Argumenten tegen abortus

Argumenten tegen abortus  

 

In een ander artikel (zie notes *) heb ik vooral een aantal argumenten tegen abortus besproken die gingen over een appel op medelijden. In dit artikel wil ik hier verder op ingaan en twee elementen bespreken die vaak in één adem met medelijden genoemd worden: namelijk een appel op tolerantie en ad hominem (wat letterlijk betekent ’tegen de persoon’). Natuurlijk is het niet zo dat iedere voorstander van abortus al deze argumenten gebruikt, maar de meerderheid gebruikt er in ieder geval wel enkele van. Daarom kan dit artikel behulpzaam zijn voor hen die ook redelijke antwoorden zoeken in plaats van een ontvlambare retoriek, en die met argumenten de abortusbeweging tegemoet willen treden.

 

Argumenten die te maken hebben met medelijden, zoals na verkrachting of incest

Een vrouw die ten gevolge van een verkrachting of incest zwanger is geworden, is het slachtoffer van een verschrikkelijk gewelddadige en moreel verwerpelijke misdaad. Hoewel zwangerschap als gevolg van verkrachting of incest statistisch weinig voorkomt (1) neemt het niet weg dat velen ongewild zwanger worden. Bio-ethicus Andrew Varga vat zijn argumenten voor abortus bij verkrachting als volgt samen:

 

“Het is te verdedigen dat in deze tragische gevallen, de belangrijkste waarde, namelijk de geestelijke gezondheid van een vrouw die zwanger geworden door verkrachting of incest, het beste gediend is met abortus. Ook kun je zeggen dat in dergelijke gevallen een slachtoffer niet verplicht is de zwangerschap te voldragen tot levensvatbaarheid. Dat zou haar negen maanden herinneren aan het gewelddadige trauma wat tegen haar begaan is en daardoor zou ze toenemende angsten en pijnen hebben. Het is redelijk dat de geestelijke gezondheid van de vrouw belangrijker is dan de waarde van de foetus. Bovendien is het zo dat de foetus in feite een agressor is tegen de integriteit van de vrouw en haar persoonlijk leven, en is het moreel verdedigbaar om een agressor af te stoten en zelfs te doden, als dat het enige is om haar persoonlijke en menselijke waarde te behouden. De conclusie is dat in dergelijke gevallen abortus gerechtvaardigd is”. (2)

 

Ondanks het feit dat het een krachtig appel op onze sympathie is, is er veel af te dingen op deze argumenten. Allereerst is het niet relevant wat betreft de vrije keuze van abortus. Men stelt dat een vrouw het recht op abortus heeft tijdens de negen maanden durende zwangerschap, om welke reden dan ook, dus of die keus nu gemaakt wordt omwille van het geslacht of wat ongemak, of omdat de zwangerschap het gevolg is van een verkrachting. (3) Het hanteren van het argument voor de vrije keuze van abortus bij verkrachting of incest is hetzelfde als proberen de verkeerslichten af te schaffen met het argument dat iemand in sommige zeldzame situaties geweld aangedaan kan worden. Of dat de verkeerslichten afgeschaft moeten worden omdat een echtgenoot of kind haastig op weg is naar een ziekenhuis. Als je een uitzondering hebt gevonden, betekent dat niet dat alle algemene regels daaraan aangepast moeten worden. Ten tweede, omdat bevruchting niet direct optreedt na een verkrachting, kan zwangerschap voorkomen worden, in ieder geval als het slachtoffer van verkrachting onmiddellijk medische hulp ontvangt, en wel door de manlijke zaadcellen te verwijderen uit haar baarmoeder. (4) Ten derde, het ongeboren wezentje is niet een agressor als zijn aanwezigheid zijn moeder niet in levensgevaar brengt. Het is de verkrachter die de agressor is. Het ongeboren kindje is net zo onschuldig als zijn / haar moeder. Het is dus niet correct om een abortus te rechtvaardigen met het argument dat de foetus de agressor is. Ten vierde, het vorige argument roept de vraag op of de niet-geborene wel of niet volledig menselijk is. Als dit wel het geval is dan moeten we het ‘verzachten’ van het geestelijk lijden van de moeder afwegen tegen het recht van leven van een niet geboren menselijk wezen. Immers een moord op iemand anders kan nooit gerechtvaardigd worden op grond van emotioneel leed. Hoewel een dergelijk oordeel voor de zwangere beangstigend kan zijn, moeten we niet vergeten dat hetzelfde ongeboren wezentje biologisch en moreel net zoveel rechten heeft als een vrouw die bijvoorbeeld door abortus haar carrière probeert te ‘beschermen’. In beide gevallen leidt abortus tot de dood van een onschuldig wezen. Of zoals dr. Bernard Nathanson heeft geschreven: “De niet-gewilde zwangerschap vloeit biologisch voort uit een seksuele daad, maar ontslaat niet van morele verplichtingen”. (5) Sommige voorstanders van abortus beweren dat het de pro life aanhangers ontbreekt aan compassie omdat het standpunt van de pro life beweging vrouwen dwingt een kind te voldragen na verkrachting en incest. Niets is minder waar! Het is de verkrachter die de vrouw gedwongen heeft een kind te dragen, niet de pro life aanhanger. Hij wil alleen verhinderen dat er nog een onschuldig wezen (het ongeboren kind) het slachtoffer wordt van een gewelddadige en moreel verwerpelijke daad. Twee maal iets verkeerds doen is geen rechtvaardiging voor de eerste keer, of zoals een theoloog en ethicus als dr. Michael Bauman opmerkt: “Een kind verliest zijn recht tot leven niet alleen omdat zijn vader of moeder een seksueel criminele daad of een afwijkend seksueel gedrag heeft vertoond”. (6) Verder zijn er goede mogelijkheden om mensen met angsten en psychisch lijden bij verkrachting en incest te behandelen. Prof. Stephen Krason wijst er op dat psychologische studies hebben uitgewezen, dat als er de juiste hulp geboden wordt, de meeste slachtoffers die door verkrachting zwanger raakten, hun houding tegenover het ongeboren kind wijzigden en tot acceptatie van het onschuldige, unieke en volwaardige leven van de ongeborene kwamen. (7) De pro life voorstanders geloven dat er hulp aan de verkrachtingsslachtoffers geboden moet worden, en dat er goede mogelijkheden moeten worden geboden om haar kind ter adoptie aan te bieden indien ze dat zou willen. Het goed omgaan met vrouwen die door verkrachting zwanger zijn geraakt, biedt zowel de gemeenschap als individuele mensen de gelegenheid om begrip, waarheid en liefdadigheid te betrachten. Is het niet veel beter deze waarden te ontwikkelen dan vast te houden aan een ethiek van vernietiging als ‘oplossing’?

 

Argumenten betreffende mogelijke gevolgen van het hebben van ongewenste kinderen

Vaak wordt door mensen die vóór vrije keuze van abortus zijn, gesteld dat gelegaliseerde abortus helpt om het aantal ongewilde kinderen te verminderen. Ze geloven dat niet-gewenste kinderen direct verantwoordelijk zijn voor een belangrijk deel van familieproblemen, zoals het zich (kunnen) voordoen van misbruik. Dat betekent dat, als het gezin het ‘correcte’ aantal kinderen heeft, veel familieproblemen voor een groot deel verminderd, zo niet verdwenen zijn. (9) Opnieuw zijn er talloze weerleggingen tegenover deze stellingen te formuleren. Allereerst werpt dit argument weer de vraag op of de niet geborene wel of niet een volledig mens is. Want als de ongeborene volledig menselijk is, is hij/zij net zo menselijk als de misbruikte jonge kinderen, die we toch ook als volwaardig mens accepteren. Dan is executie van een ongeborene de ergste vorm van misdaad in zijn soort. Ten tweede is het erg moeilijk de morele en metafysische waarde van een menselijk wezen af te meten aan de vraag of er iemand voor dit kind wil zorgen. Zo trekt toch niemand in twijfel dat daklozen een menselijke waarde hebben, zelfs al worden ze ongewenst beschouwd. De vraag is niet of ongeborenen ongewenst zijn, maar of ze mensen zijn! Ten derde: een ongewenst kind blijkt bijna nooit een aanstootgevende baby te zijn. Dat is statistisch bewezen, net zoals er geen sluitend bewijs ervoor is dat een ‘ongewenst’ kind misbruik zou veroorzaken. Volgens studies zijn 90% van de kinderen die mishandeld zijn, kinderen die ‘gewenst’ waren. (10) Het is zelfs zo dat sommige onderzoekers beweren dat er meer misbruik plaats vindt bij adoptiekinderen, die ontegenzeggelijk gewenst zijn door hun adoptieouders, dan onder niet-geadopteerde kinderen. (11) In een uitgebreid wetenschappelijk onderzoek naar de morele, politieke en grondwettelijke aspecten van het abortusvraagstuk, vat prof. Krason zijn bevindingen op het punt van ongewenst zijn samen met de opmerking: “Het niet gewenst zijn door hun ouders wordt door veel onderzoekers beschouwd als factor, die kindermisbruik veroorzaakt. Maar dit is ten onrechte, want de meest voorkomende oorzaken van misbruik zijn: gebrek aan sociale hulp van familie en de gemeenschap, vijandigheid van de gemeenschap, gebaseerd op afkeuring van seksueel en sociale patronen, en de meest voorkomende oorzaak van misbruik: ze zijn verwaarloosd toen ze kinderen waren”. (12) Ten vierde: niet-gewenste kinderen worden vaak in verband gebracht met morele en psychologische verzinsels, maar er wordt weinig gesproken over de waarde die deze kinderen hebben. Want het zijn alleen de egoïstische en hedonistische mensen die de zorg voor de meest kwetsbare en weerloze leden van het menselijk ras ontkennen. Een gebrek aan zorg is een aanklacht tegen hen die moeten zorgen, niet tegen hen die zorg nodig hebben. Dus of abortus moreel gerechtvaardigd is staat of valt steeds met de vraag of de ongeborene wel of niet volledig menselijk is, niet of ze al of niet gewenst zijn.

 

Argumenten die te maken hebben met tolerantie

Veel mensen in het pro abortus kamp stellen steeds dat ze veel toleranter zijn dan in het pro life kamp. Ze zeggen dat ze de mensen van de pro life beweging niet dwingen tot abortus en dat daarentegen de pro life beweging de vrije keus van vrouwen zou ontkennen. Er zijn enkele argumenten die de voorstanders van abortus hiervoor gebruiken.

Allereerst het argument van pluriformiteit. Men stelt dat de vraag wanneer leven beschermwaardig is, een persoonlijke religieuze kwestie is, die ieder voor zichzelf moet beantwoorden. Justus Blackmum schrijft in Roe versus Wade (een rechtszaak inzake abortus tussen Jane Roe en procureur Henry Wade, kortweg Roe v. Wade genoemd): “We hoeven de moeilijke vraag wanneer het leven begint niet te beantwoorden. Als zelfs geleerde mensen in verschillende disciplines als gezondheidszorg, filosofie en theologie niet in staat zijn tot eenduidige antwoorden te komen, dan moet de staat niet één theorie over leven overnemen en mensen daarmee dwingen akkoord te gaan, ook als ze de theorie niet kunnen onderschrijven”. (13) Daarom schrijft Blackmum in Roe v. Wade: “Dit alles in ogenschouw nemende, zijn we het er niet mee eens om één theorie van leven aan te nemen, de regering van Texas overschreeuwt de rechten van zwangere vrouwen en gooit ze op de brandstapel”. (14) In de Webster v. Reproductive Services (1989) gaat Justice Stevens in zijn verschil van mening met de pro life beweging nog verder als Blackmum.

“De wetgeving van Missouri (die zegt dat het leven begint bij conceptie) moet in dit debat zijn goedkeuring niet geven aan een ‘particuliere, religieuze traditie’, want in een wetsartikel mag een dergelijk verschil van mening niet aan iedereen opgelegd worden. Daarom is het pro life voorstel dat vrouwen tegen hun verkeerde keuze van abortus beschermd moeten worden, en dat op basis van de pro life visie dat het leven bij de conceptie zou beginnen, niet alleen een schending van hun recht op privacy maar ook een schending van de scheiding van kerk en staat, die nodig is in een pluralistische samenleving”. (15)

Of zoals abortus-voorstandster Virginia Mollenkott zegt: “Vrouwen die geloven dat abortus moord is zullen toch nooit gedwongen worden tot het uitvoeren van een abortus?”. (16) Deze ‘vrije keuze’ -advocate zegt: “Als je een sticker op je auto hebt dat je niet van abortus houdt, dan is er toch niemand, die je verplicht een abortus te ondergaan?”

Er is veel af te dingen op dat argument. Als je beweert, zoals Justus Blackmum en Stevens doen, dat de rechtstaat niet moet kiezen voor een theorie over leven boven een andere en dat het besluit wanneer het leven begint, overgelaten wordt aan iedere individuele zwangere vrouw, zal dat nooit een duidelijke consensus in het land geven. (17) Dit voorstel houdt dan in dat de persoonlijkheid van het ongeboren kind afhankelijk wordt van de ideeën van de moeder: als ze denkt dat het volledig menselijk is, dan is het zo, en als ze het niet vindt, is het niet zo. Dit is een theorie over leven die gedragen wordt door een aantal religieuze denominaties en groepen waarvan, vreemd genoeg, Stevens de spreekbuis is. Dit is vreemd omdat hij zich er vooral zorgen over maakt dat religieuze tradities in het debat worden gemengd, zoals in een voetnoot in Webster te lezen is. (18) Dus in een poging niet één bepaalde theorie van leven voor te stellen, en dit duidelijk te stellen, laat hij zien dat zijn eigen mening ook geen stand houdt, als je zijn eigen theorieën over het leven er op los laat.

Ten tweede, betekent het feit dat een bepaalde theorie over het leven verenigbaar is met een religieus gezichtspunt, dat het exclusief godsdienstig is, of dat het in strijd is met de constitutionele wetgeving? Veel pro life aanhangers benadrukken dat er juist veel support is voor hun denken bij niet-religieuze mensen (19), terwijl anderen zoals Mollenkott (20) stellen dat hun standpunten gefundeerd zijn op bijbelse inzichten. Dus alleen omdat een filosofisch en wetenschappelijke waarschijnlijke aanname ook teruggevonden wordt in religieuze literatuur zoals de Bijbel, betekent het toch niet dat een dergelijke stellingname exclusief ‘religieus’ is? Als dit het geval is, moet onze gemeenschap ophouden met wetten op te stellen, die misdaden zoals moord en diefstal verbieden, alleen omdat zulke zaken ook verboden worden in de Hebreeuwschristelijke geschriften. Verder zouden bepaalde politieke gedragslijnen, zoals burgerlijke rechten en stopzetting van de nucleaire ontwikkeling, die door veel geestelijken onderschreven worden, afgeschaft moeten worden, om de eenvoudige reden dat ze onderschreven worden door een bepaalde religieuze opvatting over het leven. Met andere woorden, de pro life opvatting is een legitieme publieke gedragslijn die niet in strijd is met de wettelijke constitutie.

 

Ten derde de stelling dat, als vrouwen die geloven dat abortus moord is, rechterlijk nooit mogen worden gedwongen worden om een abortus te ondergaan, zij ook niet hun standpunten mogen opleggen aan vrouwen die geloven in de vrije keuze van abortus. Daarmee zegt Mollenkott in feite dat je aan de pro life aanhangers vraagt of ze zo willen handelen alsof hun standpunten over pro life niet waar zijn. Mollenkott eist ook dat de pro life beweging de vrije keuze voor abortus als een wettige constitutie overneemt. Ik geloof dat je daarmee teveel vraagt aan de pro life beweging. De filosoof George Mavrodes komt uit op hetzelfde als hij het volgende verhaal voorstelt:

“Laten we eens aannemen dat iemand gelooft dat Joden volwaardige mensen zijn en dat de uitroeiing van Joden moord is. Velen van ons zullen dat direct beamen, omdat we zelf ook mensen zijn. We zouden onszelf immers ter discussie stellen als we anders zouden denken. En laten we nu eens voorstellen dat we leven in een maatschappij waarin de ‘Endlösung’ van Joden als een alledaagse routine gezien wordt en er een gemeenschap is die alle openbare faciliteiten schept voor dit doel. En dat we leven in een situatie waarin iedere burger vrij is om Joden te identificeren en te veroordelen, om vervolgens hun arrestatie en vernietiging in gang te zetten. In deze denkbeeldige gemeenschap zullen velen van ons mensen kennen die zich met dit soort praktijken niet bezig willen houden, velen van ons zouden dagelijks op weg naar hun werk langs de vernietigingscentra komen en zouden zien dat er rook door de schoorsteen komt. En stel nu voor dat iemand ons vertelt dat als we geloven dat de Joden menselijke wezens zijn, dat op zich prima is, en dat we niet bang hoeven te zijn voor vervolging of bang te zijn dat iemand vraagt dat we actief participeren in die vernietigingsprocedures. We hoeven niet in de gaskamers te werken, we hoeven geen Joden te verraden enzovoort. We moeten ons gewoon bemoeien met onze eigen zaken, rustig langs de goed gemaaide gazons lopen en … natuurlijk onze belasting betalen. Kunnen we een beetje ervaren wat het zou zijn in een dergelijke gemeenschap te leven? En misschien kunnen we ook dan begrip opbrengen voor pro lifers, dat ze waarschijnlijk niet tevreden zijn als tegen ze gezegd wordt dat ze zelf geen abortus hoeven te ondergaan”. (21)

Omdat Mollenkott de prolife beweging vraagt zo te leven alsof hun fundamentele gezichtspunten op het leven verkeerd zijn, mogen de pro lifers gerust Mollenkotts visie als een spitsvondige en neerbuigende vorm van intolerantie aanmerken.

 

Argumenten betreffende het opleggen van morele principes

Er zijn nog meer populaire variaties op het bovenstaande type argument. Sommige abortusvoorstanders benadrukken dat het gewoonweg verkeerd is iemand te dwingen een bepaalde visie aan te nemen. Men zegt dat, omdat de pro lifers beweren abortussen bij vrouwen te (willen) verbieden, ze daardoor hun morele principes op anderen leggen. Er zijn ten minste drie tegenwerpingen tegen dit argument.

Allereerst is het niet waar dat het altijd verkeerd is iemand morele principes op te leggen. Bijvoorbeeld wetten tegen dronken rijden, moord, drugsgebruik, diefstal en kindermisbruik zijn allemaal bedoeld om een specifiek moreel gezichtspunt op te leggen aan mensen met een vrije moraal. Deze wetten proberen een juiste en ordelijke gemeenschap te handhaven door bepaalde morele vrijheden te beperken (zoals keuzes voor dronken rijden, moorden etc.). Het gevolg moet zijn dat op langere termijn morele vrijheid voor een groter aantal mensen beschikbaar is. Daarmee zou een wet die abortus verbiedt alleen in dat geval moreel iets op een ander leggen, als daarmee de vrijheid van een ander niet beperkt wordt. Dat wil zeggen dat als de ongeborene geheel menselijk is, het verbieden van abortus absoluut rechtvaardig zou zijn, omdat abortus door het doden van de ongeborene, het ‘vrij handelen’ van een ander beperkt. Opnieuw blijkt, tenzij de abortusaanhangers beweren dat de niet geborene niet volledig menselijk zou zijn, dat hun argumenten niet relevant zijn. Hoewel het hun positie niet lijkt te verzwakken is het interessant om te zien dat veel abortusaanhangers er niet voor terugdeinzen om hun morele denkbeelden op te leggen aan anderen, als ze met andermans belastinggeld (er zijn velen die het gebruik van belasting voor abortus afwijzen) de abortussen voor armlastige vrouwen willen bekostigen.

 

Argumenten tegen een publiekelijke politiek die abortus verbiedt

Dit is weer een andere variant op het eerste argument van pluralisme. Er zijn mensen die beweren dat het niet goed is om tot een publieke politieke besluitvorming te komen als er meerdere opvattingen zijn in de samenleving. Dit argument kan verdeeld worden in de volgende hoofdpunten:

1) Er kan nooit door justitie een wet uitgevaardigd worden over welk gedrag dan ook, als er een brede verdeeldheid is op dat punt.

2) Er is een brede verdeeldheid op het punt van het verbieden van abortus.

3) Daarom is iedere wet die abortus verbiedt niet juist.

Een manier om aan te tonen dat dit argument fout is, is om aan te tonen dat de vooronderstelling (1) fout is. Er zijn verschillende redenen om te denken dat dat zo is: Als de vooronderstelling 1 waar is, dan zal de ‘vrije keus’ beweging voor abortus toe moeten geven dat het besluit van de Hoge Raad van de Verenigde Staten, de Roe v. Wade, een verkeerde beslissing was omdat het hof besloot dat de staten die deel uit maken van de Verenigde Staten en wier statuten eerder in tegenspraak waren met het besluit van de abortuswetgeving, nu in overeenstemming moeten zijn met het besluit van de Hoge Raad. Maar als de abortusbeweging ontkent dat de Roe een verkeerde beslissing was, moet men ook niet vasthouden aan de stelling dat er nooit een juiste wetgeving van gedrag uitgevaardigd kan worden, als er sprake is van een grote verdeeldheid op dit punt.

Ten tweede, in geval van grote maatschappelijke verdeeldheid, zou de afschaffing van de slavernij aangemerkt moeten worden als onjuist, omdat er in de negentiende eeuw een brede stroming was die daar anders over dacht. Toch zal geen enkele ‘vrije keuze’ aanhanger beweren dat slavernij opnieuw ingevoerd moet worden. Ten derde zou veel van de burgerlijke rechten teruggeschroefd moeten worden omdat er destijds veel onenigheid over was. Ten vierde, als de eerste aanname waar is dan zou een favoriete ‘vrije keus’ politiek voorstel dus ook niet goed zijn. Veel aanhangers voor vrije keuze bij abortus geloven dat de regering het belastinggeld kan gebruiken om de abortus bij armlastige vrouwen te financieren. Er zijn echter grote aantallen mensen (waaronder enkele die voor vrije abortus azijn) die niet willen dat hun belastinggeld op die manier gebruikt wordt. Ten vijfde, als de eerste aanname waar zou zijn dan zouden de wetten die pro life advocaten (o.a. Operatie Rescue) verbieden om een abortus te voorkomen ook niet goed zijn. Men kan niet ontkennen dat er een wereldwijd verschil van mening is over de wetgeving op dit onderwerp. Maar dat zijn nu net de wetten die de abortusbeweging ondersteunt. Door dit argument weerlegt men hun eigen verklaringen. Wat de tweede vooronderstelling betreft, namelijk dat er een brede verdeeldheid is op het punt van verbieden van abortus, kan het volgende worden opgemerkt, namelijk dat recente opiniepeilingen juist het tegendeel beweren. Een grote meerderheid van de Amerikanen ondersteunt de ‘vrije keus’ beweging van abortus niet, behoudens extreme gevallen van verkrachting, incest en ernstige aangeboren afwijkingen. Met andere woorden, men is het er niet mee eens dat abortus gedurende de negen maanden van de zwangerschap legaal moet blijven voor iedere reden die de vrouw zelf wil. (22)

 

Het argument dat het onmogelijk is abortus met wetten te stoppen

Misschien bedoelt de verdediger van dit argument dat door de brede tegenstellingen over het abortusvraagstuk het handhaven van wetten die abortus verbieden moeilijk is. Met andere woorden: abortus gebeurt toch altijd, dus kunnen we het beter legaliseren en ‘veilig’ maken. Ook hier kun je heel verschillend over denken. Allereerst roept dit argument weer de vraag op, of een ongeborene wel of niet een volwaardig mens zou zijn. Als dat wel het geval is, dan is dit argument ongeveer hetzelfde als wanneer men zou zeggen: laten we het maar legaliseren en controleren, omdat er toch wel mensen blijven moorden. Maar moorden is in beginsel nooit gerechtvaardigd. Ten tweede, omdat de overgrote meerderheid van de Amerikanen wetten serieus neemt, zullen ze waarschijnlijk de wet naleven zoals ze dat deden voordat de Roe v. Wade uitgevaardigd werd. Een redelijke schatting van het aantal criminele abortussen per jaar vóór de legalisatie (vóór 1967) varieert van 39000 (1950) tot 210000 (1961) , dit is gemiddeld ongeveer 98000 per jaar. (23) Als je dit legt naast het cijfer van gemiddeld 1,5 miljoen abortussen per jaar na 1973, kan men alleen maar concluderen dat de ‘pre Roe’ anti-abortus wetgeving behoorlijk succesvol was in het terugdringen van abortussen. Als de pro abortus aanhanger nu zegt dat de wetten niet alle abortussen kan tegenhouden is dat een triviaal argument, immers dat is waar voor alle wetgeving die illegale handelingen verbiedt. Zelfs al is het zo dat het huren van sluipmoordenaars en het verzamelen van kinderpornografie illegaal is, dan nog zal een groot aantal mensen zich hierdoor niet laten afschrikken. Maar er is geen twijfel over mogelijk dat wetten en sancties ook een preventief karakter hebben. Moeten we dus kinderpornografie en huurmoordenaars maar legaliseren, omdat we niet alle mensen kunnen weerhouden van deze afschuwelijke zaken? Een dergelijke redenering is absurd!

 

Het argument dat het een recht van de vrouw is baas in eigen buik te zijn

Een heel populair argument is dat ‘een vrouw baas in eigen buik is’, en dat ze daardoor het recht zou hebben op een abortus om welke reden dan ook. Hoewel het niet duidelijk is of zowel de wet als gezonde ethische denkbeelden deze uitgesproken denkbeelden ondersteunen (denk aan het verbod op prostitutie en zelfmoord), houdt dit ‘vrije keuze’ argument ook geen stand, zelfs als we aannemen dat dit uitgesproken denkbeeld van persoonlijke autonomie correct is. Het ongeboren wezentje in het lichaam (de buik) van de zwangere vrouw is wel in haar lichaam, maar niet een deel van haar lichaam. Na de conceptie is de ongeborene een genetisch ander en verschillend wezen, met zijn eigen geslachtskenmerk, bloedtype, beenderenstructuur en genetische code. (24) Hoewel de ongeborene verbonden is met de moeder, is het niet een deel van haar. Als je zegt dat de ongeborene een deel van de moeder is dan beweer je dat de moeder vier benen, twee hoofden en twee neuzen heeft en in het geval van een jongetje een penis en twee testikels! Bovendien hebben geleerden bewezen dat conceptie kan plaatsvinden buiten de baarmoeder (‘reageerbuiskinderen’), en dat de foetus van blanke ouders geplaatst kan worden in de baarmoeder van een donkere vrouw en blank geboren wordt, de conclusie moet dan zijn dat de niet geborene niet een deel van het lichaam van de zwangere vrouw is. Het is waar dat een vrouw in zekere zin het recht heeft haar lichaam te controleren, maar het ongeboren kind is, hoewel het een tijd leeft in het lichaam van de vrouw, zeker niet een deel van haar lichaam. Dus is abortus niet gerechtvaardigd, omdat het recht op persoonlijke autonomie niet zo ver gaat dat het toestaat anderen te doden. Ook hier is de centrale vraag weer, of het ongeboren leven wel of niet een volledig menswaardig leven is.

 

Argumenten ’ad hominem’

‘Ad hominem’ betekent letterlijk ‘val de man of persoon aan’. In plaats van in te gaan op wat iemand werkelijk zegt, dus op zijn of haar argumentatie, valt men de persoon aan. Dat is een slechte manier van argumenteren omdat het uiteindelijk het argument van de persoon niet wegneemt. Dus als de voorstanders van abortus de pro lifers belachelijk maken, lasteren of beschuldigen als persoon, dan gaan ze niet inhoudelijk in op hun argumenten.

Waarom adopteren de pro lifers de baby’s niet, waarvan ze willen dat ze niet geaborteerd worden? Een veel voorkomend ‘ad hominem’ argument komt naar voren in de volgende stelling: “Als de pro lifer niet ten volle bereid is de kinderen die in hun ogen niet geaborteerd mogen worden te helpen, hebben ze geen recht om een vrouw van abortus te weerhouden”. Principieel en moreel bezien is dat echter een vreemde stelling. Ook hier is het weer van belang de ongeborenen als volwaardige mensen te zien. Zouden de abortusvoorstanders het ook niet belachelijk vinden als ze benaderd worden door een stel ouders die van plan zijn hun drie kinderen te vermoorden met de eis: “Als je onze kinderen niet voor morgenmiddag adopteert zullen we ze vermoorden”. Ten tweede, denk aan alle onzinnige stellingen die aan een dergelijk moreel principe ontleend zouden kunnen worden, bijvoorbeeld: “Ik moet bereid zijn met de buurvrouw te trouwen als haar huidige man haar slaat, of dat ik bereid moet zijn diens dochter te adopteren als hij haar slaat” of “Ik kan niet tegen slavernij zijn als ik niet bereid zou zijn ex-slaven in mijn zaak op te nemen”. Natuurlijk is het zo dat ik geloof dat de pro life beweging als geheel de morele plicht heeft hen die in nood zijn te helpen, zeker ongetrouwde moeders (en er zijn genoeg organisaties die bewijzen dat de pro lifers staan voor wat ze zeggen). (26) Maar het is niet vanzelfsprekend een waarheid dat als de individuele pro lifers dit niet kunnen of doen, abortus automatisch gerechtvaardigd kan worden als een goede keuze.

 

Zijn pro lifers niet inconsequent als ze de rechtspraak van de overheid ondersteunen?

Sommige abortusaanhangers en zelfs pro life aanhangers hebben erop gewezen dat mensen die geloven in straffen van de overheid en tegelijk abortustegenstanders zijn, inconsequent zijn. Dit omdat de rechtspraak in Amerika onder andere de doodstraf kan inhouden. Als je een voorstander bent van deze doodstraf, moet je je mond houden over abortus. Deze redenering klopt niet om verschillende redenen. Allereerst op wat voor manier helpen de mensen voor vrije keuze van abortus en op welke manier doen de pro lifers bij abortus onrecht? Zijn de mensen die vóór de vrije keuze van abortus zijn en tegen de doodstraf, niet op dezelfde manier inconsequent? Ten tweede, inconsequente mensen kunnen soms toch goede conclusies trekken. Bijvoorbeeld een Ierse terrorist kan op een inconsequente manier denken dat het oké is katholieken te vermoorden maar geen protestanten. Maar zijn inconsequente denken houdt niet in dat het correcte elementen in zich heeft, want je moet sowieso geen protestanten vermoorden. Ten derde, er zijn zeker ook veel pro lifers die vinden dat de doodstraf niet moreel te rechtvaardigen is. (27) De abortusaanhangers kunnen niet beweren dat deze pro lifers inconsequent zijn. Waarom geven de abortusaanhangers dan niet hun standpunt op en sluiten zij zich aan bij deze groep pro lifers, omdat dat voor hen toch meer consequent moet zijn dan het standpunt van abortusaanhangers tegen de doodstraf.

Ten vierde, ik kan nog geloven dat de pro life stelling tegenover abortus consequent is met de doodstraf. Pro life aanhangers, althans voor het grootste deel, beweren niet dat doden nooit gerechtvaardigd is. Velen geloven dat er legitieme momenten zijn waar doden gerechtvaardigd is, zoals zelfverdediging en straf van de overheid, maar beiden houden echter niet in het doden van een onschuldig ongeboren kind. Daarom is de doodstraf moreel te verdedigen. Ook al kun je daar anders over denken, dat betekent nog niet dat de pro life positie daar inconsequent is. Samenvattend, net als bij de vorige argumentatie is dit weer een flagrant voorbeeld van spelen op de man, een directe aanval op de persoon. In plaats van in te gaan op de argumenten is het een aanval op de persoon van de pro life voorstander.

 

Mannen worden niet zwanger

Dit argument is zo stompzinnig, dat ik, door het aandacht te geven, bang ben het onverdiend krediet te geven. Maar omdat ik het zo vaak in de media hoor, denk ik dat er een antwoord op moeten komen. Ik werd geconfronteerd met dit argument in een debat op de universiteit van Nevada, Las Vegas. Een van de debaters, prof. dr. Esther Langston van het UNLV, sociale wetenschappen, vertelde het publiek dat het nogal een vreemde toestand was dat twee mannen, ik en mijn debatpartner David Day, aan het discussiëren waren over abortus. Per slot van rekening worden mannen niet zwanger, en dus is abortus een vrouwenkwestie!, aldus prof. dr. Esther Langston.

Ik maakte laatstgenoemde erop attent dat argumenten geen geslacht hebben. Veel pro life vrouwen hebben in het debat dezelfde argumenten als wij, en dat heeft niets met ons geslacht te maken. Ik merkte op dat we voorlopig toch maar argumenten blijven aandragen en dat ons geslacht totaal irrelevant is om te beoordelen of een pro life mening correct is. Dit was duidelijk een voorbeeld van ad hominem, dus op de man spelen. Zo zou prof. Langston op dezelfde manier de Roe v. Wade abortuswet moeten afwijzen, omdat ze vervaardigd was door negen mannen. Ten derde, abortus is een menselijk vraagstuk, niet alleen een vrouwenvraagstuk, omdat het voor iedereen in de samenleving consequenties heeft. Het is een deel van het belastinggeld van mannen wat besteed wordt aan abortus, net zoals mannen uiteindelijk ook betalen voor kinderhulp, als een moeder besluit niet tot abortus over te gaan, en het is het manlijke zaad, wat samen met de vrouwelijke eicel een belangrijk ´deel´ is van het wezen van een ongeborene. Er is maar één vrouwelijke maagdelijkheid bekend!

Ten vierde: het argument van de zwangere vrouw om abortus te zien als een persoonlijk betrokken onderwerp, kan een ´tweesnijdend´ zwaard zijn. Zou het juist niet zo kunnen zijn dat, omdat mannen niet zwanger worden en daardoor minder gehinderd worden door persoonlijke betrokkenheid, hun mening over abortus wel eens veel objectiever zou kunnen zijn?

 

©Door Francis J. Beckwith

©Vertaling Gerard Feller

 

CRI Christian Research Institute Statement DA 20/2

* Op hun website http://www.equip.org/search.php?zoom_query=arguments+abortus

Zijn nog talrijke artikelen na te lezen die nog veel meer argumenten in het debat rond abortus inhoud geven.

 

NOTES

.

1 Concerning this, Dr. Stephen Krason writes: "A number of studies have shown that pregnancy resulting from rape is very uncommon. One, looking at 2190 victims, reported pregnancy in only 0.6 percent." (Abortion: Politics, Morality, and the Constitution [Lanham, MD: University Press of America, 1984], 283.)
2 See Andrew Varga, The Main Issues in Bioethics, rev. ed. (New York: Paulist Press, 1984), 67-68. Varga himself, however, does not believe that abortion is morally justified in the cases of rape and incest.
3 On the fact that abortion on demand is legal in America, see Part One of this series in the previous (Fall 1990) CHRISTIAN RESEARCH JOURNAL.
4 See the results of studies of 4,800 victims of rape in the St. Paul-Minneapolis area, as cited in John F. Hillabrand, "Dealing With a Rape Case," Heartbeat 8 (March 1975):250.
5 Bernard Nathanson, M.D., Aborting America (New York: Doubleday, 1979), 238.
6 Michael Bauman, "Verbal Plunder: Combatting the Feminist Encroachment on the Language of Religion and Morality," paper presented at the 42d annual meeting of the Evangelical Theological Society, New Orleans Baptist Theological Seminary, New Orleans, Louisiana, Nov. 15-17, 1990, 16.
7 Krason, 284. For an overview of the research, see Sandra Kathleen Mahkorn, "Pregnancy and Sexual Assault," in David Mall and Walter F. Watts, M.D., The Psychological Aspects of Abortion (Washington, D.C.: University Publications of America, 1979), 67-68.
8 Krason, 284.
9 See the arguments in the Planned Parenthood Federation of America brief (for Roe v. Wade), as cited in Krason, Abortion, 315-19.
10 E. F. Lenoski, M.D., "Translating Injury Data into Preventative Health Care Services," University of Southern California Medical School, unpublished, 1976, as cited in Krason, Abortion, 320.
11 See B. D. Schmitt and C. H. Kempe, Child Abuse: Management and Prevention of the Battered Child Syndrome (Basle: Ciba-Geigy, 1975).
12 Krason, 320. See Rosemary S. Hunter, M.D., et. al., "Antecedents of Child Abuse and Neglect in Premature Infants: A Prospective Study in a Newborn Intensive Care Unit," in Pediatrics 61 (1978):629, 634; Vincent J. Fontana, M.D., and Douglas J. Besharov, The Maltreated Child, 4th ed. (Springfield, IL: Charles C. Thomas, 1979), 12-13, 27; Richard Gelles, "A Profile of Violence Toward Children in the United States," in Child Abuse: An Agenda for Action, eds. George Gebner, Catherine J. Ross, and Edward Ziegler (New York: Oxford University Press, 1980), 102-3.
13 Justice Harry Blackmun, "The 1973 Supreme Court Decisions on State Abortion Laws: Excerpts from Opinion in Roe v. Wade," in The Problem of Abortion, 2d ed., ed. Joel Feinberg (Belmont, CA: Wadsworth, 1984),195.
14 Ibid., 196.
15 "Webster v. Reproductive Health Services," United States Law Review 57 (22 July 1989): 5044-45.
16 Virginia Ramey Mollenkott, "Reproductive Choice: Basic to Justice for Women," Christian Scholar's Review 17 (March 1988):291.
17 See the results of The Boston Globe/WBZ-TV nationwide poll recently published in the Globe, which concluded that "most Americans would ban the vast majority of abortions performed in this country....While 78 percent of the nation would keep abortion legal in limited circumstances, according to the poll, these circumstances account for a tiny percentage of the reasons cited by women having abortions." (Ethan Bronner, "Most in US Favor Ban on Majority of Abortions, Poll Finds," The Boston Globe, 31 March 1989, 1, 12.)
18 Webster, 5044, footnote 16.
19 See especially the nontheological defense of the pro-life position by former abortion-rights activist Bernard Nathanson, M.D. (Aborting America).
20 See Mollenkott.
21 George Mavrodes, "Abortion and Imagination: Reflections on Mollenkott's 'Reproductive Choice,'" Christian Scholar's Review 18 (Dec. 1988):168-69.
22 Bronner, 1, 12.
23 Barbara J. Syska, Thomas W. Hilgers, M.D., and Dennis O'Hare, "An Objective Model for Estimating Criminal Abortions and Its Implications for Public Policy," in New Perspectives on Human Abortion, eds. Thomas Hilgers, M.D., Dennis J. Horan, and David Mall (Frederick, MD: University Publications of America, 1981), 178. For a summary of the scholarly dispute over the prelegalization statistics, see Daniel Callahan, Abortion: Law, Choice and Morality (New York: Macmillan, 1970), 132-36; and Krason, Abortion, 301-10.
24 For more on prenatal development and the scientific evidence of the unborn's humanness, see Part Three in this series in the (forthcoming) Spring 1991 issue of the CHRISTIAN RESEARCH JOURNAL.
25 Nicholas Capaldi, The Art of Deception: An Introduction to Critical Thinking, rev. ed. (Buffalo, NY: Prometheus Books, 1987), 92.
26 Among the many organizations which help unwed mothers and women in crisis pregnancies are Crisis Pregnancy Centers (branches are found in many cities across North America), Pregnancy Crisis Center (Virginia), and Bethany Lifeline (1-800-234-4269). See also the interview of the administrator of an Assembly of God adoption agency in "Alternative to Abortion," Pentecostal Evangel (11 Feb. 1990), 14-15.
27 For example, see Ron Sider, Completely Pro-Life: Building a Consistent Stance (Downers Grove, IL: InterVarsity, 1987).



 


Share:Del.icio.us!Facebook!Google!Live!Yahoo!

Categorie: Christelijke medische ethiek