In betoon van Geest en kracht

In betoon van Geest en Kracht

De indruk, die de lezer door zijn geschriften van de apostel Paulus krijgt, is ongetwijfeld resoluut en krachtig. Het gaat hier om een ondernemend en krachtig mens. Een man, die wist wat hij wilde en behept met een sterk doorzettingsvermogen. Aanvankelijk ook met een krachtige en duidelijke geloofsovertuiging en een intensieve kennis van de Joodse geschriften van het Oude Testament. Kortom, een jongeman met een veelbelovende toekomst.

Hij was opgevoed in het formalisme van het strenge FarizeeÔsme, waartegen Jezus ernstig waarschuwde, omdat het meestal leidde tot een vormendienst en een geloof zonder inhoud. Daarom ook zei Jezus tegen Nicodemus in dat bekende nachtelijke gesprek: "tenzij iemand wederom geboren wordt, kan hij het koninkrijk van God niet zien en niet ingaan." (Joh.3:3-6) Jezus sprak hier niet zozeer over in de hemel komen, maar over een leven onder Gods zeggenschap, ook hier reeds op aarde.

Enige tijd later is Paulus getuige van de steniging van Stefanus, een volgeling van Jezus van Nazareth, die wegens godslastering door de Joodse Raad ter dood veroordeeld was. De confrontatie met deze, onder een regen van stenen, stervende gelovige man veroorzaakte, door het getuigenis van deze volgeling van Jezus, een barst in de overtuiging van Paulus. Hij constateerde, dat in deze stervende man zich een innerlijke kracht openbaarde, die Paulus niet kende. Vooral zijn getuigenis over de geopende hemel, sloeg bij Paulus in als een bom. De opgelopen barst in zijn overtuiging verwijdde zich tot een scheur, die hem steeds onzekerder maakte. Een onzekerheid, die maakte, dat hij steeds feller te keer ging tegen de volgelingen van die Jezus van Nazareth.

Totdat hij voor de poort van Damascus een ontmoeting had met die Jezus zelf. Een ontmoeting, die hem confronteerde met de aanwezige, levende persoon van de opgestane Heer, Jezus Christus. Een ontmoeting, die hem ook met de realiteit van de kracht van de levende en handelende God van Israel in aanraking bracht. Met de Geest en de Kracht, die hij formeel in zijn opvoeding had leren kennen, maar die nu een levende werkelijkheid bleek te zijn. Een levende en werkende kracht, die zijn verdere leven zou beheersen en leiden: "De openbaring van de levende God"! Een kracht, die meer was dan menselijke kracht en die hem tot een innerlijk inzicht en een wijsheid zou leiden, groter dan hij voor mogelijk had gehouden. De verborgen wijsheid van Gods handelen. (1.Kor.2:6-7)

Als Paulus veel later in zijn leven, op zijn tweede zendingsreis, voor de poorten van de stad Korinthe staat, zakt hem de moed even in de schoenen. Als hij vijf jaar daarna zijn eerste brief aan de daar ontstane gemeente van Christus schrijft, herinnert hij zich dat gevoel van onmacht nog heel duidelijk (1.Kor.2:1-5). Hij kende in die stad niemand en had er geen enkele relatie. Het was een stad met ongeveer 700.000 inwoners. De bevolking bestond hoofdzakelijk uit vrijgelaten slaven van het Romeinse keizerrijk. Verder woonden er handelsmensen, zeelieden, waaronder veel Grieken en ook een bescheiden Joodse gemeenschap. Wie moest hij aanspreken, waar kon hij overnachten en hoe zou hij werk vinden om in zijn onderhoud te voorzien? Paulus' verlegenheid met de situatie komt ons niet vreemd voor. Er bleef hem niets anders over dan zich te stellen onder de Geest en Kracht van zijn Heer zelf. De God en Vader van zijn Heer Jezus Christus, de opgestane en levende Heer van zijn leven. (1.Kor.2:4)

 

Dit is dan ook de reden, dat hij in het begin van die eerste brief aan de Korinthiers schrijft, dat hij niet met schittering van woorden of wijsheid hun stad binnenging, maar in zwakheid, met veel vrezen en beven. En dan ook nog met een boodschap over een 'gekruisigde Jezus Christus". (1.Kor.2:1-3) Toch heeft Paulus juist door de confrontatie met al die moeite en omstandigheden een nieuw inzicht gekregen op wat hij noemt: 'de verborgen wijsheid van God'. (1.Kor.2:7) Wat bedoelt Paulus met die wijsheid?

Het is een wijsheid, die tegengesteld is aan de krachten, die worden aangewend om wat te bereiken in deze wereld. Wil men iets gestalte geven in de wereld, waarin wij leven, dan is een goede ontwikkeling en deskundigheid, gepaard met een goede organisatie, voldoende kapitaal en zelfs soms een sterke krijgsmacht nodig om het gestelde doel te bereiken.

De Here God, de Schepper van hemel en aarde, openbaart in de Heilige Schrift een 'voornemen' om zijn heerschappij over de totale schepping opnieuw gestalte te geven. (Openb.21:1-5) De profeten in het Oude Testament en Jezus Christus en de apostelen in het Nieuwe Testament spreken en schrijven daar over. De Here God wil dat verwerkelijken in het zenden van de Zoon naar deze wereld. (Ef.1:9-10) De Zoon is de uitvoerende macht om Gods wil en Gods plan tot uitvoering te brengen.

Jezus verkondigt dat voornemen van God dan ook. Door middel van toespraken, gelijkenissen en onderwijs. Hij laat die verkondiging gepaard gaan met tekenen, die zijn boodschap bevestigen en beloften inhouden voor een totaal nieuwe toekomst voor Gods schepping. Hoewel Jezus ook mensen om Zich heen roept en aanstelt, zoals de twaalf discipelen, is Hij toch niet bezig een geweldige en machtige organisatie in het leven te roepen. Bij zijn gevangenneming zegt Hij zelf tegen Petrus, als deze zijn zwaard trekt: "Doe dat zwaard weg. Of meent gij niet, dat Ik mijn Vader niet kan aanroepen en Hij Mij twaalf legioenen engelen terzijde zal stellen?"

De wijsheid van de eeuwige God kiest een totaal andere weg, die tot overwinning leidt. De Here God laat zijn toekomstige Koning gevangen nemen, veroordelen en sterven aan een kruis. Daarvan zegt Paulus dan ook later: "De wijsheid van God is anders. Die wijsheid is voor de wereld een verborgen wijsheid, die niemand bedacht of gezien heeft, die in geen mensenhart is opgekomen." (1.Kor.2:6-9) De Here God bereikt zijn overwinning door zijn uitverkoren Koning te laten sterven.

Toen Jezus stierf aan het kruis, wreven de anti-machten zich in de handen en zij dachten dat ze gewonnen hadden en dat de macht nu voor goed aan hen toegevallen was. Als zij echter geweten hadden, hoe de Here God de overwinning bewerkte, dan zouden zij de Heer der Heerlijkheid niet gekruisigd hebben. (1.Kor.2:8) De anti-machten hebben de woorden van de profeet Zacharia nooit begrepen: "Niet door kracht, noch door geweld, maar door Mijn Geest, zegt de Here der Heerscharen." (Zach.4:6)

De Here Jezus legt dat ook reeds uit tijdens Zijn leven hier op aarde. Hij doet dat in de gelijkenis van de tarwekorrel, die eerst in de aarde moet vallen en sterven, om nieuw leven en vrucht voort te kunnen brengen. (Joh.12:24) Dit geheim van God ligt zelfs verborgen in een natuurwet van Gods schepping. Naar menselijke maatstaven is deze manier van handelen 'dwaasheid'. Paulus brengt dit echter onder woorden op de volgende wijze: "Het dwaze van God is wijzer dan de mensen en het zwakke van God is sterker dan de mensen." (1.Kor.1:25)

Jezus stelt deze goddelijke wijsheid als een absolute voorwaarde om deel te kunnen krijgen aan Gods Geest en aan Gods Kracht. Hij doet dat met de woorden: "Wie zijn leven lief heeft, maakt dat het verloren gaat." (Joh.12:25) Van nature is de mens altijd bezig zijn leven gestalte te geven en veilig te stellen, door middel van zelf-handhaving, ik-zucht, ellebogenwerk, invloed uitoefenen en zijn gelijk te halen. Talloze bewegingen en theorieÎn propageren en leren vormen van zelfontwikkeling om de mens sterk te doen zijn in de situaties, die zich in de moderne samenleving voordoen. Het individu moet zich manifesteren en handhaven. Opkomen voor jezelf.

De waarachtige ontwikkeling en waarde van de mens zal echter pas tot uiting kunnen komen, naar de mate waarin Gods Geest en daarmee Gods Kracht ruimte krijgt in de mens. In de menselijke geest, in zijn ziel en in zijn lichaam. Paulus heeft dat niet alleen ontdekt, maar ook in de praktijk toegepast en de kracht ervan ervaren. "Als ik zwak ben, dan ben ik sterk, want Gods Kracht wordt slechts in zwakheid volbracht." (2.Kor.12:9-10) Daarom zegt Jezus: "Wie zijn leven verliezen wil om mijnentwil, zal het vinden." (Matth.16:25)

Het christenleven is een leven, waarin triomfalisme, d.w.z. de zegepraal van mijn eigen-ik en mijn persoonlijkheid, niet aan bod komen. Een leven in betoon van Geest en Kracht, waarover de bijbel spreekt, is een leven van telkens weerkerende overgave en onderwerping aan de Here Jezus Christus. Het is een voortdurende leerschool van ootmoed, nederigheid en innerlijke reiniging op grond van erkenning van eigen zwakheden en beperktheid.

Die levenshouding geeft ruimte aan de inwoning en de werking van de Heilige Geest. (Joh.14:21-25) Dan zal ook de kracht van de Geest in ons leven gezien worden door anderen en vooral vruchtbaar worden voor de Here God en onze Here Jezus Christus. Dan zal blijken, wat al eerder werd gezegd door de profeet Zacharia en wat de apostel Paulus in zijn levens-praktijk als een werkzame kracht ondervond:

"Niet door kracht, noch door geweld, maar door mijn Geest, spreekt de Here der Heerscharen."
Alleen dan zal en kan de mens functioneren, zoals de Here God de mens bedoelde naar geest, ziel en lichaam, toen Hij hem schiep naar Zijn beeld en als Zijn gelijkenis. (zie ook Ps.8, Jac.1:18, Jac.4:5-6)

J.C. Graaff.


Share:Del.icio.us!Facebook!Google!Live!Yahoo!

Categorie: Bijbelstudies: een nieuw begin