Hoe zullen de doden opgewekt worden?

'Hoe zullen de doden opgewekt worden, en met een hoedanig lichaam zullen zij komen?' (1 Kor. 15:35). Dit zijn twee buitengewoon belangrijke en interessante vragen, die Paulus in het opstandingshoofdstuk bij uitnemendheid • 1 Korinthe 15 - opwerpt. Zal het opstandingslichaam hetzelfde lichaam zijn, als dat aan het graf werd toevertrouwd, en daarin tot stof verging? Zal het lichaam, dat opgewekt wordt, in dezelfde conditie verkeren, als ons tegenwoordige lichaam? Zal het een stoffelijk lichaam zijn, een lichaam van vlees en bloed?
Bij de beantwoording van deze vragen, dienen wij vooral in het oog te houden, dat de opstanding-van Ghristus model is van de opstanding der Zijnen. Jezus is de 'Eerstgeborene uit de doden,' 'de Eersteling dergenen, die ontslapen zijn.' Hij heeft door Zijn opstanding leven en onver-derfelijkheid aan het licht gebracht.

1. Hetzelfde lichaam
Welnu, de Heiland is met hetzelfde lichaam, dat begraven was, uit het graf opgestaan. Hij toonde Zijn discipelen Zijn doorboorde handen en zijde. Het is een lichaam van 'vlees en benen.' Zij hebben Hem betast, en met Hem gegeten en gedronken. Zo zal ook ons opstandingslichaam hetzelfde zijn, als wat wij nu bezitten. 'Niet één haar van uw hoofd zal verloren gaan,' zei Jezus (Luk. 21:16-18). Het zou voor God, Die hemelen en aarde schiep, gemakkelijk genoeg zijn, om Zijn kinderen geheel nieuwe lichamen te geven. Maar dan zouden onze tegenwoordige lichamen in de banden des doods om-kneld blijven, in dit opzicht zou God dan een nederlaag geleden hebben, en dat is ten enen male onmogelijk. Als God ons een nieuw lichaam zou geven, en ons niet hetzelfde lichaam zou teruggeven, dan zou er geen sprake van 'opstanding' maar van 'schepping' zijn. En waarom zouden dan de graven opengaan?

2. Een veranderd lichaam
Anderzijds echter zal ons opstandingslichaam, hoewel hetzelfde lichaam, toch ook geheel anders zijn dan ons tegenwoordige. Reeds' in dit leven heeft er in ons lichaam allerlei verandering plaats,
zelfs tot onherkenbaar wordens toe. De volwassen man heeft nog hetzelfde lichaam, dat hij als pas-geboren kind bezat; maar wie kan het herkennen? De rups, die in een vlinder veranderde, heeft hetzelfde lichaam behouden, en is toch geheel veranderd. Hoeveel te meer zal ons verheerlijkt lichaam er straks anders uitzien dan nu in de staat der vernedering.


3. Niet hetzelfde vlees
Maar niet alleen de gestalte van ons lichaam, maar ook zijn substantie wijzigt zich reeds gedurende ons leven. Elke zeven jaar heeft ons gehele lichaam zich vernieuwd door een voortdurende stofwisseling.
Ik ben bijna 42 jaar, d.w.z. dus, dat ik in mijn leven reeds zes maal een geheel nieuw lichaam gekregen heb. En toch ben ik dezelfde mens gebleven, met hetzelfde lichaam. Zo kan ook het opstandingslichaam straks andere stof bevatten en toch hetzelfde lichaam blijven. Paulus wijst daarop en zegt: 'Alle vlees is niet hetzelfde vlees; er is onderscheid tussen vlees van mensen, van beesten, van vogels, van vissen.' Daarom is de uitdrukking 'wederopstanding des vleses' eigenlijk niet juist, en kunnen wij beter spreken van de 'wederopstanding des lichaams.'

4. Geen bloed
In elk geval is het zeker, dat in ons verheerlijkt lichaam geen bloed meer gevonden wordt. Paulus verklaart immers met nadruk: 'Vlees en bloed kunnen het Koninkrijk Gods niet beerven' (1 Kor. 15:50). Christus, opgestaan uit de doden, heeft wel 'vlees en benen', maar Zijn bloed is uitgestort op Golgotha tot verzoening van onze zonden. Zijn leven, dat 'in het bloed' was, heeft Hij afgelegd; uitgestort in de dood; en Hij is opgestaan in de kracht van een ander, een nieuw, een Goddelijk leven.

5. Een merkwaardige samenhang
Maar hoewel het opstandingslichaam zich in vele opzichten van het tegenwoordige lichaam zal onderscheiden, toch moet er een wonderbare samenhang tussen beide bestaan.

Paulus laat ons zien, dat de verhouding tussen beide lichamen gelijk is aan de verhouding tussen zaad en oogst. Zoals in het zaad, dat in de aarde valt en sterft, reeds de kiem van de nieuwe plant aanwezig is, zo moet ook ons tegenwoordige lichaam reeds de onverwoestbare kiem bevatten van het nieuwe opstandingslichaam. 'Het lichaam wordt gezaaid in verderfelijkheid, het wordt opgewekt in on-verderfelijkheid' (1 Kor. 15:42). Daarom is het 'begraven' van een lichaam, eigenlijk een kwestie van 'zaaien'. Een boer zaait zijn zaad in de akker, opdat hij straks zal kunnen maaien. Hij 'verwacht de kostelijke vrucht des lands, lankmoedigzijnde over haar, totdat het de vroege en spade regen zal hebben ontvangen' (Jak. 5:7).
Het tarwegraan moet in de aarde vallen en sterven om vrucht te kunnen voortbrengen. Daarom lieten ook wij de lichamen van onze geliefde ontslapenen 'in de aarde vallen'. Wij 'zaaiden' hun lichamen in verderfelijkheid, en wachten op de wederkomst van Christus, Die hen in onverder-felijkheid zal opwekken. Een 'christelijke begrafenis' is dus eigenlijk een geloofsdaad vol hoop en blijde verwachting. De enige mogelijkheid, om éénmaal onze geliefde ontslapenen in hun eigen lichaam weer te kunnen begroeten, is dat wij hun lichaam aan de aarde toevertrouwen, niet om hen 'de laatste eer te bewijzen', maar om met lijdzaamheid te wachten op de komst des Heren, Die hen in heerlijkheid uit hun graven zal doen herrijzen.
Eigenschappen van het verheerlijkte lichaam

Paulus noemt vier machtige veranderingen op, die het lichaam in het proces van dood, begrafenis en opstanding zal ondergaan - van verderfelijkheid tot onverderfe-lijkheid; van oneer tot heerlijkheid; van zwakheid tot kracht; van het natuurlijke tot het geestelijke' (1 Kor. 15:42, 43). Ons lichaam zal 'gelijkvormig aan Zijn heerlijk lichaam' (vs. 21) worden. 'Wij zullen Hem gelijkvormig zijn' (1 Joh. 3:2). 'Gelijkerwijs wij het beeld des aardsen gedragen hebben (Adam), zo zullen wij ook het beeld des hemelsen dragen (Christus) 1 Kor. 15:49).
Hoe zal dat opstandingslichaam zijn? Uitgaande van bovengenoemde vier veranderingen, waarover Paulus spreekt, en Christus' opstandingslichaam als model nemend, kunnen wij zeggen:

1. Het is een onverderfelijk lichaam
De dood is te niet gedaan. Het zal niet kunnen sterven. Het zal ook niet 'verdorven' worden. Het zal nimmer zijn glans verliezen. Het is een eeuwig lichaam, een lichaam, waarin geen zonde woont.
2. Het is een verheerlijkt lichaam
Christus ontving een lichaam zo heerlijk, dat het straalde als de zon. De discipelen hebben een glimp van de heerlijkheid opgevangen, toen zij met Hem op de heilige berg waren. Johannes heeft Zijn heerlijkheid aanschouwd op Patmos, en hij zegt: 'Zijn aangezicht was gelijk de zon in haar kracht.' Zo zullen ook onze lichamen zijn,
'schitterend in schoonheid en pracht' tot in alle eeuwigheid. De engelen Gods zullen met verbazing ons aanschouwen. Ja, 'de leraars zullen blinken als de glans des uitspansels, en die er velen rechtvaardigen, gelijk de sterren, altoos en eeuwig' (Dan. 12:3).
3. Het is een krachtig lichaam
Thans kunnen wij zwak, ziek, en vermoeid zijn. Ook al is onze geest wel gewillig, toch ervaren wij telkens weer, dat ons vlees zwak is. Wij kunnen oververmoeid en zelfs uitgeput raken. Wij hebben veel slaap nodig en brengen een groot deel van ons leven 'onbewust' door. Maar in ons nieuwe lichaam zullen wij nimmer moede en mat worden. 'Schoon zij wandelen, worden zij niet moe!' Wat een heerlijkheid, nooit meer vermoeid te zullen zijn. Nooit meer behoeven te rusten. Geestelijk en lichamelijk honderd procent te zijn om God te kunnen dienen.
4. Het is een geestelijk lichaam
Een geestelijk lichaam, is een lichaam, dat niet gebonden is aan natuurlijke wetten. Het is een zelfstandig, onafhankelijk lichaam, vrij van stof, ruimte en tijd. Vrij van stof, het kan eten, zonder het te moeten (Luk. 24:41). Vrij van ruimte, het kan door gesloten deuren binnenkomen (Joh. 20:19). Vrij van tijd, het is onsterfelijk in eeuwigheid (1 Kor. 15:42). Het is ook vrij van de zwaartekracht, het kan van een hoge toren stappen, zonder te vallen. Het is niet 'uit de aarde aards', maar 'uit de hemel hemels', en kan zich zonder bezwaar door Gods heelal bewegen, sneller dan het licht, van planeet tot planeet, van ster tot ster.

Uit: Wederkomst des Heren van J.B. Klein Haneveld.
Promise 2 jrg 1985


Share:Del.icio.us!Facebook!Google!Live!Yahoo!

Categorie: Bijbelstudies: een nieuw begin