Bloed, Jehovah-getuigen en de wet van God

Bloed, Jehovah-getuigen en de wet van God

Marc Verhoeven, 1983
GODS VERBOD INZAKE HET ETEN VAN BLOED EN BLOEDVERGIETEN
De belangrijkste Schriftplaatsen, inzake het verbod op het eten van bloed en bloedvergieten, vindt men in Genesis hoofdstuk 9, Leviticus 17 en Handelingen 15, maar er zijn er meer die daarover handelen.
Het geheel van deze Schriftplaatsen bevat 3 VERBODEN en 2 GEBODEN.
A. Verbod:
1. ETEN van bloed; het te gebruiken als voedsel:
Gn 9:3-5; Lv 3:17, 7:26,27, 17:10-14; 19:26; Dt 12:16,23; 15:23; 1Sm 14:33-34; Hd 15:20,28,29.
Op overtreding hiervan stond onder Israël de doodstraf: Lv 7:27; 17:14
2. ETEN van dood aas, het verscheurde, het verstikte: Lv 17:15-16; Hd 15:20,28,29. Bij een dier dat niet werd geslacht maar toch is gestorven (aas, SV), zit het bloed nog in het vlees. Het mag niet gegeten worden, alhoewel we niet kunnen spreken van levenvertegenwoordigend bloed. Het eten ervan brengt geen bloedschuld mee maar ONREINHEID.
3. BLOEDVERGIETEN; het verspillen van LEVEN, zowel mens als dier, want dat brengt BLOEDSCHULD:
Gn 9:6; Ex 21:12; Lv 24:17; Nm 35:33-34; Dt 19:10; 22:8; 1Sm 25:31; 2Sm 23:17.
B. Gebod
1. Het bloed is in het Oude Testament bestemd voor het ALTAAR, om verzoening te doen: Lv 17:11.
Het betreft hier altijd bloed van geslachte dieren. Het LEVEN van het dier komt in de plaats van het LEVEN van de mens, om alzo verzoening te doen. Door het offer van Christus is dit offeren echter voor eens en altijd voleindigd (Hb 10:10) en is de altaarbestemming dus weggevallen (vgl. Hd 15:20,28,29).

Share:Del.icio.us!Facebook!Google!Live!Yahoo!

Categorie: Christelijke medische ethiek