chirurgie wordt toegepast. 2. Het bij leven overplaatsen van een donororgaan of –weefsel. Je zou hier ook bij kunnen noemen het doneren van haar aan patiënten die geen haar meer hebben ten gevolge van leukemie.
23 Deze donatie is het minst ingrijpend. Bij donatie van bijvoorbeeld bloed, één nier, een gedeelte van de lever, beenmergcellen (bij leukemie), zaad- en eicellen en zelfs een baarmoeder, is het de bedoeling dat zowel de donor als de ontvanger in leven blijven. (Nieren kunnen ook ná het sterven gedoneerd worden). Tegenwoordig kan een nier uitgenomen worden via een kijkoperatie. De nier komt dan door een gat, te vergelijken met een vergroot knoopsgat. Daardoor geneest de patiënt snel, met achterlating van slechts een klein litteken.24 3. Het overplaatsen van organen en weefsel van overleden donoren in het lichaam van een ander (allotransplantatie), bijvoorbeeld hart en hoornvlies. Deze en de volgende vorm roepen ethisch gezien de meeste vragen op.

4. De donor is een dier. Wegens het gebrek aan organen is men gaan onderzoeken of deze ook uit dieren kunnen worden gebruikt. Daarnaast zou men weefsels in dieren kunnen gaan kweken. Het overbrengen van organen en weefsels en levende cellen van dieren naar andere dieren of mensen heet xenotransplantatie.25 Xenotransplantatie is in Nederland en veel andere landen bij wet verboden. Desondanks gaan experimenten door. Omdat dieren een geheel andere weefseltypering hebben vergeleken met dat van de mens, ‘passen’ dierlijke organen niet in de mens, tenzij het genetisch wordt gemanipuleerd. Het idee van een xenotransplantatietechniek die rond 2010 is ontwikkeld, is een donordiersoort te kweken waarvan in het embryo een gen is uitgeschakeld, zodat één orgaan niet zal worden aangelegd. Die jonge embryo’s worden ingespoten met stamcellen van de latere orgaanontvanger. Zulke stamcellen hebben de potentie om uit te groeien tot alle soorten organen en weefsels. Daardoor kan het ‘uitgeschakelde’ orgaan alsnog ontstaan. Menselijke stamcellen doen het niet goed in varkensembryo’s en zijn ongunstig voor de groei van jonge varkens. Het maken van ‘mensvarkens’ is waarschijnlijk veel moeilijker dan ‘ratmuizen’.26 Hier worden de biologische soortgrenzen doorbroken. De evolutietheorie ontkent een kloof tussen mensen en dieren. Gods Woord zegt echter dat de mens is geschapen naar Gods beeld, terwijl een dier geschapen is naar zijn aard. Ook het sterven van mensen en dieren verschilt: de adem (ruach)van mensen stijgt op naar boven, keert weer tot God, die hem geschonken heeft, terwijl dat van dieren neerdaalt, naar beneden in de aarde.27 Naast een lichaam heeft een mens een geest en ziel en kan hij communiceren met Gods Geest. De mens geeft blijkbaar de geest in bruikleen. God neemt de levensgeest weer terug.

Dieren kunnen voor hen onschuldige virussen in zich meedragen, die de mens echter wèl kunnen ziek maken.
Reeds in 1984 leefde een babymeisje drie weken met het hart van een jonge baviaan. Genetisch gezien is de chimpansee de beste dierlijke donor voor de mens. Echter, de chimpansee is een bedreigde diersoort, heeft weinig nakomelingen en is drager van virussen die bij de mens tot infecties kunnen leiden. De tweede keus is het gemakkelijk te fokken ...varken! Wie een nieuwe hartklep nodig heeft, kan er een krijgen van titanium, maar ook van een varken. Dit roept weer nieuwe ethische vragen op. De dierenbescherming is fel tegen de praktijk van dieren als leverancier van reserveonderdelen voor de mens. Is de mens slechts een samenraapsel van allerlei organen? De Joodse traditie vindt het geoorloofd om een onrein varkenshart te transplanteren in een mens, omdat dit een levensverlengende ingreep is.
28 Gaan we bij gebrek aan het doneren maar over tot produceren? Is hier niet sprake van een mechanische mensvisie waar ziekte en dood gezien worden als defecte weefsels en organen?! Hier liggen mogelijkheden voor een zeer winstgevende organenmarkt (daarover later meer), maar het is zeer de vraag of deze commercie wenselijk is...29 Wie het leven verzakelijkt, verzakelijkt ook de dood.30 Maar al te vaak is gebleken dat geld het niet zo nauw neemt met de eerbied voor het leven.

6. Een dier als kweekvijver

Wordt door inschakeling van dieren de kwaliteit van het leven verlaagd en de kwantiteit verhoogd? Deze geavanceerde technieken zijn een zeer grote stap in de medische ontwikkelingen. Meestal moeten de ontvangers wel de rest van hun leven medicijnen gebruiken om afstotingsverschijnselen tegen te gaan. De bijverschijnselen van deze medicijnen (anti-anti-stoffen) zijn weer schadelijk. Het hele immuunapparaat wordt lamgelegd, waardoor er een angst ontstaat voor een eenvoudig griepje, dat evenwel voor de orgaanontvanger dodelijk kan zijn. Bovendien kunnen varkenscellen virussen bevatten waartegen een mens geen weerstand heeft. Ondertussen wordt de techniek steeds meer geavanceerd. De Amerikaanse wetenschapper Pablo Ross (University of California) liet organen groeien uit menselijke cellen. Het gaat om geïnduceerde embryonale stamcellen, gemaakt uit huidcellen, liefst van de patiënt die het orgaan nodig heeft, zodat de afstoting dan klein is. Om dit menselijke orgaan in een varken te laten ontstaan, schakelde Ross met de nieuwe genetische technologie Crispr/cas9 in een varkensembryo genen uit die cruciaal zijn voor de aanleg van een orgaan. Zo’n embryo ontwikkelt dan geen alvleesklier, lever of nier, afhankelijk van welke genen zijn uitgeschakeld. Voegde Ross daarna menselijke stamcellen toe aan het embryo, dan gingen die, zonder concurrentie van de varkenscellen, het uitgeschakelde orgaan maken. Maar ook in andere organen zullen menselijke cellen zitten. Dat leidt tot de ethische vraag hoe menselijk de varkens op deze manier (mogen) worden. Het mengen van menselijke en dierlijke cellen tot een ‘chimera’ (mengvorm van mens en dier) is omstreden.31

7. Welke lichaamsonderdelen kunnen allemaal gedoneerd worden?

Steeds meer lichaamsdelen kunnen nog zeer nuttig zijn bij zieke mensen. Lang niet alleen organen kunnen worden afgestaan aan de ontvangers. Genoemd is al de donatie van hoofdhaar. Deze dode cellen kunnen pijnloos verwijderd worden door het haar gewoon af te knippen.

Bloed kun je typeren als een soort vloeibaar weefsel. Bloedtransfusie is de oudste vorm van transplanteren. Bloeddonaties vinden in Nederland ook ‘om niet’ plaats, maar de uit deze donaties gefabriceerde bloedproducten worden verhandeld tegen een commerciële prijs. Dat geldt op dezelfde manier voor huid, bot en hoornvliezen. Donatie vindt plaats zonder vergoeding voor de donor, maar de gebruiker betaalt wel voor het geleverde product. Dat is overigens niet een norm die overal ter wereld wordt erkend of nageleefd en ook in Nederland zijn er voorstanders van het stimuleren van bloed- en orgaandonatie door middel van materiële prikkels.

Hoewel bloedtransfusie door de meeste mensen, inclusief christenen, wel algemeen geaccepteerd is, waren de Jehova’s Getuigen hier toch fel op tegen. Let wel: wàren, want sinds kort blijkt dat in betrekkelijk korte tijd de Jehova’s Getuigen voor de derde keer geconfronteerd worden met een theologische herziening. Tot voor kort was op grond van Hand.15:29 (onthouding van bloed) bloedtransfusie voor hen strikt taboe. Mede door toedoen van de Bulgaarse overheid, met wie een ‘friendly settlement’ is gesloten, is het bijkans sacrale karakter van de bloedtransfusie-doctrine ondergraven. De sekteleden en hun kinderen zouden een vrije keuze moeten hebben ten aanzien van bloedtransfusies. Schokkend is dit trouwens voor de nabestaanden van geliefden, die destijds zijn doodgebloed, omdat nieuw bloed pertinent niet mocht worden ingebracht.32 Overigens stonden Jehova’s Getuigen voorheen niet afwijzend tegenover orgaantransplantatie, mits hierbij geen bloed werd gebruikt. En dit bleek te kunnen bij nier- en harttransplantaties.33 Het niet mogen eten (!) of drinken van bloed is echter een cultische zaak en geen morele. Het betrof offerdierenbloed, en geen mensenbloed, om verzoening te bewerkstelligen. Deze tekst slaat dus niet op bloedtransfusie. Bovendien geeft een bloeddonor maar een verantwoord klein deel van zijn bloed, opdat hij zelf door kan gaan met leven. De ziel van het vlees is in het bloed en zonder bloedstorting is er geen vergeving.34

Dit bloed staat in de religieuze context. Dat de ziel van de mens in het bloed zit, is niet bewezen.35 Terwijl de ene groep bloed weigert te ontvangen, eist een andere groep bloed te mogen geven. Homofielen botsen met hemofilie-patiënten, waarvan er in 1995 170 besmet zijn geraakt met het HIV (AIDS)-virus. Dertig patiënten zijn hieraan reeds overleden... Het middel bleek erger (ja dodelijk) dan de kwaal. Verbijsterend en schokkend is het hoe sommige homofielen hun levenswijze geaccepteerd willen laten worden en hun bloed opdringen. Geknoei met verklaringen die voor bloeddonatie moeten worden ingevuld, schuwen zij niet.36 Iedereen heeft blijkbaar recht op AIDS...

Naast gebrek aan organen is er een tekort aan stamcellen. Bloedstamcellen zijn van levensbelang voor patiënten met kwaadaardige bloedziekten zoals leukemie, agressieve vormen van lymfeklierkanker (hodgkin en non-hodgkinlymfoom) of patiënten die onvoldoende bloedcellen aanmaken doordat hun beenmerg faalt. Een stamceltransplantatie is voor zulke patiënten alleen veilig wanneer hun weefseltype overeenkomt met dat van de donor. Uit de stamcellen van de donor ontstaan de witte bloedcellen van het afweersysteem. Als zij het lichaam van de ontvanger als vreemd beschouwen en aanvallen, kan de patiënt door die afweerreactie overlijden. Heeft iemand een transplantatie nodig, dan wordt gezocht naar een donor (niet ouder dan 50 jaar) die zo goed mogelijk bij de ontvanger past. Is er binnen de familie geschikte donor te vinden, dan gaat de stichting Matchis op zoek in binnen- en buitenland. Als de donatie daadwerkelijk plaats vindt, zijn er zijn twee manieren om stamcellen af te nemen: 90% via het bloed (PBSC) of via het beenmerg. In van de gevallen gebeurt de stamceldonatie op de PBSC-manier. Voor beide methodes word je een dag opgenomen in het ziekenhuis. Afname gebeurt alleen in het LUMC in Leiden of het Radboudumc in Nijmegen. Welke procedure gekozen wordt, hangt af van de behandelend arts. De donor kan een voorkeur doorgeven. De donatie is altijd geheel vrijwillig.37

Daarnaast kennen we transplantaties van bloedvaten, botweefsel, hoornvliezen, huid en hartkleppen. Voor explantatie38 van de hoornvliezen is de complete uitname van het oog nodig. Na het uitnemen wordt bij de donor een kunstoog teruggeplaatst en worden de oogleden, zoals gebruikelijk gesloten.39

De volgende organen kan men tegenwoordig transplanteren: alvleesklier, dunne darm, hart, lever, longen, en nieren. Dit wordt vitale donordonatie genoemd. Bij non-heart-beating- donoren staat het hart stil en daarmee de bloedcirculatie. Hart, lever en longen kunnen dan onbruikbaar zijn geworden, maar nieren kunnen nog wel getransplanteerd worden.

Omdat je ethisch gezien niet de persoonlijkheid of individualiteit mag aantasten, mogen geslachtsorganen (eierstokken en zaadballen) niet getransplanteerd worden. Toch wordt er op grote schaal gerommeld met geslachtscellen. Een vruchtbare vrouw kan zich kunstmatig laten bevruchten. Dit vruchtje wordt uit haar baarmoeder verwijderd en deze vijf dagen oude embryo kan worden getransplanteerd in een onvruchtbare vrouw. Deze embryotransplantatie is mogelijk en het gebeurt. De kinderen zullen echter nooit kunnen achterhalen wie hun biologische vader en moeder zijn indien de donoren bewust onbekend zijn en blijven. Dit is vragen om moeilijkheden, immers elk mens gaat op zoek naar zijn of haar ‘wortels’.

Een draagmoeder - ook wel "surrogaatmoeder" genoemd - is een vrouw die voor iemand anders een kind draagt en baart. Dat is doorgaans een heteropaar waarvan de vrouw wel goede eicellen kan produceren maar om allerlei redenen niet zelf kinderen kan dragen en/of baren. Een eicel van zo'n wensmoeder wordt dan bevrucht met het zaad van de wensvader en in de baarmoeder van de draagmoeder geplaatst. Soms ook wordt de draagmoeder bevrucht met het zaad van de wensvader en dan is en blijft zij dus de genetische moeder. In zo'n geval is de draagmoeder meestal een vriendin of zelfs familie van de wensouders. Het is een natuurlijke ontwikkeling dat ook de draagmoeder na negen maanden zwangerschap een emotionele band met haar eigen (natuurlijk) kind opbouwt. Het afstaan van de baby aan de wensouders na de geboorte kan dan een moeilijke beslissing zijn. Iets waar noch wensouders, noch draagmoeder zich van tevoren volledig rekenschap van kunnen geven. Ook rijzen vragen bij de "vergoeding" die aan de draagmoeder wordt gegeven. In sommige gevallen handelt de draagmoeder slechts uit financiële nood. Commercieel draagmoederschap, waarbij de draagmoeder meer krijgt dan een redelijke vergoeding voor de kosten die ze maakt, is in Nederland echter bij wet verboden.40 Ook dit roept ethische vragen op.

Hoewel donoren altijd anoniem moeten zijn, worden sinds 2004 in Nederland donoren van sperma, eicellen en embryo’s wèl geregistreerd. Naar schatting zijn tot die tijd 40.000 Nederlandse kinderen uit anoniem donorschap geboren. In 2004 is een wet ingevoerd die het donorkinderen vanaf hun zestiende jaar mogelijk maakt contact op te nemen met hun biologische vader. De redenering daarachter is dat kinderen het recht hebben hun afkomst te kennen.41 Demissionair minister Edith Schippers van Volksgezondheid heeft een dringende oproep gedaan om deze anonimiteit van vóór 2004 vrijwillig op te heffen.42 Veel kinderen zijn niet alleen op zoek naar hun donorvader, maar willen ook weten wie hun eventuele halfbroertje(s) en/of halfzusje(s) is/ zijn. DNA-testen kunnen hier uitsluitsel geven. De stichting ‘Donor Detectives’ wil helpen om de donoren te achterhalen.43 Om inteelt te voorkomen hanteren spermabanken een maximum van 25 zaaddonaties per donor. Deze voorwaarde is echter makkelijk te overtreden. Ed Houben (Maastricht, 1969) heeft bijvoorbeeld meer dan vier keer zo veel kinderen in binnen- en buitenland gratis verwekt en wil pas stoppen bij het verwekken van zijn 1500e kind of als hij toch een eigen vaste relatie krijgt. Openlijk en schaamteloos vertelt hij hierover en ziet zichzelf als een weldoener en probleemoplosser.44 Het loskoppelen van verwekker en vader is een andere ethische kwestie. Eicellen kunnen dus eveneens gedoneerd worden, maar dat is niet altijd gratis. De prijs van een portie eicellen wordt in de Verenigde Staten vooral bepaald door het profiel van de eiceldonor, omdat wensouders hopen dat de eigenschappen van de donor ook terugkomen bij hun toekomstige kind. Zo kunnen jonge, vrouwelijke studenten van Harvard met een aantrekkelijk uiterlijk en atletische of muzikale talenten tienduizenden dollars vragen voor hun eicellen. Zo lijkt de maakbare mens binnen handbereik...

Maar wat zijn de mogelijkheden voor een vrouw die graag moeder wil worden, maar nooit een baarmoeder heeft gehad of niet meer heeft? Ook hier is het medisch kennen en kunnen verbluffend toegenomen. Een 30-jarige vrouw heeft een baby gekregen met een getransplanteerde baarmoeder van haar moeder. De Zweedse transplantatiespecialist Mats Brännström heeft met zijn team één embryo door reageerbuisbevruchting (IVF) verkregen in de getransplanteerde baarmoeder gebracht, wat uiteindelijk resulteerde in een bevalling van een gezonde zoon.45 Medisch is het mogelijk en of dit ethisch wenselijk is, lijkt minder belangrijk. De beperkingen van een lichaam worden steeds meer teruggedrongen en een ‘nee’ antwoord steeds minder geaccepteerd.

Hersenen mogen evenmin getransplanteerd worden. Dat kàn trouwens medisch-technisch bij hersenen per definitie niet. Bovendien is het ethisch verwerpelijk om hersenweefsel te transplanteren, omdat dit de diepe persoonlijkheid van de mens betreft.
En hoe ver zijn de experimenten met zenuwweefsel, stembanden en foetaal (hersen)weefsel (zie hierboven), ledematen, en ... ?

Wat voor kort onmogelijk leek, komt nu dichterbij: de transplantatie van een compleet hoofd! Je zou denken aan een 1 aprilgrap, maar medio 2017 staat serieus de eerste ambitieuze transplantatie van een menselijk hoofd gepland door vaatchirurg Sergio Canavero in Italië. Hiervoor zijn 150 medici, koeling tot 10-14 graden Celsius, dertig uur durende operatie, vier weken om de patiënt kunstmatig in coma te houden en tien tot twintig miljoen euro nodig. Onduidelijk is echter wie de donor is en wie de ontvanger. Wie krijgt een nieuw leven: de Rus Valery Spiridonov (lijder aan het syndroom van Werdnig-Hoffmann, een progressieve spierziekte) of een hersendode? Dit knap staaltje van chirurgie roept ethische en juridische vragen op, vooral als blijkt dat de Rus ook graag nageslacht wil. Wie is dan de vader? Wat maakt iemand tot een mens? Het hoofd met onze hersenen en ogen, of de stapeling van organen, lichaamsfuncties, de ziel? Vragen zijn er te over. Ook de wetgevingen zullen moeten worden aangepast.46 Loopt de ethiek dan weer achter de medische feiten aan?

8. Donoren

We onderscheiden twee groepen donoren: levende en dode. De ontvangers krijgen de naam van de donor niet te horen. Per definitie is donatie anoniem, vrijwillig en gratis. Tegenover een gift staat geen betaling.
Alcoholverslaafden komen pas in aanmerking voor een levertransplantatie, nadat ze minimaal zes maanden droog staan, maar dan zijn ze dus géén alcoholverslaafde meer.

Het blijkt een misvatting om te denken dat patiënten een donorlong nodig hebben omdat ze teveel gerookt zouden hebben. Roken blijft echter wel degelijk schadelijk voor de gezondheid. (Rokers met als gevolg longkanker worden wèl behandeld.) Verder moeten mensen met een verhoogd risico op besmetting van het AIDS-virus (naast alcoholverslaafden ook drugsverslaafden en mensen met veel wisselende seksuele contacten) geen toestemming geven voor donatie. Het middel is dan immers erger dan de kwaal.

Een hartpatiënt die heeft bewezen gemakkelijk tot zelfdoding te kunnen over gaan, komt niet in aanmerking voor een nieuw hart. Evenmin zij die niet trouw en stipt de nodige medicijnen willen innemen.47

9. Overwegingen voor een christen

Dan nu de hamvraag: wat is de opstelling van de christen t.a.v. orgaan- en weefseldonatie? De weg van de minste weerstand is om zelf niets te kiezen en zo nabestaanden eventueel te belasten met het beantwoorden van de ingrijpende donatievraag. Laten we onze verantwoordelijkheid verstaan om zelf een antwoord proberen te formuleren. God wil wijsheid schenken48 ìn en niet zonder ons denken. Het is te kort door de bocht om te zeggen dat jouw lichaamsdelen voor een ander zoveel zegen kunnen zijn. Zeker: wat een vreugde als iemand van de regelmatige en kwellende nierdialyse af kan komen. Financieel gezien is transplantatie op den duur goedkoper dan het regelmatig spoelen. Toch moet ons antwoord niet pragmatisch, maar principieel zijn. Hoewel we geen heer en meester over ons leven zijn, noch baas in eigen buik, hoe kunnen we dan toch een goede rentmeester zijn over ons lichaam? We beogen als christenen geen zelfbeschikking, maar proberen Gods wil in deze te ontdekken. Omdat ten tijde van de Bijbelschrijvers weefsel- en orgaandonatie totaal onbekend en onvoorstelbaar waren, vinden we hierover niets in Gods Woord. De Bijbel is geen wetenschappelijk handboek. Wèl kunnen we principes ontdekken die we op ons onderwerp mogen betrekken. Niet rechtstreeks, maar indirect kunnen we ons op de Bijbel beroepen.

Een louter theoretische benadering kan een zekere kilheid oproepen. Laten we daarom proberen om mensen van vlees en bloed, geliefden, bekenden, voor ogen te houden.
Een gulden regel geldt ook hier: wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.
49 Voor een christen is het een geruststellende gedachte dat we door genade en geloof een eeuwig leven hebben gekregen. Dit echte, ware LEVEN wordt gekenmerkt door een intieme kennis van de Levensvorst Jezus Christus (Joh.17:3). Niets, dus evenmin de dood, zal ons van Hem kunnen scheiden. Als gevolg van de zondeval zitten we nu met de nog levende, maar overwonnen aartsvijand: de dood. De dood wordt nooit doodgewoon. De dood hebben we te erkennen, in plaats van te ontkennen. De dood is en blijft een gemene spelbreker, een ramp. Christus heeft de dood overwonnen, en dat zal de knapste chirurg niet lukken. Veel mensen zijn doodsbang voor de dood, terwijl toch de Here Jezus de duivel, die de macht over de dood had, zou onttronen en allen zou bevrijden die gedurende hun ganse leven door angst voor de dood tot slavernij gedoemd waren (Hebr.2:15). Door sommigen wordt de doodsangst wel de motor van het leven genoemd. Een christen hoeft zich gelukkig niet te laten opjagen alsof in dìt leven er alles uitgehaald moet worden wat er in zit. Eerst Rome zien, maar Napels dan? En laten we Delft niet vergeten, musea, pretparken, verwenweekenden, verre oorden tot de planeten toe. Heb je echt wel alles gezien en beleefd, want daar heb je toch als mens recht op?!

Aangevoerde argumenten voor een oneindig leven hier op aarde zijn: als het maar nut heeft (utilisme) en bijdraagt aan ons eigen aards geluk (hedonisme). Nee, een christen leeft door en van genade, en Gods heerlijke beloften overstijgen mateloos alle wereldse aanbiedingen. “Dus of we nu leven of sterven, we zijn altijd van de Heer” (Rom.14:8). Door het eeuwige leven heeft een christen geen last van tijdgebrek. Christenen hoeven niet krampachtig om te gaan met grijze haren en rimpels die aangeven dat je tijd om te sterven nabij is. Christus is en blijft ons nabij en al het andere wordt dan relatief. Heeft elk mens het recht om lang en onbezorgd te kunnen leven? Van een andere kant bekeken: hebben we nog het recht om in rust en vrede te kunnen sterven? Een leven kan verlengd worden, maar is de kwaliteit van dit leven dan evenredig met de kwantiteit? Wie bepaalt op grond waarvan de subjectieve kwaliteit van het leven?? Heb je recht op weefsels en organen van een ander? Heeft de mens, de christen, zelfbeschikkingsrecht? Gij zult niet begeren, ...noch de organen van een ander..? Als je hoopt op het orgaan van een ander, hoop je dan in feite op de dood van een ander?

Bovenstaande relativeert het aardse leven. Dat neemt niet weg dat de mens, kwetsbaar en gebrekkig als hij is en ziek kan zijn, gebruik mag maken van hulpmiddelen. Ik denk aan een bril, kunstgebit, gehoorapparaat, wandelstok en kunstledematen. Geen zinnig mens zal daar over vallen. Maar ook aan de binnenkant van het lichaam kunnen en worden prothesen aangebracht. Kunststof buisjes kunnen slagaders vervangen. Kunstmatige hartkleppen, elektrische pacemakers enz. zijn een zegen voor de mens. Daarnaast functioneren apparaten die bepaalde organen van ons overnemen, zoals de nierdialysator en de hart-longmachine. De medische ontwikkelingen zijn haast niet meer bij te houden en werkelijk verbluffend. Zelfs nog ongeboren kinderen kunnen al geopereerd worden. De mens lijkt wel God, bijna almachtig en alwetend, het leven bijna scheppend en beheersend... Hoe hoog is de toren van Babel nu al weer?! Het moet voor de medici uitdagend en opwindend zijn om de grenzen steeds te verleggen, om ziekte en dood verder terug te dringen. Lang niet elke medicus wordt gedrongen door mensenliefde, maar laat ambitie en wedijver zeker mee spelen. Zijn er dan geen grenzen aan? Ja, financieel en ethisch, hoewel de ethiek vaak achter de medische ontwikkelingen aansukkelt... De vraag die ons steeds meer opdringt is deze: màg alles wat kàn?? Met het oplossen van problemen worden weer andere, nieuwe, problemen opgeroepen.

10. Argumenten vóór donatie


10.1 Naastenliefde
Het gebod om de naaste lief te hebben als jezelf komt in het Oude Testament voor (Lev.19:18), en wordt in het Nieuwe herhaald (Mat.22:40) en zelfs verzwaard (Joh.13:34). Jezus maakt een andere vergelijking, nl. niet slechts liefhebben als jezelf, maar zoals Jezus zèlf ons liefhad. Orgaandonatie kan echter nimmer gelijkgesteld worden aan het onvergelijkbare verzoeningswerk van Christus. Naastenliefde en zelfopoffering zijn christelijke argumenten voor donatie. Deze plicht is evenzeer waar als de vrijwilligheid hiervan. ‘Naaste’ komt van na nader naast, dus het meest dichtbij. Letterlijk gezien klopt dat niet, want een orgaan kan getransplanteerd worden naar een voor de donor volslagen onbekende uit een ander land. De plicht tot barmhartigheid is duidelijk uit de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan. Door de eeuwen heen liep de kerk gelukkig voorop in de zorgverpleging, denk bijvoorbeeld aan de kloosters en de diaconessen(zieken)huizen. Christenen betuigden daadwerkelijk solidariteit met zieken en gehandicapten. We worden niet gered door goede werken, immers dan zouden we onszelf wel kunnen redden, en was Christus tevergeefs aan het afschuwelijke kruis gestorven. Als we gered zijn, tot geloof zijn gekomen, dan worden van ons goede werken verwacht, in deze volgorde. Goede werken zijn geen eigen prestaties, waardoor we bij God wel in een goed blaadje komen. Het is nog steeds allemaal genade.
De mening van de ultra-orthodoxe Joden is, dat Joden na hun dood alleen aan andere Joden organen ter beschikking mogen stellen en/of accepteren.
50 Liefde kan niet worden verplicht. We mogen dankbaar zijn dat Nederland (nog?) niet heeft gekozen voor het zgn. ‘Geen bezwaar’-systeem.
“Er is bijna niemand die voor een rechtvaardig mens wil sterven; slechts een enkeling durft voor een goed mens zijn leven te geven. Maar God bewees ons zijn liefde doordat Christus voor ons gestorven is toen wij nog zondaars waren.” (Rom.5:7,8). De context spreekt niet over orgaandonatie. David dacht evenmin aan orgaandonatie, maar zou wel in de plaats van zijn Absalom gestorven willen zijn. De familieband blijkt hier heel sterk te zijn, want David had Absalom lief, ondanks het feit dat Absalom zijn vader David haatte en hem zelfs, ondanks zijn fraaie naam, wilde vermoorden.
51 Omdat deze band zo hecht kan zijn, is het binnen de familie eerder aannemelijk dat bijvoorbeeld een vader zijn nier aan zijn kind afstaat, en daarmee een risico neemt, dan aan een onbekende buitenstaander. Mozes en Paulus wilden zich wel opofferen voor hun volk Israël.52 Zij waren typen van Jezus. Het is beter dat één mens sterft voor het volk, en niet het hele volk verloren gaat.53 De context is hier echter soteriologisch en niet biologisch. Jezus kwam niet slechts om lichamen te genezen en om levens te verlengen, Hij kwam om zondaren met God te verzoenen, en hen eeuwig leven geven.

“Hieraan hebben wij de liefde leren kennen, dat Hij Zijn leven voor ons heeft ingezet; ook wij behoren dan voor de broeders ons leven in te zetten. Wie nu in de wereld een bestaan heeft en zijn broeder gebrek ziet lijden, maar zijn binnenste voor hem toesluit, hoe blijft de liefde Gods in hem?” (1Joh.3:16,17). Hoewel Johannes niet aan orgaandonatie gedacht zal kunnen hebben, kan deze tekst er wel op betrokken worden.

10.2 Levensverlenging

Het afstaan van een orgaan is een mogelijkheid om iemands genadetijd te verlengen. De ontvanger zal hierdoor misschìen tot bekering komen.
De extra tijd om te leven kan echter evengoed misbruikt worden. Zo was het leven van koning Hizkia wel verlengd met 15 jaar, maar daarin gebeurden verschrikkelijke dingen.
54

10.3 Schendbaarheid van het lichaam

Tegenstanders van donatie beweren mijns inziens ten onrechte dat de lichamen ongeschonden “ter aarde besteld” moeten worden. Zo stelde Rabbi Jechezkeel Landau (18e eeuw), dat ieder deel van een dode begraven moet worden. Volgens de Joodse traditie, lijdt de ziel eronder, te moeten aanschouwen hoe het aardse component van de mens na het overlijden wordt onteerd. Dit wordt bevestigd door de moderne psychiater dr. E. Kubler-Ross. Na gesprekken met mensen die schijndood zijn geweest, bleek dat de ziel weet had van hetgeen met het lichaam gebeurde na de schijndood.55

Een ander argument om het lichaam intact te begraven, is de te verwachten opstanding uit de doden. Dit argument is echter onhoudbaar. Ten eerste sterft elk mens door een lichamelijk gebrek, een ziekte of ongeluk. Ten tweede zijn er martelaren die op gruwelijke wijze zijn gedood door wilde dieren, verbrand, verdronken enz., maar desondanks in Gods hemel hartelijk welkom worden geheten. Ten derde zijn er mensen die niet per ongeluk, maar bewust ‘incompleet’ begraven worden. Voorbeelden hiervan zijn Jacob en zijn zoon Jozef, die naar de Egyptische wijze gebalsemd (gemummificeerd) werden (Gen.50:2, 26). Dode organen werden hiertoe uit hun lichamen verwijderd, en deze werden opgevuld met in harsen gedrenkte doeken. Dit werd zonder waardeoordeel beschreven, en niet vóórgeschreven. Hier is -voor alle duidelijkheid- geen sprake van orgaandonatie. En wat zou -ten vierde- er gebeuren met al diegenen die trachten God te ontvluchten door zich na hun dood te laten cremeren en hun as laten verstrooien? Tenslotte, na zo’n dertig jaar zijn alle cellen van een levend mens door andere cellen vervangen en bovendien is na verloop van tijd elk lichaam totaal vergaan, verdwenen.

Jezus zegt dat je beter verminkt of kreupel ten leven in kunt gaan dan met twee handen of twee voeten in het eeuwige vuur geworpen worden.56 Let wel, dit is geen pleidooi voor zelfverminking, maar deze hyperbool is primair bedoeld om ons niet te laten verleiden. Ach, zou voor God iets te wonderlijk zijn? God is almachtig. Hij kan en zal dorre doodsbeenderen en nog minder dan dat, moeiteloos tot volledige mensen formeren. Trouwens, de Here Jezus Zelf werd verwond en verminkt begraven. Hij stond desondanks op met een verheerlijkt lichaam, waarin nog wel littekenen te zien waren, maar die voor Hem geen belemmering waren. Het opstandingslichaam is een andersoortig (verheerlijkt) lichaam. “Er wordt gezaaid in vergankelijkheid, en opgewekt in onvergankelijkheid; er wordt gezaaid in oneer, en opgewekt in heerlijkheid; er wordt gezaaid in zwakheid, en opgewekt in kracht. Er wordt een natuurlijk lichaam gezaaid, en een geestelijk lichaam opgewekt.” (1Kor.15:42-44). Zijn de ‘geoogste’ en gedoneerde organen dan weer terug, behoud je de ontvangen organen in dat opstandingslichaam?

10.4 Goedkeuring door Paulus

In Gal.4:15 is te lezen: “Ik [Paulus] kan van u getuigen dat u zelfs uw ogen zou hebben uitgerukt om ze mij te geven”. Paulus was ziek (vs.13). Waarschijnlijk had Paulus een oogziekte. Het oog, de oogappel is kostbaar en kwetsbaar. Blindheid kwam in die droge streken nogal eens voor. Een compleet oog kan ook nu (nog?) niet getransplanteerd worden. “...ware het mogelijk...”, het was niet mogelijk. Onduidelijk is of hier sprake is van een hyperbool, een stijlfiguur om de grote liefde van de Galaten voor Paulus te beschrijven, of dat zij wel degelijk dachten aan letterlijke ogen. Paulus keurt deze liefdesdaad niet af, maar heeft er grote waardering voor.

11. Bezwaren tegen donatie
11.1 Afstoting
Wat leert de natuur ons? (1Kor.11:14) Het lichaam reageert op het transplanteren van organen en weefsel met de neiging deze af te stoten. Het lichaam oordeelt dit blijkbaar als tegennatuurlijk, onwenselijk. Anti-antistoffen worden ingezet om het natuurlijke immuunsysteem te onderdrukken. De anti-antistoffen zullen minder heftig worden, indien het vreemde, getransplanteerde orgaan, minder vreemd, ofwel minder afwijkend is. Dit kan bereikt worden door gen-manipulatie. Maar is dat wel ethisch verantwoord?

11.2 Mens als leverancier van onderdelen

Het mensbeeld van de medici lijkt wel heel technisch en materialistisch. Allerlei losse ‘onderdelen’ zijn te repareren en te vervangen. Wordt de mens gereduceerd tot een machine te vergelijken met een sloopauto? Is een ziekenhuis een garage voor mensen? Een assistent op de operatiekamer maakte veel transplantaties mee. Ondanks de respectvolle en integere sfeer tijdens zo’n procedure, greep het haar altijd erg aan. Als haar man overlijdt, krijgt ze zelf de vraag te beantwoorden: wel of geen donatie. Na de nodige aarzelingen, want niet wetend waar ze in wezen ‘ja’ tegen zegt, stemt ze toe. Omdat ze haar man niet alleen wil laten, is ze aanwezig bij de onderzoeken voorafgaand aan de transplantatie. Ze beschrijft ze in alle mensonterende gruwelijkheid; het gesjor aan en gesol met het dode lichaam.57

11.3 De zetel van de persoonlijkheid

De nieren waren in de oosterse visie de zetel van de emoties, en symboliseren het diepste innerlijk. Het hart spreekt ook voor de moderne mens nòg meer tot de verbeelding. Omdat nieren minder emotionele waarde hebben dan een hart, zijn mensen eerder bereid een nier dan een hart af te staan. In onze taal zijn er meer dan veertig positief getoonzette gezegden met het woord ‘hart’. Zo’n 800 keer wordt ‘hart’ in de Bijbel genoemd. Het hart heeft hier echter uitsluitend een zinnebeeldige betekenis. Als we lezen: “Mijn zoon, geef Mij uw hart”, moeten we dat uiteraard niet letterlijk opvatten, maar zinnebeeldig58. Biologisch, maar ook religieus is het hart het centrum van ons leven. Is het hart niet meer dan een vervangbare bloedpomp? Na een harttransplantatie verander je lichamelijk: je gezicht wordt dikker, je haargroei neemt toe, en loop je het risico kanker te krijgen.59 Prof. dr. ds. U. Eibach beweert bovendien dat er bij harttransplantaties nogal eens veranderingen in de persoonlijkheidsstructuur optreden omdat verschillende uitingen van zenuwen niet meer normaal kunnen functioneren.60 Dan zou harttransplantatie in zekere zin een soort van reïncarnatie zijn. Pranger stelt dat patiënten met een ruilhart inderdaad zich vaak enige tijd identificeren met de donor, maar dat gevoel zou snel overgaan. Ervaringen hebben namelijk geleerd dat ruilhartpatiënten dezelfde persoonlijkheid houden, hoewel het nieuwe hart niet zo op emoties kan reageren als vroeger het eigen hart.61 Psycholoog Paul Pearsall heeft vele verhalen verzameld over mensen die na een harttransplantatie een ingrijpende persoonlijkheidsverandering ondergingen, maar ook van lever, nier of longen.62 Zijn bevindingen zijn gebaseerd op 73 gevallen van harttransplantaties. Een orgaanontvanger blijkt heel wat meer van de persoonlijkheid van de donor mee te kunnen krijgen; positieve zowel als negatieve neigingen. Soms blijkt iemands gedrag en dikwijls zelfs het hele karakter te veranderen. Interessant is ook dat Pearsall tot de conclusie komt dat het hart feitelijk min of meer een eigen ‘brein’ bezit. Uit diepgaand onderzoek is gebleken dat er zich in het hart neurotransmitters (neuropeptiden) bevinden, waarvan men aanvankelijk dacht dat deze alleen in het brein voorkwamen. Deze peptiden gedragen zich als kleine stukjes hersens die zelfs door het hele lichaam blijken te zwalken en als sleutel tot cel-herinnering fungeren. Wat moeten we nu denken van het gedocumenteerde verhaal van een achtjarig joods jongetje dat omkomt bij een auto-ongeluk? Zijn dood betekent de redding van een driejarig Arabisch meisje met een ernstige hartafwijking. Zodra het meisje Reem is ontwaakt uit de narcose na de operatie, vraagt zij haar moeder om een joods snoepje waarvan zij de naam niet kon kennen...63 Deze en dergelijke opzienbarende getuigenissen vragen om verklaringen en zijn in de ethische discussie van orgaandonatie van groot belang. Zetelt de ziel in het hart of in de hersenen? De kleine hersenen kunnen eventueel operatief verwijderd worden zonder dat de patiënt overlijdt. De grote hersenen, en met name de buitenzijde, de hersenschors, hebben alles te maken met ons denken, willen, bewustzijn, voelen, ons ‘ik’, samengevat in ons psychologisch leven.64 Het woord ‘hersenen’ komen we nergens in de Bijbel tegen. Men kende toen de grote betekenis van deze organen niet. Jochemsen stelt dat lichaam, psyche (ziel) en geest van de mens onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Het typisch menselijke valt niet samen met de geest of met het bewustzijn dat zetelt in de hersenschors. Immers, anders zouden we patiënten in een onomkeerbare coma dood mogen verklaren en met hun toestemming hun organen mogen gebruiken. Wanneer iemand overlijdt, functioneert het organisme niet meer als één geheel. Uit Amerikaanse onderzoeken is gebleken, dat in de vitale organen van mensen (hart, longen, nieren) spirituele en energieën aanwezig zijn. Een menselijk orgaan bevat een afdruk van iemands individualiteit en er zijn aanwijzingen dat de ontvanger via zo’n orgaan ook een persoonlijkheidsoverdracht kan ervaren.65 Is hier sprake van inbeelding en autosuggestie?

De heilige Geest woont ook in iemand die lichamelijk gebrekkig is. Is deze heilige Geest nog in de mens als hij overleden is? Nee, de menselijke en Gods Geest zijn daaruit. Hoewel een overledene geen geest meer heeft is hij/zij nog steeds een persoon. Het lichaam is niet het waardeloze ‘stoffelijk overschot’ of ‘omhulsel’. Na Zijn afschuwelijk sterven aan het kruis, werd niet slechts Zijn ‘stoffelijk overschot’, maar Jezus Zelf in het graf gelegd (Joh.19:42). Het menselijk lichaam moet dus uit piëteit behandeld worden.

Volgens rabbijn Evers beziet het Jodendom de ziel en het lichaam als ‘parallellistische’ eenheden: alle componenten van de ziel hebben een materiële tegenhanger in het lichaam. Het lichaam is een fysieke uiting en neerslag van hogere hemelse gegevens.66

11.4 Hersendood

Cruciaal in de hele discussie over orgaandonatie is de vaststelling wanneer iemand echt overleden is. Dat medici het daarover niet volledig eens zijn moet ons argwanend en terughoudend maken. Bij coma, ook wel ‘schijndood’ genoemd, is nog wel sprake van elektrische activiteit in de hersenen. Het hart klopt normaal, de bloeddruk wordt door medicijnen geregeld, er wordt kunstmatige ademhaling toegepast. En de hersenen oefenen meestal nog wel enige functies uit.67 Indien hersenen langer dan 4 tot 6 minuten zuurstof missen, gaan deze dood: de klinische dood. Daarna is sprake van biologische dood. De totale hersendood treedt na een kwartier in, de nierdood na een uur, de spierdood na enige uren en de dood van de huid na vele uren.68Van hersendood wordt gesproken wanneer er sprake is van een volledig en onherstelbaar verlies van alle functies van de grote en kleine hersenen, inclusief de hersenstam en het verlengde merg. Dat iemand hersendood is, wordt afgeleid uit het ontbreken van reflexen; niet reageren op pijnprikkels zoals trekken aan en prikken onder nagels, aanraken van hoornvlies en inspuiten van vocht in de luchtpijp. Voor het vaststellen van de hersendood geldt een zgn. ‘Hersendoodprotocol’ waarin o.a. het elektro-encefalogram (EEG, de film van de hersenactiviteit moet bij herhaling vlak zijn) en de apneutest (i.v.m. ademhaling) zijn opgenomen. Een angiogram (meting van de bloeddoorstroming in de hersenen) wordt pas toegepast als een EEG niet mogelijk is of als de apneutest niet goed uitvoerbaar is. Een angiogram, de ultieme test, is dus helaas geen routinewerk in Nederland, wel in Noorwegen.69 Nabestaanden kunnen deze test eisen voordat zij toestemming tot orgaandonatie geven. Verder kan de lichtreflex in de oogpupil gecontroleerd worden. (pupilreflex) naast een onderzoek naar hoestreflex en geluidsprikkels. De hersendood is menselijk (!) gesproken onomkeerbaar. Vegetatief leven suggereert dat die mens tot het niveau van een plant is afgezakt, maar ondanks de ontluistering blijft hij of zij een levend mens.

Wanneer ben je gestorven? Velema gelooft dat een hypothetische onthoofde, wiens lichaam verder kunstmatig intact gehouden wordt, niet meer een levend mens is.70 Het hoofd is voor het leven essentieel en onmisbaar. Hier is dus sprake van een overledene en niet van een overlevende. Het lichaam zonder de geest is dood, zegt Jacobus (2:26). Jezus beval bewust Zijn geest in de handen van Zijn Vader, en gaf de geest (Lukas 23:46). Een Romeinse soldaat vergewiste zich van zijn dood door met een speer in zijn zij te steken. Daarop vloeiden bloed en water (serum en bloedbezinksel) er terstond uit, waaruit door de beul het overlijden geconcludeerd werd.71 Omgekeerd: toen het gestorven dochtertje van Jaïrus weer tot leven werd gewekt door de Here Jezus, “keerde de geest terug”.72 Toen de zoon van de weduwe door de profeet Elia uit de dood werd opgewekt “keerde de ziel terug”.73 Maar wanneer precies verlaat de geest of de ziel het lichaam? De ziel en de geest zijn onmeetbare, mysterieuze werkelijkheden. Zetelen ziel en geest zich in het hart of in het hoofd?

De vraag blijft: wanneer is iemand echt overleden: als hij hersendood is of pas als echt alle lichamelijke functies zijn uitgevallen? Of als er ontbinding intreedt? Men kan het tijdstip van overlijden afleiden uit de staat van ontbinding waarin het lichaam van de dode verkeert. Toegegeven: de vergelijking is niet ideaal, omdat de mens geen machine is, maar je zou het toch enigszins kunnen vergelijken met een voertuig waarvan de motor door een defect uitvalt. De beweging die het voertuig had, neemt geleidelijk af (het staat dus niet met een schok stil), de motor voelt eerst nog warm aan. Is het vehikel defect of total loss?

Er blijken merkwaardige verschillen te bestaan in het tijdstip van sterven dat wordt ingevuld op overlijdensverklaringen van patiënten die hersendood verklaard zijn. Als zij géén orgaandonor willen zijn, worden de apparaten uitgezet. Dan stopt de ademhaling en later houdt het hart op met kloppen. Dat is dan het moment van overlijden. Bij hersendoden die echter wèl orgaandonor zijn, wordt het moment waarop de hersendood is vastgesteld als overlijdenstijdstip op de verklaring ingevuld...

Een hersendóde kan (kunstmatig) in léven gehouden worden. Hoezo leeft een dood lichaam? Is de hersendode nu een patiënt of een dode? Of: wanneer is een levend lichaam dood? Het verwarrende is dat een hersen-”dode” nog kan ademen, geen lijkkleur heeft, warm aanvoelt, een kloppend hart en bloedcirculatie heeft en urine produceert. De spieren kunnen nog bewegen. Heel opmerkelijk is het verschijnsel dat een hersendode vrouw kunstmatig in leven kon worden gehouden om haar foetus te laten overleven. Haar hormoonregulatie voor het juiste verloop van de zwangerschap werkte nog prima.74,75 Hoe kan een dode een levend kind voortbrengen?? Tijdens het uitnemen van de organen krijgt de hersendode een volledige narcose, maar niet om de pijn te bestrijden, want deze persoon voelt immers niets meer, wel om de spieren te verslappen. Om te kunnen voelen moet de hersenstam actief zijn en dat is bij een hersendode niet meer het geval. Bij een ’echte dode’ lijken haren en nagels nog enkele uren door te groeien.

Bij coma (een diepe slaap, bewusteloosheid, zelfstandige ademhaling), schijndood en klinisch dood (geen spontane circulatie noch ademhaling meer, maar door actief ingrijpen kan dit hersteld worden) oefenen de hersenen nog enige functies uit. Wat zegt het niet-functioneren van een orgaan of ander lichaamsdeel over de vraag of er nog leven schuilt in dat orgaan/lichaamsdeel? Indien iemands arm volledig verlamd en gevoelloos is, is er sprake van een totaal functieverlies van de arm, maar de arm is niet afgestorven, hij is niet dood. Hij zal ook niet geamputeerd worden. Waarom wordt bij de hersenen dan wel “functieverlies” als criterium voor “hersendood” aangehouden?? Volgens het boekje van de stichting Donorvoorlichting is iemand dood “als zijn lichamelijke-geestelijke eenheid geheel en voorgoed uiteengevallen is” (p.74). Is dus een hersendode inderdaad dood, of stervende? Sterven is eerder een proces dan een moment. Of een combinatie? Medici zijn niet eenstemmig over dit moeilijke punt van de hersendood. In o.a. Portugal en Engeland geldt iemand reeds als hersendood als alleen de hersenstam is uitgeschakeld. Sommige Nederlandse artsen betogen dat diep in de zogeheten midden-hersenen mogelijk nog enige cel-activiteit te meten is. Zij spreken dan ook liever van veronderstèlde hersendood.76 De hersenstam, waar het ademhalingscentrum zit, is niet met een EEG te meten. Bij ongeveer 20 tot 30 % van de hersendood-verklaarde patiënten is nog sprake van enige restfuncties. Drs. Kompanje noemt een nog werkende hypothalamus als deel van de hersenen dat een belangrijke rol speelt in de hormoonhuishouding.77 Kortom, waarom zijn er wereldwijd verschillende criteria omtrent het begrip ‘hersendood’? Wat te zeggen van tal van publicaties van bijna-dood ervaringen met situaties waarbij hersendood werd gemeten en de patiënt het achteraf kon navertellen omdat hij toch weer bij bewustzijn kwam?78

Jan Kerkhoffs (59) uit Limburg werd in 1992 hersendood verklaard. Een week nadat hij van de apparatuur werd gehaald, in de verwachting dat het wel snel met hem zou aflopen, kwam hij bij kennis... Het bleek dat hij uit zijn coma ontwaakte!79 Foutje door verkeerde diagnose... Op 16 oktober 2011 belandt de toen 19-jarige Carina Melchior na een ernstig ongeluk in het ziekenhuis in het Deense Aarhus. De artsen constateren ernstig hersenletsel en achten het intreden van de hersendood onvermijdelijk. Carina's ouders stemmen in met de donatie en transplantatie van de organen van hun dochter. De ouders van Carina krijgen van artsen te horen krijgen dat er absoluut geen hoop meer is voor hun dochter. En mocht ze tegen alle verwachtingen in toch nog uit haar coma ontwaken, ze zeer zwaar gehandicapt zal zijn en geen menswaardig bestaan zal kunnen leiden. Mede op grond van deze diagnose stemmen de ouders van Carina in met de orgaandonatie. Maar kort daarop gebeurt er een wonder: Carina ontwaakt uit haar diepe coma en herstelt zich wonderbaarlijk snel. Ze leert opnieuw praten, eten en lopen. Enkele maanden later rijdt Carina weer op haar paard. Waarom maakten zij zo'n grote inschattingsfout over de kansen van Carina? Waren zij erop uit om de organen van Carina zo snel mogelijk te verkrijgen voor transplantatie? En is er sprake van een medisch wonder of toch vooral van medisch falen?

Carina's ouders hebben inmiddels een klacht ingediend tegen de artsen in het ziekenhuis. Daarnaast hebben zo'n 500 Deense orgaandonoren zich direct na uitzending van de documentaire teruggetrokken. En is er in Denemarken een verhit debat ontstaan over de wijze waarop ziekenhuizen omgaan met hersendood en orgaandonatie. 80

Dan de casus van Esmee Feenstra. Zij was hersendood verklaard, zij droeg een donorcodicil en de artsen stonden op het punt om haar organen uit te nemen. Haar zusje vertrouwde het niet en hield de operatie tegen, de “donor” is nadien geheel hersteld.81
Op de Amerikaanse website Organ Facts staan diverse verhalen van hersendood verklaarde mensen op wie een uitneemoperatie uitgevoerd had moeten worden. De operatie ging niet door en zij kunnen het navertellen.82

Overal, dus ook in ziekenhuizen, geldt dat de mens feilbaar is. Ondanks alle zorgvuldigheid kunnen en worden (fatale) fouten gemaakt. Gelukkig horen medische missers tot de uitzonderingen. Deze dodelijke vergissingen mogen we niet laten ontwikkelen tot oncontroleerbare Indianenverhalen. Koekkoek stelt: “... terwijl soms hersendoden weer in het leven teruggekeerd zijn”, helaas zonder dit te documenteren.83 Uit diverse (zendings)verhalen blijkt trouwens dat er nog steeds wonderbaarlijke opstandingen uit de dood plaats vinden.84 De stichting Bezinning Orgaandonatie meent dat het niet vaststaat dat iemand inderdaad dood is, wanneer de neuroloog zegt dat de hersendood is ingetreden.85 “Juridisch wordt een donor eerst dood verklaard, als na het verwijderen van de organen de beademing beëindigd wordt en de hartstilstand intreedt”.86 Als zijn organen verwijderd worden, sterft de hersendode pas echt. Is het uitnemen van een orgaan ook een bijdrage aan iemands (de donor) sterven? Ook al is de een z’n dood de ander z’n brood, dan heet dit toch moord met voorbedachten rade. Moorden is verboden, ook wanneer het de bedoeling is een ander leven te redden. Daarom heeft men het begrip "hersendood" in het leven geroepen.

‘Hersendood betekent dat 4 % van het lichaam onherstelbaar is beschadigd. Bij orgaandonatie wordt 96 % in leven gehouden om organen eruit te kunnen halen. Mensen krijgen narcose toegediend voor de organen eruit worden gehaald. De wet zegt: ‘hersendood is dood.’ Er zijn echter verhalen van zeker twaalf vrouwen bekend die hersendood waren en aan de beademing lagen tot ze een kind baarden. De wet praat over het beademen van het stoffelijk overschot. Maar een lijk hoef je toch geen narcose te geven of te beademen?! Een lijk kan geen kind baren. Dus bij de diagnose ‘hersendood is dood’ kun je vragen stellen. Tussen het moment van leven en dood zit een periode van sterven die uren, soms dagen duurt. Die stervensfase wordt bekort door het uithalen van organen. Als je dat met liefde doet, is dat prima. Ik ben geen principiële tegenstander van orgaandonatie. Maar ik ben voorstander van dat men weet waar men over beslist. De voorlichting over orgaandonatie is te eenzijdig’87, aldus de cardioloog P. van Lommel, die bijna-doodervaringen onderzocht en erover publiceerde. Van Lommel stelt verder dat het eigen stervensproces sterk beïnvloed en versneld wordt door het operatief verwijderen van organen. Hij stelt de volgende vragen: hoe staat het met de stervensfase van mensen die uren tot dagen kan duren? Wanneer is iemand volgens de richtlijnen hersendood? Het stervensproces verloopt voor elk persoon verschillend en vindt plaats op het niveau van organen tot cellulaire en subcellulaire niveaus, waarbij elk systeem een eigen proces en tempo van afbraak heeft. Als de diagnose ‘hersendood’ wordt gesteld, moet men zich realiseren dat 96 % van het lichaam ‘levend’ is en ‘levend’ wordt gehouden, terwijl volgens de wet de patiënt ‘dood’ is. In de wet wordt gesproken over ‘het beademen van het stoffelijk overschot’, terwijl elke arts en elke leek weet dat het onmogelijk is om een ‘echt’ stoffelijk overschot uit het mortuarium met succes te beademen.88 Bij het uitnemen van de organen bij ‘overleden’ patiënten, is meestal anesthesie (narcose) noodzakelijk, vanwege het zogenaamde ‘Lazarus-syndroom’; dit zijn heftige afweergebaren van de officieel reeds gestorven orgaandonor. Een stoffelijk overschot zou toch geen anesthesie nodig hebben? Hersendood verklaarde patiënten tonen ook significante veranderingen in bloeddruk, vaatweerstand en hartslag tijdens hun operatie wegens het verwijderen van hun organen voor donatie, hetgeen alleen mogelijk is als er nog gedeelten van de hersenen en ruggenmergreflexen intact zijn.89 Hoe kan een lichaam met een dood verlengd merg en waar spierverslappers aan zijn toegediend, spasmen hebben? Hoe kan de bloeddruk stijgen? Hoe kan het adrenaline gehalte 20 x zo hoog worden bij een “stoffelijk overschot” zoals de Wet op de Orgaandonatie het uitdrukt? Gezien de verhalen van hen bij wie de uitneemoperatie niet doorging, is er reden om de reflex-theorie te betwijfelen.

Wanneer de donor niet reageert op pijnprikkels, draagt dat bij aan de vaststelling dat hij hersendood is. Maar als hij op ingrepen zoals snijden en zagen reageert nadat hij hersendood is verklaard, worden die reacties beschouwd als reflexen die niets met pijnbeleving te maken zouden hebben. Hier lijkt sprake van een inconsistentie. Omgekeerd: dat de donor niet reageert op pijnprikkels, wil niet automatisch zeggen dat hij ze niet voelt.

Dat bovendien het aantal artsen dat weigert aan transplantatieoperaties mee te werken toe neemt90, moet ons ook tot nadenken stemmen.

De cardioloog Van Lommel bespreekt honderden gevallen van mensen wier hersenfuncties waren uitgevallen maar die allemaal eenzelfde soort herinnering hebben. Verwezen wordt naar heel veel literatuur. Onder meer wordt een goed gedocumenteerde casus besproken van een vrouw van wie alle hersenfuncties waren uitgevallen en die als hersendood moest worden beschouwd. Zelfs haar hart werkte niet meer vanwege een geforceerde onderkoeling. Deze vrouw kon naderhand exact beschrijven wat zich in de operatiekamer had afgespeeld.91

Wie de mening heeft dat een hersendode een stervende is die nog een ziel heeft, kan toch geen donor zijn. Moeten we niet, omdat we niet weten wanneer de geest en/of de ziel een mens verlaat, de stervende mens met rust laten?! Nieren (in tegenstelling tot hart, lever en longen) kunnen tot drie kwartier na de dood (en weefsels nog langer daarna), geschikt zijn voor andere patiënten.92

Oud advocaat dr. F. Stadermann, probeerde antwoord te vinden op de vraag Kan ten volle worden uitgesloten dat de orgaandonor die hersendood is verklaard, op enigerlei wijze ervaart dat bij hem operatief organen worden uitgenomen?93
Zijn samenvatting en conclusies luiden:

1. Het begrip hersendood
- gaat er vanuit dat iemand dood is terwijl 96% van het lichaam nog functioneert,
- is alleen in het leven geroepen om orgaandonaties mogelijk te maken,
- wordt ook in neurologische kringen gezien als “iets kunstmatigs”.
2. Er is internationaal een stroom aan wetenschappelijke publicaties waarin “hersendood” als juist criterium voor het vaststellen van de dood in twijfel wordt getrokken of zelfs bestreden.
3. Bij uitneemoperaties kunnen de reacties van de donor overeenkomen met die van een patiënt die tijdens een operatie te weinig narcose ontvangt.
4. Er zijn veel beschreven ervaringen van patiënten die hersendood zijn geweest en daaraan herinneringen hebben.

Gelet op dit alles kan niet – en zeker niet ten volle - worden uitgesloten dat de orgaandonor voelt en/of begrijpt dat bij hem organen worden uitgenomen.

Tekenend is dat de Reclame Code Commissie de Staat adviseerde om bij zijn campagne voor orgaandonatie geen gebruik meer te maken van de term 'na overlijden’, omdat er bij orgaandonatie in die context geen sprake is van overlijden in de gebruikelijke zin van het woord.

Op het gebied van leven, sterven en dood blijken meer vragen te stellen dan te beantwoorden. Doen we er daarom dan niet goed aan om ons aan de veilige, zekere kant te houden?! Bij twijfel niet inhalen... Juist vanwege dit wazige overgangsgebied vinden begrijpelijk veel potentiele orgaandonors een keuze vóór donatie doodeng en weigeren zich aan te melden.

De vraag wanneer een persoon echt overleden is, is in deze discussie meer dan urgent.

11.5 Overwaardering

Een nieuw orgaan moeten we niet idealiseren. Ondanks het ontvangen van een nieuw orgaan ontstaat er bepaald geen normale levensverwachting, want de rest van zijn leven zal de ontvanger onderworpen zijn aan een intensief medisch controlesysteem wegens het gevaar van afstotingsreacties, bijwerkingen van afweer onderdrukkende medicijnen en loopt een grotere kans op kwaadaardige ziekten, hoge bloeddruk, suikerziekte of ernstige infecties en dat nog afgezien van mogelijke en onbekende psychische gevolgen.94

11.6 Achterhaalde protocollen

De protocollen geven het geheel een juridische stevigheid. Het medische team dat de donor tot het moment van overlijden behandelt, hoort voor zijn/haar leven te vechten, en moet volgens het protocol strikt gescheiden zijn van het medische team dat zorg draagt voor het uitnemen van de organen. Het zal echter nog moeten blijken hoe dit alles in de praktijk werkt. Hoe vaak is er niet de hand gelicht met de voorschriften voor abortus provocatus en euthanasie...?!95 Niemand kan garanderen dat alle artsen zeer zorgvuldig te werk zullen gaan. Het is niet ondenkbaar dat men bijvoorbeeld over vijf jaar anders over de criteria van hersendood gaat denken. We moeten dus alert blijven op de onstuitbare ontwikkelingen op gebied van de lichaamsdonaties, en eventueel onze mening en keuze bijstellen.

11.7 Overschreden afspraken

Bij abortus wordt de grens tussen leven en dood vaak overschreden. Van ongeboren kinderen uit de vroege zwangerschap kan weefsel zo worden bewerkt, dat het overgebracht kan worden in een ander mens, bijvoorbeeld in de hersenstam van Parkinson-patiënten. De foetus dus als donor. De symptomen van Parkinson zijn beven, stijfheid en traagheid. Op zich is deze ziekte niet dodelijk. Als medicijn worden de hersenen van foetussen (mensjes!) na een abortus- provocatus, een spontane abortus of miskramen, gebruikt. Bij voorkeur moeten de embryo’s nog levend zijn... Vanaf de conceptie is er echter sprake van eerbiedwaardig mensenleven. Maar het doel (genezing) heiligt niet de middelen (“materiaal”! van een foetus).96 97 Dat deze praktijk niet fictief is, maar daadwerkelijk voorkomt, blijkt uit een onthutsend bericht uit de VS. Planned Parenthood wordt ervan beschuldigd lichaamsdelen van geaborteerde baby’s te verkopen, bijvoorbeeld aan een biomedisch bedrijf dat de lichaamsdelen wil gebruiken voor onderzoek. Naar levers is veel vraag, maar hoofden van ongeboren baby’s zijn het duurst. Om onbeschadigde hoofden te krijgen worden de baby’s eerst gedeeltelijk ter wereld gebracht (partial birth) voordat ze worden gedood.98 Over orgaanhandel straks meer.

11.8 Eindeloos verbouwen

Het lichaam van een christen is als een tempel. Die tempel van de heilige Geest is door Paulus genoemd in contrast met een afgodentempel, waar hoererij bedreven werd. Moeten we, omdat ons lichaam als een tempel van de heilige Geest is (1Kor. 6:19), donatie afkeuren? Analoog is de vraag: mag je dan eigenlijk wel een mens opereren, en desnoods iets van zijn of haar lichaam (bijvoorbeeld een borst) amputeren, een rotte kies trekken, een kankergezwel bestralen, een ontstoken blinde darm verwijderen? Dit is geen verminking, maar een ingreep die veel ergers voorkomt. Tussen leven en dood ligt een schemergebied, want verschillende delen van het lichaam sterven niet tegelijkertijd. De laatste cellen die sterven zijn waarschijnlijk stamcellen, die in dood weefsel een poos overleven in sluimerstand. In een experiment bleek het 17 dagen na de dood nog mogelijk stamcellen uit de spieren van overleden mensen op te kweken. Ongeveer 500 genen zijn ná de dood zelfs actiever dan daarvoor, schrijven biologen in Open Biology, een academisch tijdschrift van de Britse Royal Society. Het is trouwens een wijdverbreid fabeltje dat nagels en haren zouden doorgroeien na de dood. Door verstijving van spieren en uitdroging van de huid komen haren en nagels hoger te liggen.99

11.9 Handel in organen

Nederland werkt voor orgaandonatie samen met zeven andere Europese landen: België, Duitsland, Kroatië, Hongarije, Luxemburg, Oostenrijk en Slovenië. Deze landen zijn verenigd

in de organisatie Eurotransplant. Bij orgaandonatie is per definitie spraken van een donatie, een vrijwillige, onbetaalbare gift. Commerciële handel in organen leidt tot ongelijkheid omdat dan de organen naar de hoogste bieder gaan in plaats van naar de patiënt die ze het hardst nodig heeft. Door het grote tekort aan organen groeit de zwarte handel in organen schrikbarend. Er valt grof geld aan te verdienen. China, Pakistan en India staan in de top 3 van de illegale nierhandel. In Derde Wereldlanden als Pakistan, Mexico, India, Colombia en Egypte is het mogelijk om (illegaal) een nier tegen hoge bedragen te kopen. In China worden wel organen van geëxecuteerde gevangenen, zonder hun toestemming, verwijderd en verkocht.100 Maar vanaf nov. 2013 maakt China geleidelijk een eind aan de omstreden praktijk om organen van geëxecuteerde gevangenen te gebruiken voor transplantaties. Lange tijd ontkenden de autoriteiten deze praktijken. Mensenrechtenorganisaties schatten dat jaarlijks duizenden gevangenen worden geëxecuteerd.101 Dit wordt helaas bevestigd. Ondanks het feit dat China in 2014 beloofde te stoppen met systematisch ‘oogsten’ van organen bij geëxecuteerde gevangenen, handelen Chinese ziekenhuizen nog steeds op grote schaal in menselijke organen. Deze ‘industrie’ verkoopt jaarlijks 60.000 tot 100.000 organen (lever, nieren, hart, handen, alvleesklier, hoornvlies, darmen, schildklier, haren en beenmerg), afkomstig van niet-vrijwillige donors. De organen zijn vooral afkomstig van geëxecuteerde gevangenen (gewetensgevangenen, critici van de Communistische Partij, aanhangers van de verboden Falun Gong beweging, Oeigoerse moslims, Tibetanen en christenen), zo staat te lezen in het 800 pagina’s dikke en gedetailleerde rapport ‘Bloedige oogst / De slachting, een update’. Sommige donors zouden nog niet overleden of zelfs niet verdoofd zijn. Het betreft hier lang niet een verdienste, maar ideologie, massamoord. Mensen die deze wandaden aan de kaak willen stellen worden uit de weg geruimd. Peking noemt de verdenkingen ‘onzin en ongefundeerd’, maar houdt het aantal doodstraffen per jaar geheim.102 Ook elders in Azië zijn misdaden met donoren aanwijsbaar. Ter dood veroordeelden op de Filippijnen konden rekenen op gratie als zij een nier afstonden. Zo konden zij dus hun vrijheid kopen.103 Ontvangers betalen 10.000 tot 200.000 euro, terwijl donoren 0 tot 13.000 euro krijgen.104 Handel in organen is wereldwijd (met uitzondering van Iran), dus ook in Nederland bij de wet verboden, en komt gelukkig niet voor, dacht men... De wet schrijft voor dat nierdonatie geen commercieel oogmerk mag hebben. Niet alles is echter zo zwart-wit. ‘Waarom zou je een orgaan niet kunnen verhandelen, we zijn toch eigenaar over ons eigen lichaam?! Zo zou je de wachtlijsten kunnen reduceren.’ – aldus pleiten voorstanders van orgaanhandel. De grote vraag is of die verhandeling vrijwillig of gedwongen is. In Nederland is de maximumstraf een jaar cel of een boete van 19.000 euro.105 Orgaanhandel is echter ook in Nederland een feit. Twee criminologen, onderzoekers van het Erasmus MC, vinden dat er een meldpunt moet komen waar artsen misstanden kunnen melden bij de politie, zonder hun beroepsgeheim te schenden.106

Zorgverzekeraar Univé is indirect betrokken geraakt bij de commerciële orgaanhandel door de financiering van een orgaantransplantatie, tegen betaling uitgevoerd in Pakistan. Ofschoon de handel in organen ook in landen als India en Pakistan bij wet verboden is, geeft de praktijk een geheel ander beeld. Het bestaan van illegale commerciële netwerken van orgaanhandel in landen als Moldavië, Turkije, Oekraïne en Israël werd mede bevestigd door Europol.107 De Israëlische opperrabbijn Israël Lau heeft trouwens wel zijn zegen gegeven aan de verkoop van menselijke organen die bestemd zijn voor transplantaties, mits het leven van de donor niet in gevaar komt.108

Van een medische behandeling blijven er vaak allerlei lichaamsmaterialen over, zoals bloed dat is afgenomen voor onderzoek of een tumor die chirurgisch is verwijderd. De vraag is of deze materialen nog voor andere doeleinden, zoals medisch onderzoek mogen worden gebruikt, en of deze commerciële waarde hebben.

Het kopen van bloed mag vanwege gezondheidsrisico’s in Nederland en andere Europese landen niet. Maar gekocht bloed mag wel geïmporteerd worden. En dat kan afkomstige zijn van straatarme Amerikanen die niet helemaal eerlijk zijn geweest over hun gezondheid.109

11.10 Verstoord rouwproces

Tussen de 0,3 en 0,6 % van de potentiële donateurs zullen inderdaad een of meerdere organen of weefsels geven. Feitelijk is succesvol transplanteren alleen mogelijk als ‘voldoende mensen voortijdig sterven als gevolg van gewelddadige ongevallen..’. Dus hoe minder veiligheid, hoe groter het succes van orgaantransplantaties. Ver vóór een eventueel tragisch ongeluk kan men wel nuchter een goedkeurend besluit tot donatie nemen; als het moment werkelijk daar is, zal dit natuurlijk heel emotioneel, en mogelijk traumatisch zijn. Probeert u het zich voor te stellen: hoe lijkt het u om afscheid te nemen van een geliefde die nog beademd wordt, warm aanvoelt, kortom in leven lijkt te zijn? Besef dat artsen geen pastors zijn. De nabestaanden dienen zich dus goed te bezinnen op de rouwverwerking. De dode donor met een levend hart, ademend met werkende organen wordt weggereden en komt totaal levenloos weer terug. Nabestaanden zijn niet welkom bij de operatie(s) om organen te verwijderen. Wie vangt je dan op? Rouw is de natuurlijke prijs van de liefde. Hoe afscheid te nemen? Sommigen krijgen wroeging omdat ze het idee hebben dat ze de overledene in de laatste momenten van zijn leven in de steek hebben gelaten. Voordat u uw formulier invult, is het verstandig om aan uw familie en/of vrienden uw meningen en wensen bekend te maken, want men kan persoonlijke wensen niet vastleggen in het Donorregister. Het Donorregister adviseert u om uw persoonlijke wensen ook met uw naasten te bespreken zodat zij hiervan op de hoogte zijn. Zij kunnen uw wensen na uw overlijden kenbaar maken aan de arts. Dit is echter geen garantie dat de arts uw persoonlijke wensen kan uitvoeren.

12. Conclusie

Interessant , maar ook verwarrend is het om de Nederlandse regelgeving omtrent orgaandonatie te vergelijken met die in het buitenland. De nieuwe wet en het protocol kunnen weer vernieuwd of aangepast worden. Blijf dus alert.
Het is mogelijk om aan te geven een eventuele donatie bij het leven te willen, maar tegen het afstaan na sterven bezwaar aan te tekenen.

Indien u uw mening over en uw wil voor donor- en weefseltransplantatie wilt herzien, kunt u altijd een wijziging doorgeven op de site www.donorregister.nl (Digitale handtekening (DigiD is noodzakelijk) of deze insturen naar het donorregister: Postbus 12115, 100 AC Amsterdam (tel. 0900-8212166) Een blanco donorverklaring kunt u ophalen bij uw huisarts en apotheek. Tip: kopieer voor uzelf en nabestaanden uw antwoordformulier, hoewel mensen die hun keuze hebben laten vastleggen in het Donorregister krijgen daarvan een bevestigingsbrief. Bij de brief ontvangen zij een papieren pasje waarop hun naam en gemaakte keuzen staan. Dit pasje hoeft men niet bij zich te dragen, maar is bedoeld om later nog eens na te kunnen kijken wat men had vastgelegd.

Kies dan het leven! Wij wensen u in de afwegingen veel wijsheid en vrede toe.
“Laat iedereen zijn eigenovertuiging volgen. ... Niemand van ons leeft voor zichzelf, en niemand van ons sterft voor zichzelf. Zolang wij leven, leven wij voor de Heer; en wanneer wij sterven, sterven we voor de Heer. Dus of we nu leven of sterven, wij zijn altijd van de Heer. Want Christus is gestorven en weer tot levend gekomen, om te heersen over de doden en de levenden”.
110

drs. W.J.A. Pijnacker Hordijk

Update juni 2017

Geraadpleegde literatuur
* dr. J. Douma,
Rondom de dood (Kampen: van den Berg, 1984), 172 pp.
* Dirk van Genderen,
Opnieuw: orgaandonatie, Visie, 3-9 mei 1998
* dr. M. Heideveld,
Na “toestemming” en “geen bezwaar” -celbiologische ontwikkelingen vragen om nieuwe ethische bezinning rond orgaandonatie, Reformatorisch Dagblad, 6-7-1995 * dr. ir. H. Jochemsen, Gave van een overledene, Schuilplaats, datum?
* ds. H.G. Koekkoek,
Orgaandonatie de Bijbel en ik (Alphen a/d Rijn: st. Het Licht des Levens, 1998), 50 pp.
* dr. W.J. Ouweneel,
Operatie supermens, (Amsterdam: Buijten en Schipperheijn, Groningen: de Vuurbaak, 1975), 272 pp.
* Paul Pearsall,
Het Geheugen Van Het Hart (Rotterdam: Lemniscaat, zj), 271 pp., vertaling van The Heart’s Code – Tapping the Wisdom and Power of Our Heart Energy The New Findings About Cellular Memoires and Their Role in the Mind/Body/Spirit Connection (New York: Broadway Books, 1998)
* dr. D. Pranger,
Kerken en Orgaandonatie -feiten en meningen ter ondersteuning van de discussie binnen de kerken (Bussum: Nierstichting Nederland, 1995), 27 pp.
* Teun J. de Ruiter, Vlugschrift:
Voorlichting inzake de wettelijke regeling ‘Donorcodicil’, 6- 3-1998
* dr. R. Seldenrijk,
Organen en weefsels op reis, (Leiden: Groen & Zoon, 1993), 222 pp.
* J. Slabbekoorn,
Orgaandonatie vraagt om bezinning, Reformatorisch Dagblad 16-4-1998
* drs. A.A. Teeuw,
Wilt u donor zijn? -een praktisch-pastorale handreiking bij orgaandonatie (Heerenveen: Groen & Zoon, 1998), 64 pp.
* dr. W.H. Velema,
Rondom het levenseinde -ethische en pastorale overwegingen (Kampen: Kok, 1971), 77 pp.
* drs. R.J.F. van der Ven (arts), lezing op 22-4-1998 in de Vrije Baptisten Gemeente te Papendrecht
* drs. P.J. Vergunst,
Als de dominee over de dam is, Reformatorisch Dagblad, 18-6-1993, interview met de biomedicus dr. R. Seldenrijk, n.a.v. zijn boek Organen en weefsels op reis.
* ?, De meest gestelde vragen over orgaan- en weefseldonatie (Hilversum: St. Donorvoorlichting, 1998), 116 pp.

1 Het menselijk lichaam Zijn of hebben wij een lijf? biowetenschappen en maatschappij, kwartaal 1, 2013 2 Kol.4:14
3 Luk.10:34, 1Tim.5:23
4 Auke van Eijsden, Bijna kwart Nederlanders orgaandonor, Nederlands Dag blad, 6-1-2016

5 Floor Rusman, Moet dat, nadenken over je organen?, NRC.next, 12-2-2016
6 Carla Dik-Faber (2e Kamerlid voor de Christen Unie, als daad van christelijke naastenliefde geregistreerd donor) Donor, geen automatisme, Nederlands Dagblad, 13-6-2016
7 Theoloog des Vaderlands Janneke Stegeman ‘Ik ben mijn lijf, ook als ik niet meer adem’ in artikel van Peter Henk Steenhuis en Nico de Fijter, Blijft je lever altijd van jou? Trouw, 15-9-2016
8 Gerard Beverdam en Sjoerd Mouissie, D66-plan voor orgaandonatie sneuvelt en ‘Automatisch donorschap is niet te rechtvaardigen’, Nederlands Dagblad 8-6-2016
9 Door de wijziging is duidelijk wie bewust heeft ingestemd en wie niet. Zo zijn er op de vraag of iemand orgaandonor wil zijn drie mogelijke antwoorden: ‘ja’, ‘geen bezwaar’ en ‘nee’.
10 Zoals bij een ander ethisch onderwerp: de abortuswet. In de periode van het eerste kabinet van van Agt werd een wetsontwerp van de Ruiter (CDA) en Ginjaar (VVD) in de Tweede Kamer op 18 december 1980 met de kleinst mogelijke meerderheid goedgekeurd (76 stemmen voor, 74 stemmen tegen). In april 1981 werd het ook door de Eerste Kamer met een nipte meerderheid (38 voor, 37 tegen) aangenomen. Deze wet trad, door middel

23

van het Besluit Afbreking (een eufemistisch woord) Zwangerschap van 17 mei 1984, in werking op 1 november 1984. Hoeveel kinderen zijn er sindsdien niet meer of is er pas sprake van een kind sinds de 24e week?
11 Duizenden orgaandonoren trekken zich terug, Nederlands Dagblad, 16-9-2016
12 Aaldert van Soest, Veel vaker ‘nee’ tegen orgaandonatie en ‘Debat over orgaandonatie maakt mensen onzeker’, Nederlands Dagblad, 19-10-2016

13 R.J.F. van der Ven, 2e stelling gehaald uit het NRC.

14 Britta van Beers (universitair hoofddocent rechtsfilosofie aan de Vrije Universiteit), Orgaandonor weet te

weinig, Nederlands Dagblad, 21-9-2016

15 Aaldert van Soest, Vasstellen hersendood vereist veel onderzoek, Nederlands Dagblad, 17-12-2016

16 Theo Boer (universitair docent ethiek aan de PThU in Groningen), Orgaandonatie is geen plicht, Nederlands

Dagblad 19-9-2016, en ‘Je lichaam is helemaal van jou, ook als je dood bent’ in artikel van Peter Henk Steenhuis

en Nico de Fijter, Blijft je lever altijd van jou? Trouw, 15-9-2016

17 Petra Noordhuis, ‘Nierdonatie via Facebook oneerlijk’, Nederlands Dagblad, 1-3-2014

18 Sander Voormolen, Euthanasiepatiënt zou vaak een geschikte orgaandonor kunnen zijn, NRC Next, 12-4-

2017 Uit Amerikaanse medische tijdschrift JAMA door promovendus Jan Bollen van Maastricht UMC.

http://jamanetwork.com/journals/jama/article-abstract/2616383

19 Josien Kodde, Bespreek donatie bij euthanasie en ‘Ik wil euthanasie, kan ik organen doneren?’ Tubantia, p. 1

en 4, 5 , 15-10-2016

20 21 22 23 24 25

http://joodsleven.nl/Maatschappij/Levende-Orgaantransplantatie.htm#_ftnref2
ANP,
Joodse Nederlanders onderling verdeeld over orgaandonatie, Reformatorisch Dagblad, 11-4-1998

Aaldert van Soest, Vaststellen hersendood vereist veel onderzoek, Nederlands Dagblad, 17-12-2016 www.haarwensen.nl
A.M. Alblas,
Nier afstaan via een kijkoperatie, Reformatorisch Dagblad, 6-5-1998

dr. W.J. Ouweneel noemt het ‘heterotransplantatie’, Operatie Supermens, p. 85, idem dr. J. Douma in

Rondom de dood, p. 117

26 Wim Köhler, Experiment zet donatie met orgaan van een dier terug op de agenda, NRC, 27-1-2017, dit artikel

is gebaseerd op een artikel in Nature van 26-1-2017

27 Pred.3:18-21, 12:7

28 Paul Meinders, De bezwaren zijn niet principieel, Koers 6-3-1998, hij interviewt dr. D.J. Bac, die het boek

‘Op het leven’ van rabbijn mr. drs. R. Evers aanhaalt.

29 dr. M. Heideveld, Dieren als leveranciers van reserveorganen, “Xenotransplantatie: het enige wat sommige

willen, is de eerste zijn”, Xenogetransplanteerde valt onder de Wet milieugevaarlijke stoffen. Reformatorisch

Dagblad , RD accent p. 10, 21-2-1998

  1. 30  dr. W.H. Velema, p. 35

  2. 31  René Fransen, Varkenslever à la mens, Nederlands Dagblad, 7-6-2016

  3. 32  R. Singelenberg, Jehova’s toleranter over bloedtransfusie, Trouw, 1-5-1998

  4. 33  De meest gestelde vragen over orgaan- en weefseldonatie, p. 100

  5. 34  Lev.17:11, Hebr.9 (:22)

  6. 35  R.J.F.vandeVen

  7. 36  J. van Klinken, Lobby geslaagd, patiënt overleden, hemofiliepatiënten vinden dat COC over hun emoties

heenwalst, en Verbijstering over COC. Reformatorisch Dagblad, p.5, 11-12-1997

37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49

Anca Boon, Vraag naar donors van stamcellen, Nederlands Dagblad, 1-4-2017. www.matchis.nl Explantatie of vitrocultuur is het kunstmatig kweken van levende weefsels buiten het lichaam.

W. van Hengel, Daniëlle kan weer helder zien, Reformatorisch Dagblad, 28-2-1998, p. 13 https://nl.wikipedia.org/wiki/Draagmoeder
Anneke Stoffelen,
Via DNA-databank anonieme vader vinden, Nederlands Dagblad 31-5-2017 Schippers hoopt dat zaaddonors zich melden, Nederlands Dagblad, 3-6-2017 http://www.donordetectives.nl/

https://www.youtube.com/watch?v=BCtVlfG3r0g
Maria Cheng,
Marie Erikson gaf baarmoeder aan dochter, Nederlands Dagblad, 10-10-2016

André den Exter, Donorlichaam gezocht voor hoofd, Nederlands Dagblad, 28-4-2017 ds. H.G. Koekkoek, p. 17
Jac.1:5

vgl. Mat.7:12: “Alles nu wat gij wilt, dat u de mensen doen, doet gij hun ook aldus: want dit is de wet en de profeten.”

  1. 50  ?, Orgaandonatie mag bij Joden onderling, Reformatorisch Dagblad, 19-4-1995

  2. 51  2 Sam.13:39, 18:33, 19:6

  3. 52  Ex.32:32, Rom.9:3

  4. 53  Mat.20:28, Joh. 11:50-52, 18:14, 2 Kor.5:15

24

  1. 54  2Kon.20, 2Kron.32, Jes.38

  2. 55  rabbijn mr. drs. R. Evers, Orgaandonatie maakt inbreuk op integriteit van het lichaam, Reformatorisch

Dagblad, 2-1-1998
56 Mat.18:7-9, Marc.9:43-48
57 Getuigenis van Anjo van de Mortel in Hilde van Halm, Complexe vragen over orgaandonatie, Geloven in Nederland, sept. 2015, p. 45
58 Spr.23:26
59 ds. H.G. Koekkoek, p. 19
60 B. van der Ros, Orgaantransplantatie mist bijbelse grond, Reformatorisch Dagblad 25-4-1998, citaat uit dr. R. Seldenrijk, Organen en weefsels op reis, p. 155, aanhaling uit U. Eibach, Medizin und Menschenwürde.
61 dr. D. Pranger, p.18
62 Paul Pearsall, Het Geheugen Van Het Hart (Rotterdam: Lemniscaat, 1999)
63 http://theoptimist.nl/het-hart-heeft-een-geheugen/
64 dr. D. Pranger, p. 14
65 kerkredactie, Heel Nederland een intensive care, Trouw, 4-4-1998, citaat van Ari van Buuren, geestelijk verzorger in een ziekenhuis en vice-voorzitter van de stichting dr. Elisabeth Kûbler-Ross.
66 rabbijn mr. drs. R. Evers, Orgaandonatie maakt inbreuk op integriteit van het lichaam, Reformatorisch Dagblad, 2-1-1998

  1. 67  Pim van Lommel, Eindeloos Bewustzijn, p. 377

  2. 68  dr. J. Douma, p.120

  3. 69  ds. H.G. Koekkoek, p. 27

  4. 70  dr. W.H. Velema, p. 28

  5. 71  Joh.19:33-35

  6. 72  Lukas (arts!) 8:55

  7. 73  1Kon.17:21

  8. 74  W. van Hengel, Raad negeert hersendoodonderzoek, Reformatorisch Dagblad, 17-3-1998, Hij citeert in zijn

artikel de verpleegkundige drs. E.J.O. Kompanje, die inmiddels 18 jaar op de intensive-care afdeling in het Academische Ziekenhuis Dijkzigt te Rotterdam werkte en ongeveer 150 hersendoden heeft gezien. Geven en nemen, diss 1999, Rotterdam, een zeer lezenswaardige dissertatie over orgaantransplantatie.
75 ds. H.G. Koekkoek, pp. 28, 29
76 W. van Hengel, Orgaandonatie blijft persoonlijke zaak, Nederlandse Patiënten Vereniging, maart 1998, p. 5
77 ?, Kwart hersendoden heeft restfuncties, Reformatorisch Dagblad, 17-3-1998
78 Pim van Lommel, Eindeloos bewustzijn, p. 375
79 W. van Hengel, citaat van drs. E.J.O. Kompanje, in Reformatorisch Dagblad, 17-3-1998 De casus is ook onderzocht en besproken door Van Lommel, pag. 17. Volgens de website van de Transplantatiestichting zou het verhaal van Kerkhoffs onjuist zijn. Maar dat wordt verder niet toegelicht. Hoe dat ook zij, Kerkhoffs reageerde niet op pijnprikkels maar hij voelde ze dus wel degelijk. http://www.transplantatiestichting.nl/medische-procedure/donatieprocedure/orgaandonatie/donatie-nahersendood 80 http://www.npo.nl/artikelen/het-meisje-dat-niet-wilde-sterven
81 Te zien via: https://www.youtube.com/watch?v=o49cxSgmzs8&t=0s en via http://www.earthmatters. nl/192/12952/earth-matters-tv/universitaire-studie-na-hersendood.html na 17,51 minuten.
82 http://www.organfacts.net/notdead/ “Don’t cut me open — don’t hurt me! Let me wake up!” While doctors hovered over her bed... discussing organ donation, Christina Nichole could hear every word they said – and their conversation terrified her.

  1. 83  ds. H.G. Koekkoek, p. 22

  2. 84  Opstandingen uit de dood in de literatuur, zie o.a.:

• Douglas Mc Bain, Discerning the spirits (London: Marshall Pickering, 1986), pp. 35, 65, 69
• Theanne Boer,
Omega –verhalen uit de bovennatuurlijke werkelijkheid (Kampen: Kok/Voorhoeve,

1997), pp. 105-108
• Ds. Reinder Bruinsma
, Wonderen – wat kunnen christenen daar nog mee? (Kampen: Kok: 1991), pp.

82, 83, 92
• Dr. W.C. van Dam,
Doden sterven niet (Kampen: Kok, zj [1978?]), pp. 22-24, 37, 40, 43, 48, 50, 56, 89
• Betty Heynis,
Omega – wonderen in deze tijd (Kampen: Kok/Voorhoeve, 1996), pp. 116-127
• Dr. Kurt E. Koch,
God onder de Zoeloes – opwekking in Zuid Afrika (Heerlen: de Stem, 1976 (?)), pp. 163-

168
• K.J. Kraan / P.C. van Leeuwen,
De dienst der genezing (Lochem: De Tijdstroom, 1970), pp. 35, 56, 57 • Dr. K.J. Kraan, Opdat u genezing ontvangt Handboek voor de dienst der genezing (Hoornaar: Gideon,

1e druk 1973, 3e druk 1974), pp. 362-367
• Tony Lambert,
China voor Christus (Amsterdam: Ark boeken, 2006), pp. 122, 131, 132 ISBN 90-

33818353
• René Monod,
De bidders van Korea de geschiedenis van de Koreaanse opwekking (Groede: Pieters BV /

Zeist: st. De ondergrondse Kerk, zj), p. 34 ISBN 90.6085148 X

Of (Amsterdam-2: Internationale raad van Christelijke Kerken, 1972), p. 19
• Dr. M.J. Paul,
Vergeving en genezing, Ziekenzalving in de christelijke gemeente (Zoetermeer:

Boekencentrum 1997), p. 132
• Jan Pit,
Nooit keer ik terug (Hoornaar: Gideon, 1980), pp. 81-88
• Thelma Sangster,
De verscheurde sluier, (Hoornaar, His Printing, 1e druk 1987, 5e druk 1996) Originele

titel: The Torn Veil (England: Marshall Morgan & Scott Publications Ltd, 1984), pp. 113-122
• ‘William Branham
Een profeet bezoekt Zuid-Afrika’; een verslag van Julius Stadsklev van het bezoek van

William Branham aan het land Zuid-Afrika gedurende de maanden oktober, november en december in 1951,

pp. 58, 59
• C. Peter Wagner,
How to have a healing ministry without making your church sick (Eastbourne:

Monarch Publications, 1988), pp. 71, 74, 80, 141, 142, 172-178
• Peter Wagner,
De geestelijke gaven voor de opbouw van de gemeente Hoe u uw gaven kunt ontdekken,

ontwikkelen en gebruiken (Hoornaar: Gideon, 1990), p. 145
• Andrew White,
Geloof onder vuur Wat het Midden-Oosten-conflict mij heeft geleerd over God,

(Amsterdam: Ark Media, 2012), pp. 52, 95
• John Wimber,
Een koninkrijk van kracht –evangelisatie door wonderen en tekenen (Hoornaar: Gideon:

1986), pp. 179, 183, 188. 202
• ?,
Kinderen van Ismaël, ( Rotterdam/ Den Haag: Christelijke Uitgeverij Initiaal, Amsterdam: Arabische

Wereld Zending, 2002) vertaald uit het Engels ‘The Children of Ishmael’ (z.j.), pp. 184, 185 https://www.youtube.com/watch?v=IZHhJXfqBGI
85 ?, SBO waarschuwt: Hersendood hoeft nog niet dood te zijn, Trouw, 9-12-1997 NB De voorzitter van deze Stichting Bezinning Orgaandonatie dhr. Lodewick leunt tegen de stichter van de antroposofie Rudolf Steiner. De secretaris, mevrouw Vermeulen, is theosofe.
86 dr. D. Pranger, p. 13
87 Pim van Lommel, Eindeloos Bewustzijn, een wetenschappelijke visie op Bijna-dood ervaring (Kampen: Ten Have, 14e druk 2009) Hoofstuk: Orgaandonatie: waar gaat het ‘wezenlijk’over? pp. 373 - 382; Joke Tromp, Een andere kijk op de dood geeft een andere kijk op het leven’, interview met cardioloog Pim van Lommel
n.a.v. zijn boek
Eindeloos bewustzijn, Margriet, p. 71, 28 mrt.-4 april 2008
88 Pim van Lommel, Eindeloos bewustzijn, pp. 374, 378, 379, 380
89 Pim van Lommel, Eindeloos bewustzijn, pp. 380; R. Wetsel, N. Setzer, J.L. Stiff, M.C. Rogers (1985) Hemodynamic responses in brain dead organ donor patients, Anesthesia 64, 125-128; S.H. Pennefather, J.H. Dark, R.E. Bullock (1993) Hemodynamic responses in brain dead organ donor patients, Anesthesia 48 (12), 1034-1038.
90 http://www.organfacts.net/notdead/; Renate Greinert, “Ongestoord sterven, een andere kijk op orgaandonatie”, pag. 97 e.v.
91 Pim van Lommel, Eindeloos Bewustzijn, o.a. pag. 160 e.v. Vergelijk de Engelse bioloog Rupert Sheldrake, The Science Delusion, Hoofdstuk 8; Are minds confined to brains?; zie verder de natuurkundige Nikola Tesla: My brain is just a receiver, http://www.ancientcode.com/nikola-tesla-secrets-behind-genius/
Zie ook: Dr. Bruce Greyson
Consciousness Without Brain Activity: Near Death Experiences, te raadplegen via https://www.youtube.com/watch?v=J_qBIw7qyHU
92 W. van Hengel, Een hersendode is gestorven, neuroloog Op de Coul: Wie meent dat zo iemand nog een ziel heeft, kan geen orgaandonor zijn. Reformatorisch Dagblad, 31-1-1998, RD accent, p. 3
93 Hersendood en orgaandonatie, Notitie van dr. F. Stadermann Leiderdorp, april 2017
94 Pim van Lommel, Eindeloos bewustzijn, pp. 376, 377
95 drs. A.A. Teeuw, p. 52
96 drs. J.A. Coster, De foetus als donor kan; mag het ook?, bespreking van het rapport van het prof. dr. G.A. Lindeboom Instituut Transplantatie van foetaal weefsel door T. Van Laar e.a., in Reformatorisch Dagblad, 16-3- 1994.
97 Dirk van Genderen, Onverantwoord en ontoelaatbaar Foetussen voor Parkinsonpatiënten? Weefselkweek misschien de oplossing, Visie, 26 juni-2 juli 1988 gesprek met dr. ir. H. Jochemsen
98 Tilly Dodds, Ophef in VS over handel in organen baby’s na abortus, Nederlands Dagblad, 17-7-2015
99 Lucas Brouwers, In een dood lichaam leeft het DNA nog dagen door, NRC, 25-1-2017
100 A. Jansen, Te koop: longen van niet-rokers, Reformatorisch Dagblad, 31-3-1998, Esther Stoker en Wil Thijssen, Ook in Nederland betalen patiënten voor donororgaan, Nederlands Dagblad, 21-10-2014
101 China stopt gebruik van organen gevangenen, NRC Handelsblad, 17, 18 -8-2013

102 Gerhard Wilts, Orgaanhandel is big business in China, Nederlands Dagblad 24-6-2016, n.a.v. het rapport ‘Bloedige oogst/ De slachting, een update’ van de Canadese oud politicus David Kilgour, mensenrechtenactivist David Matas en journalist Ethan Gutmann.
103 ?, Geld gaat een te grote rol spelen bij beschikbaarheid donororganen, Reformatorisch Dagblad, 27-6-1989 104 De kosten kunnen uiteenlopen van 6000 tot bijna 78.000 euro. Esther Stoker en Wil Thijssen, Ook in Nederland betalen patiënten voor donororgaan, Nederlands Dagblad, 21-10-2014

105 Johannes Visscher, Te koop: nier voor 50.000 euro, Nederlands Dagblad, 9-5-2015
106 Esther Stoker en Wil Thijssen, Ook in Nederland betalen patiënten voor donororgaan, Nederlands Dagblad, 21-10-2014
107 André den Exter, Agnes Kant en Ineke Palm, Alleen een verbod kan orgaantoerisme keren, Nederlands Dagblad, 14-2-2008
108 (AFP), Rabijnse (sic) zegen, Trouw, 9-1-1998
109 Zwitserse journalisten deden onderzoek naar de internationale bloedhandel. Ze kwamen terecht in arme wijken van de Amerikaanse stad Cleveland, waar ze spraken met arme Amerikanen die betaald worden voor hun bloed. Uit het programma blijkt dat betaalde donoren vragen nogal eens omzeilen. "Ze vragen je bijvoorbeeld of je in de gevangenis hebt gezeten, of je seks hebt gehad en of je aids hebt, of tatoeages. Rare vragen, maar je antwoordt dan gewoon met: nee, nee, nee", vertelt er één. "Ook als je op drugs test, vind je dat niet terug in de urine. Een paar dagen wachten dus en je kunt weer doneren", meldt een ander.
Volgens socioloog Luke Shaefer wordt er echt puur uit armoede gedoneerd, zegt hij in de uitzending van Zembla. https://zembla.vara.nl/dossier/uitzending/bloedhandel; www.rtlnieuws.nl/buitenland/bloeddonatie-arme- amerikanen-brengt-ook-in-nederland-risicos-mee
110 Rom.14:5-9, vgl. Ezra 8:22, 23 met Neh.2:7-9, coram Deï, voor het aangezicht van God. 


Share:Del.icio.us!Facebook!Google!Live!Yahoo!

Categorie: Christelijke medische ethiek