Geboren, niet gemaakt Reflecties op het levensbegin

geborenBoekrecensie

Theo Boer, Elise van Hoek en Dick Mul (redactie) 

(Amsterdam: Buijten & Schipperheijn, 2020) 240 pp. €19,95

 

Wat is het ontstaan van een kind toch een onuitsprekelijk groot wonder! Het schepsel mens wil de geheimen van de Schepper  (anderen hebben het over ‘moedertje Natuur’)  steeds verder ontdekken en nieuwe technieken toepassen. Dat roept wel talloze ethische vragen op. 

Dit boek gaat over ongewenste kinderloosheid, onbedoelde zwangerschappen en de vraag hoe je handicaps kunt voorkomen. Het is uitgave van het Lindeboom Instituut, dat medisch-ethische thema’s vanuit christelijk perspectief benadert en een update van de stand van medische zaken en ethische bezinning op het begin van het leven. De auteurs hebben als uitgangspunt dat de beschermwaardigheid van ongeboren leven voorop staat. 

Onvoorstelbaar wat er in de medische wetenschap is bedacht en uitgevoerd. Uit gewone menselijke cellen kunnen stamcellen gemaakt worden. Sperma, eicellen en embryo’s kunnen worden ingevroren, zodat mensen op hoge leeftijd genetisch eigen kinderen kunnen krijgen, zelfs postuum. De techniek waarmee in het laboratorium zaad- en eicellen gemaakt kunnen worden (in-vitrogametogenese, IVG) belooft in theorie dat iedereen een genetisch eigen kind kan krijgen, ook als dat niet op de natuurlijke manier kan. Vooral het vermengen van menselijke stamcellen met dierlijke embryo’s roept ethische vragen op. En hoe zit het met eiceldonatie en -adoptie, draagmoederschap, wensouders, draagmoeders en juridische moeders?

Seks zonder voortplanting en voortplanting zonder seks zijn nu beide mogelijk. Er is zelfs’ voortplanting zonder toestemming. Van een overledene van wie nog materiaal beschikbaar is, zou postuum nageslacht verkregen kunnen worden.’ (p. 220)

‘Een van de meest saillante mogelijkheden zou de geboorte zijn van een kind dat genetisch van maar één persoon afkomstig is, als men erin slaagt uit de cellen van één persoon zowel zaad- als eicellen te kweken.’ (p. 221) De mens blijkt in staat te zijn tot kunstmatige autogamie of zelfbevruchting. 

In-vitrofertilisatie of IVF, ook wel reageerbuisbevruchting of proefbuisbevruchting genoemd, is een voortplantingstechniek waarbij een of meer eicellen buiten het lichaam worden bevrucht met zaadcellen, waarna de ontstane embryo's in de baarmoeder teruggeplaatst worden. Rond vruchtbaarheid en onbedoelde en ongewenste zwangerschap, anticonceptie, abortus, IVF met en zonder restembryo’s, embryoselectie, drie-ouderembryo, gebruik van prenataal onderzoek, gebruik van gedoneerde zaad- of eicellen en kloonembryo’s lopen de meningen uiteen. 

Wanneer is er sprake van een beschermwaardig menselijk leven? Volledige beschermwaardigheid: sinds het samensmelten van een eicel met een zaadcel of toenemende beschermwaardigheid als iemand een aantal zichtbare vermogens heeft ontwikkeld? (p.14-16)

‘Als basistechniek heeft IVF ervoor gezorgd dat de menselijke voorplanting steeds sterker te manipuleren is. De technische mogelijkheden daarvoor zijn spectaculair toegenomen.’ … ‘… iedere verandering betekent een nieuw experiment met mensen.’ (p. 39) 

Welke gebreken of handicaps tolereren we niet meer? Want pre-implantieve genetische diagnostiek zou een groot aantal genetische ziekten kunnen uitbannen. En zo doen we dus aan mensverbetering. ‘Nieuw aan pogingen tot mensverbetering is dat ze zich baseren op een specifieke vorm van maakbaarheid, namelijk een opwaardering en perfectionering van mensen via technologie. De taak van de geneeskunde verschuift hier van het voorkomen, genezen en verlichten van aandoeningen naar het verbeteren van menselijke vermogens op fysiek, mentaal, creatief en moreel vlak.’ (p. 225) ‘Mensverbetering zal, indien succesvol,  de ongelijkheid tussen mensen bevorderen en daarmee sociale spanningen versterken die sterke ongelijkheid oproept.’ (p. 227) ‘Het streven naar vervolmaking (met de nadruk op ‘maken’) zal ertoe leiden dat mensen steeds meer worden beschouwd als ‘projecten’. Het ondermijnt de waardigheid van mensen zoals ze – ‘onbewerkt’ ter wereld komen.’ (p.228) Vandaar de titel van dit boek: ‘Geboren, niet gemaakt’.

‘Niemand kan een ander het recht ontnemen te worden geboren in plaats van gemaakt.’ (p.184)’ Maar waar de geneeskunde onder het beslag komt van een maakbaarheidsideaal, dreigt de menselijkheid te worden verdrongen.’ (p. 185)

Ten aanzien van de reprogenetica wordt terecht opgemerkt: ‘Eén stap leidt dikwijls tot volgende stappen en het is de vraag waar deze dynamiek uiteindelijk tot staan zal komen, als zij al tot staan komt.’ (p. 223)

‘In Nederland is het sinds kort toegestaan dat binnen een lesbisch koppel de ene vrouw middels IVF-behandeling eicellen doneert aan haar vrouwelijke partner.’ (p.98) ‘Ongeacht geaardheid of samenstelling van een gezin zijn alle mogelijke vruchtbaarheidsbehandelingen toegestaan. Het welzijn en de emotionele ontwikkeling van een (ongeboren) kind staan wel altijd voorop.’ (p. 99) Ik betwijfel dat. Het gaat toch veel meer om de wens van de (toekomstige) ouders?! Hoeveel uit  al dan niet anoniem zaad verwekte kinderen zijn niet koortsachtig op zoek naar hun biologische vader? Een andere auteur weerspreekt dit: ‘De kans bestaat dat de belangen van de wensouders in hoge mate boven die van het kind gaan prevaleren.’ (p. 221) Dit is in tegenstelling tot abortus, waar wel inderdaad het verzoek van de vrouw het uitgangspunt. Abortus is een vermeend recht van de vrouw en haar kind is rechteloos gemaakt.

Een opvallende ontwikkeling is dat ouders een levenloos geboren kind ongeacht de leeftijd sinds 2019 in de Basisregistratie Personen kunnen laten opnemen. (pp. 19, 123, 132-134) Achteraf wordt dus erkend dat het geen ‘propje slijm of groep cellen’ was, maar een mens! ‘Een ongeboren kind heeft wel een bijzondere status, maar geen rechtssubjectiviteit en is dus niet gelijk aan een geboren mens.’ (p. 133) En wanneer krijgt en heeft een mens een ziel? Een ziel is niet objectief en empirisch waarneembaar.

Sommigen willen vurig  hun kinderwens in vervulling doen gaan, terwijl anderen juist willen voorkomen dat zij een kind op de wereld zetten. ‘De abortuscijfers blijven vergeleken met andere landen laag en vrij constant: rond de 30.000 gevallen per jaar.’ (p.70) Dat is maar relatief; je zou het evengoed bedroevend hoog kunnen noemen. De 24-wekengrens voor een abortus met medicamenten (bij voorbeeld abortuspil) of met curettage is arbitrair, want zij is afhankelijk van ontwikkelingen in de neonatologie. (p.59) Een toenemend aantal spontaan geboren kinderen vóór 24 weken overleeft dit. (p.81) Let wel: de abortusgrens is in Nederland niet vastgesteld op 24 weken. Artikel 82a Wetboek van Strafrecht formuleert: ‘Onder een ander, of een kind bij of kort na de geboorte, van het leven beroven wordt begrepen: het doden van een vrucht die naar redelijkerwijs verwacht mag worden, in staat is buiten het moederlichaam in leven te blijven.’ (pp. 130, 131) 

In hoofdstuk 10 is er aandacht voor Joodse, Rooms Katholieke en protestantse visies. Ter aanvulling op de Joodse: in Israël wordt ook over abortus verschillend gedacht, maar dit is daar de praktijk: volgens de Israëlische wet heeft een foetus geen rechten tot het moment dat hij of zij geboren is. Dat betekent dat abortus tot het einde van de negende maand uitgevoerd mag worden en dat het kindje dus de gehele zwangerschap vogelvrij is!

Naast een gedetailleerde inhoudsopgave, vinden we introducties van de 15 auteurs en bovendien een namen- en een woordenregister, zodat het als naslagwerk gebruikt kan worden. Dat ik hier een degelijk en gedocumenteerd boek over medische ethiek in handen heb bewijzen wel de gemiddeld 45 eindnoten per hoofdstuk. De auteurs benaderen vragen multidisciplinair: ethisch, juridisch, medisch, sociologisch, theologisch en cultuurfilosofisch. Nederlandse wetten worden geciteerd, medisch-technische termen worden niet geschuwd en een paar cases worden behandeld. Kortom, vooral voor (huis)artsen een actueel en waardevol boek met heldere opzet vaak met samenvattingen, ter bezinning in deze tijd waarin niets meer onmogelijk lijkt.

W.J.A. Pijnacker Hordijk

Categorie: Christelijke ethiek