Een totaal nieuw begin

Een totaal nieuw begin

In het algemeen weten gelovige mensen wel de betekenis van de christelijke feestdagen. Kerstfeest: de geboorte van Jezus in Bethlehem; Goede Vrijdag: Het sterven van Jezus aan het kruis op Golgotha; Pasen: de opstanding van Jezus uit het graf; Hemelvaartsdag: de terugkeer van Jezus naar de hemel; en Pinksteren: de uitstorting van de Heilige Geest.

Welke betekenis en invloed deze gebeurtenissen op ons geloof uitoefenen is vaak wat minder makkelijk onder woorden te brengen door de meeste christenen. Maar het is wel duidelijk dat van de vijf genoemde feesten Pinksteren het moeilijkst te verklaren valt. En vooral als het gaat over de betekenis voor ons eigen leven van elke dag in deze van God vervreemde wereld. Toch is dat feest, het feest van het totaal nieuwe begin, dat de Here God aanbiedt aan elk mensenkind op deze aarde. Het is daarom alleszins de moeite waard om daar eens wat dieper op in te gaan, juist in dit blad, omdat de stichting Promise zich bezig houdt met de boodschap van vernieuwing voor de totale mens naar geest, ziel en lichaam , zoals de Bijbel die aanbiedt.

Het is de apostel Paulus, die in het bijzonder de opdracht kreeg van Godswege en bij monde van de Here Jezus Christus, die boodschap te verkondigen en uit te leggen, zowel aan Joden als aan niet-Joden (Hand.9:1-15). Ongeveer twintig jaar na deze gebeurtenis in zijn leven, die beschreven wordt in het boek Handelingen, woont Paulus, na allerlei reizen door de antieke wereld, een aantal jaren in de stad Efeze. Daar schrijft hij de brief aan de Romeinen, die wij kennen in de Bijbel. In deze brief legt uit hij aan de Gemeente van Christenen aldaar, hoe het initiatief van de Here God, de Schepper van hemel en aarde, van dat totale nieuwe begin voor de mens, die dat nodig heeft, tot een van God gegeven realiteit is geworden en bereikbaar is voor ieder mens, die daarop in wil gaan. In het kort uitgelegd heeft de Here God in zijn Zoon Jezus Christus, die realiteit gestalte gegeven.

Toen God, de Schepper, de mens had geschapen als een geestelijk wezen, was er een directe gemeenschap mogelijk tussen de mens en zijn Schepper (Gen.1:26-31). Die open gemeenschap werd helaas ernstig geblokkeerd door wat de Bijbel beschrijft als de zondeval (Gen.3:8-10). Op grond daarvan legt de apostel Paulus in de eerste drie hoofdstukken van de Romeinenbrief uit, dat die geblokkeerde gemeenschap geldt voor alle mensen, zowel heidenen als Joden. "Alle hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods" (Rom.3:21). Het woord 'derven' betekent hier: het doel missen. De mens kon na de zondeval niet meer beantwoorden aan de bedoeling, waartoe de Schepper de mens schiep .

In de hoofdstukken 4 en 5 van de Romeinenbrief legt Paulus uit hoe de Here God door de 'verzoening', die het offer van Jezus teweegbracht, de mogelijkheid van gemeenschap tussen God en mens Èn mens en God herstelde. Een overweldigende gebeurtenis en van Godswege een nieuwe mogelijkheid Om die gemeenschap te doen functioneren, schenkt de Here God aan de mens, die in het feit van de verzoening gelooft, iets van Zichzelf: de Heilige Geest. In wezen is dus het doel van de verzoening, die op Golgotha plaatsvond, de mogelijkheid voor de Schepper Zelf, om van zijn Geest aan zijn schepsel, de mens, te schenken. Deze herstelde gemeenschap was Gods belofte reeds aan Eva (Gen.3:14-15). Daar was het God om te doen: de nieuwe mogelijkheid voor de mens, die gelooft in wat de Here God tot stand bracht en schenkt.

Geloven betekent dus in wezen: er vanuit gaan, dat het God was, die dit tot stand bracht in liefdevolle genade. Zo opent het geloof de realiteit van de nieuwe gemeenschap met God. De gave van de Heilige Geest blijkt het doel te zijn, waartoe de eeuwige God de verzoening tot stand bracht. Het is daarom jammer dat voor veel christenen, de werking van de Heilige Geest niet tot zijn recht komt en de gemeenschap met God niet of nauwelijks werkzaam is. In hoofdstuk 8 van de Romeinenbrief schrijft Paulus dan ook duidelijk over het leven door de Heilige Geest . De vertalers van de Bijbel hebben terecht de titel boven dit bijbelgedeelte gezet (Rom.8:1-17).

In het eerste vers van het hierboven genoemde bijbelgedeelte herhaalt Paulus zijn conclusie, die hij reeds eerder uitsprak: "Zo is er dan geen veroordeling voor hen, die in Christus Jezus zijn." In Christus Jezus zijn betekent: door het geloof in de verzoening, die Hij Zelf tot stand bracht, is de gelovige mens 'eigendom van Christus'. Op grond van dat geloof heeft de gelovige ook de Heilige Geest ontvangen. De apostel Petrus zegt dat onomwonden in zijn prediking op de pinksterdag in Jeruzalem (Hand.2:38). De gelovige mens is door de verzoening bevrijd uit de wet (= wetmatigheid) van de zonde. Het noodzakelijke gevolg van de toestand van de zonde betekende voor de mens de dood (Gen.2:17). De dood volgde dus wetmatig op de zonde.

De gelovige mens is op grond van de verzoening in een totaal nieuwe levenssituatie overgezet in Christus en daarmee in het leven van de "Geest". Dat leven heeft een heel nieuwe wetmatigheid. Jezus spreekt over deze nieuwe situatie zelfs over een nieuwe geboorte . Hij doet dat in het gesprek, dat Hij heeft met ÈÈn van de joodse schriftgeleerden, Nicodemus. (Joh.3:3-7). Hieruit blijkt hoe radicaal de Here Jezus deze verandering in het leven van de mens vindt. Die nieuwe mogelijkheid is aanwezig, omdat de Geest (= de Geest van de Vader en de Zoon - Hand.2:33) in de gelovige mens aanwezig is. De mens is niet meer alleen aangewezen op zijn eigen natuurlijke mogelijkheden, die zijn aangetast door de zonde.

Paulus spreekt in zijn uitleg, dat op grond van de aanwezigheid van de Geest in de gelovige mens, er een nieuwe gezindheid in de mens kan gaan heersen (Rom.8:5). Dat is de gezindheid van de Heilige Geest. De uitdrukking 'gezindheid' vraagt enige uitleg. Dit begrip komt zowel in het Oude Testament als in het Nieuwe Testament enige malen voor. De gezindheid van de mens heeft alles te maken met zijn manier van denken. Ons denkvermogen wordt gevoed en beheerst door werkingen van de ziel van de mens. Verstand, gevoel en de wil vertolken en beheersen het innerlijke en het uiterlijke leven van de mens. Zij bepalen wie en hoe wij zijn en ook wat onze gezindheid is. De mens kan zijn eigen gezindheid leren kennen en controleren door na te gaan, waar hij op zint. Wat denk ik, wat wil ik, waar verlang ik naar? Zo'n zelfonderzoek kan heel nuttig zijn en zelfs onthullend en onthutsend. Wij ontdekken dan de gezindheid van ons 'vlees'. 'Vlees' is in de Bijbel de uitdrukking, waarmee het leven buiten God bedoeld wordt (zie Rom.7:14+18, 8:6).

Door de aanwezigheid van de Heilige Geest echter ontstaat in ons leven de gezindheid van de Geest, en die gezindheid is leven en vrede (Rom.8:8b). Wij leven echter nog steeds in een wereld, die beheerst wordt door de zonde en de vergankelijkheid. Ook ons menselijk lichaam is daar nog steeds aan onderworpen. Pas na de opstanding der doden zullen wij als gelovigen een verheerlijkt lichaam deelachtig worden. Daarover schrijft Paulus in zijn brieven: 1.Thess.4:13-18, 1.Kor.15:52-54.

Dit intermezzo van uitspraken van de apostel Paulus was nodig om duidelijk te maken dat de gezindheid van de Geest niet vanzelfsprekend overheerst in het leven van de gelovige mens. Zelfs niet als we er van uit gaan dat elk wedergeboren mens de Heilige Geest heeft ontvangen, toen hij of zij tot geloof kwam. Wij kunnen en moeten echter op grond van de aanwezigheid van de Geest leren die Geest ruimte te bieden in ons leven, wil de gezindheid van de Geest in ons leven gaan functioneren. In de eerste plaats moeten we ons bewust zijn, dat we niet meer in het 'vlees' zijn, maar in 'de Geest' (Rom.8:9). In dat bewust-zijn zullen ons denken, onze wil en onze gevoelens onder invloed en de heerschappij van de Geest gesteld moeten worden om langs die weg te leren functioneren in de gezindheid van de Geest. Dat is een proces van overgave, van reiniging, van vernieuwing en geestelijke groei. We moeten leren om op meerdere levensterreinen anders te denken (zie Rom.12:2). De slotconclusie van Paulus is dan ook dat wij t.o.v. datgene wat God ons ter beschikking stelt in Zijn genade schuldenaars zijn om Zijn Geest de ruimte te geven in ons menselijk bestaan (Rom.8:12-13).

Paulus noemt het werk, de groei en de verandering van onze gezindheid een proces, waarin het leven van het vlees wordt gedood. Daaruit zal blijken dat wij geleid worden door de Geest en op grond daarvan zal blijken, dat wij 'zonen en dochters van God' zijn (met deze woorden wordt dit bevestigd in 2.Kor.6:18-7:1). "Wij hebben ontvangen de Geest van het zoonschap, door welke wij roepen: Abba Vader. Die Geest getuigt met onze geest, dat wij kinderen van God zijn" (Rom.8:16)

Het gaat hier niet alleen over onze toekomst in de eeuwigheid, maar ook over ons leven hier op aarde, in dit leven in het vergankelijk lichaam, met al zijn belemmeringen.Ongetwijfeld is het leven door Gods Geest heilzaam voor ons totale bestaan als mens, naar geest, ziel en lichaam, ook nu!! Een leven van vernieuwing in alle opzichten

J.C. Graaff.


Share:Del.icio.us!Facebook!Google!Live!Yahoo!

Categorie: Bijbelstudies: een nieuw begin