Want ik vertrouw op God!

WANT IK VERTROUW OP GOD

In dit artikel willen we eens nadenken over de vitale les, die we in tijden van geestelijke depressie kunnen leren. Het heeft alles te maken met de inhoud van een bepaald lied, namelijk: "Staande op de beloften van God."

Als je werkelijk in de diepte van een depressie zit, zul je waarschijnlijk geheel geen behoefte hebben in te bijbel te gaan lezen. Ik kan me nog tijden herinneren, dat ik zo in de put zat, dat de beloften in Gods Woord volkomen inhoudsloos leken. En eens toen ik enkele van de beloften in de bijbel las, flapte ik er uit: "Spot niet met me, Here." Ik heb daar nu spijt van, hoewel ik er van overtuigd ben, dat de Here begreep hoe ik me voelde. Ik voelde dat de Here me verlaten had. Ik voelde dat de Here zijn rug naar me had toegekeerd. Ik voelde dat de Here mijn gebeden niet beantwoordde. Dit alles is kenmerkend als we ons in de greep van een diepe depressie bevinden.

Deze gevoelens duren echter niet eindeloos en langzamerhand ontdekken we dat we in onze bijbel hulp kunnen vinden. Een gedeelte, wat me echt aansprak, was Klaagliederen 3:1-26. Enkele psalmen boden ook hulp, op een manier, die ik nooit eerder ontdekt had. Als ik het moeilijk vond om te bidden, nam ik wel eens zo'n Psalm en las deze dan als mijn gebed tot God. Het was dan teveel gevraagd om zelf een gebed te formuleren, dus maakte ik gebruik van ÈÈn van Davids gebeden. Vaak las ik alleen psalm 25 of psalm 86 en gebruikte die in plaats van mijn normaal dagelijks bijbellezen en gebed. Ik ben er zeker van dat de Here begrip had voor mijn onbekwaamheid tot het bestuderen van Zijn Woord en voor gebed zoals ik normaal deed. In Psalm 103:14 lezen we: "Want Hij weet wat maaksel wij zijn, gedachtig dat wij stof zijn."

Maar om terug te gaan naar het staan op de beloften van Gods Woord, heb ik ontdekt dat dit een erg noodzakelijke geestelijke oefening is. Van tijd tot tijd had ik in mijn christenleven periodes van twijfel omtrent mijn redding, en tijdens zo'n depressie keerde die twijfel in alle hevigheid terug. De duivel bedolf me onder alle gebruikelijke argumenten. "Je bent helemaal geen christen, het is allemaal maar verbeelding. Je houdt jezelf voor de gek en christendom kan helemaal niet bewezen worden. Als je werkelijk een christen was, dacht je dan dat je door zo'n moeilijke tijd als deze heen zou gaan? Je bent verloren en gaat naar de hel." Je weet waarschijnlijk wel wat hij zoal in je gedachten pompt, als je in de greep van een depressie bent.

ANGST EN TWIJFEL

De duivel viel me nog op andere fronten aan, die ik niet eerder ervaren had. EÈn ervan was angst. Ik had nog nooit echte angst gekend, tot ik mezelf in het midden van een depressie bevond. Nachten lag ik wakker uit angst dat ik gek zou worden, bijna verlamd door de vrees dat het kwade bezit van me zou nemen.

Het is niet gemakkelijk te beschrijven, maar als je dit zelf hebt meegemaakt zul je het begrijpen. Van Abram staat in Genesis 15:12 beschreven dat hem een angstwekkende dikke duisternis overviel. Ik kan geen duidelijker beschrijving bedenken van wat ik bedoel. Dit leidde naar een ander symptoom. De duivel vertelde mij dat God mij verlaten had en mij gek zou laten worden; dat God dus niet te vertrouwen was. Dit was verschrikkelijk, want als ik God niet kon vertrouwen, wie dan wel?

Wij weten, dat de Here Jezus, toen Hij verzocht werd, het Woord van God gebruikte om de duivel te verslaan. En geleidelijk begon ik te leren dat Gods beloften, zoals deze in Zijn Woord beschreven staan, hÈt antwoord zijn op de aanvallen van de satan. Daar ik John Bunyan's Pelgrimsreis vele malen gelezen had, had ik me de verhalen moeten herinneren over Christen en Hoopvol, die zich in het kasteel van Twijfel bevonden, en hoe reus Wanhoop hen regelmatig versloeg en hen wijsmaakte dat zelfmoord de enige uitweg was. Dat ging zo enige tijd door, totdat Christen zich herinnerde dat hij een sleutel bezat, genaamd Belofte, waarmee hij elke deur in het kasteel van de Twijfel kon openen. Ze ontdekten dat deze sleutel de deur van hun kerker opende; en de deur van het kasteelslot; en uiteindelijk ook de ijzeren poort, zodat ze uit de handen van reus Wanhoop konden ontsnappen.

Natuurlijk is er een geweldig verschil tussen het theoretisch kennen van deze dingen en ze in praktijk brengen. Maar tijdens mijn depressie werd me duidelijk dat ik langzaam maar zeker op voet van oorlog kwam te staan met de duivel, toen ik Gods beloften als mijn zwaard gebruikte. Het was een worsteling. Soms won ik; soms leek er weinig voortgang te zijn, en soms leek het of ik weer terug was op het punt waar ik begon. Maar de Here hielp mij en helpt me nog steeds als deze dingen terugkomen.

Hoe werkte dit nu in de praktijk?? Wel, voor zover het twijfels aangaande mijn redding betrof, begon ik Johannes 1:12 als mijn belofte te gebruiken.

"Doch allen die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden , hun die in Zijn naam geloven." Ik zei dan tegen de duivel; "
Dit is Gods belofte. Ik heb de Here Jezus als mijn Heiland aangenomen en ben daarom een kind van God. Ik voel me misschien geen christen ik ben misschien maar een heel slechte christen, maar ik rust op Gods beloften en weet dat ik een kind van God ben." Eens ontmoette ik een fijne gelovige van meer dan tachtig jaar, die mij toevertrouwde dat ze soms vreselijke angst had, dat ze niet werkelijk behouden was en in de hel terecht zou komen. Dus kon ik met haar dit vers delen, dat ik als mijn zwaard gebruikte als de duivel mij iets soortgelijks vertelde. In Johannes 5:24 staat:
"Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wie Mijn Woord hoort en Hem gelooft die Mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven en komt niet in het oordeel, want hij is overgegaan uit de dood in het leven"
Ik vroeg deze oude dame; " Hebt u de Here Jezus als uw Heiland aangenomen, en rust u voor uw behoud in Zijn volbrachte werk?" "O, ja!!" kwam haar antwoord. "Dan moet u de duivel er op attent maken, wat de Here Jezus hier belooft. Hij zei dat u niet in het oordeel zult komen, maar dat u bent overgegaan uit de dood in het leven, en ik geef er de voorkeur aan te geloven wat de Zoon van God zei, boven dat wat de duivel mij influistert, als ik in de put zit."

Hoe kunnen we nu met die angst omgaan, die vooral s'nachts over ons komt? Voor mij is het memoriseren van Psalm 121 een echte hulp geweest. Ik herinner me hoe mijn vader mij een stuiver gaf voor elke psalm, die ik als jongen leerde en hoe dankbaar ik was, dat ik juist deze geleerd had. Als ik wakker lag en een afschuwelijke angst over me heen voelde komen, ging ik deze psalm voor mezelf opzeggen:

"Ik hef mijn ogen op naar de bergen; vanwaar zal mijn hulp komen? Mijn hulp is van de Here, die hemel en aarde gemaakt heeft. Hij zal niet toelaten dat uw voet wankelt, uw Bewaarder zal niet sluimeren. Zie de Bewaarder van IsraÎl sluimert noch slaapt. De Here is uw Bewaarder, de Here is uw schaduw aan uw rechterhand. De zon zal u des daags niet steken, noch de maan des nachts. De Here zal u bewaren voor alle kwaad, Hij zal uw ziel bewaren, de Here zal uw uitgang en uw ingang bewaren van nu aan tot in eeuwigheid."
Soms moest ik hem wel tien keer opzeggen voor ik in staat was te rusten in het feit dat de Here mijn Bewaarder was; dat Hij mij voor alle kwaad zou bewaren, dat Hij mij zou bewaren als ik sliep, omdat Hij nooit sluimert, en geleidelijk aan viel ik dan in slaap. 2 Timothe¸s 1:7 was in zulke tijden ook een echte hulp: Want God heeft ons niet gegeven een Geest van lafhartigheid, maar van kracht, liefde en bezonnenheid. Ik ontdekte ook dat de duivel niet noodzakelijkerwijs meteen wegging, als ik deze verzen opzei. Hij is erg volhardend en ik moest echt standhouden in de strijd, maar uiteindelijk trok hij zich dan terug. Als de duivel mij vertelde dat God mij verlaten had, was de belofte van HebreeÎn 13:5 mijn zwaard.
"Want Hij heeft gezegd, Ik zal u geenszins begeven, Ik zal u geenszins verlaten."
Ik voerde dan het volgende tegen de duivel aan: Ik heb misschien het gevoel dat God mij verlaten heeft, ik ben me misschien niet bewust van Gods aanwezigheid, maar Hij heeft me beloofd dat Hij me niet zou begeven noch verlaten, dus ik weet dat de Here hier is.

GOD IS GETROUW

Twee andere gedeelten waren een grote hulp als de duivel mij vertelde dat ik door de druk mijn verstand aan het kwijtraken was. Jesaja 42:3
"Het geknakte riet zal hij niet verbreken en de kwijnende vlaspit zal hij niet uitdoven."
Ik voelde me vaak geknakt riet of een kwijnende vlaspit. Maar ik had Gods belofte dat ik niet tenonder zou gaan. Het tweede vers was 1 Korinthe 10:13 waar staat:
"En God is getrouw, die niet zal gedogen, dat gij boven vermogen verzocht wordt, want Hij zal met de verzoeking ook voor de uitkomst zorgen, zodat gij ertegen bestand zijt."
Als de duivel zei; je gaat aan spanning ten onder, het is met je gedaan; dan was mijn antwoord; "God is getrouw, God is getrouw, God is getrouw."

Zo had ik de ene keer meer succes dan de andere keer met het staan op de belofte. Bij tijd en wijle zonk ik weg in wanhoop en twijfel. Andere keren kon ik overwinnend blijven staan, en terwijl de depressie minder werd, werden de overwinningen ook talrijker en begonnen deze specifieke problemen langzaam maar zeker te verdwijnen.

In HebreeÎn 11:13 komt een uitdrukking voor die ons ook kan helpen. Het gaat over mensen die de belofte begroet hebben. Dit woord begroet kan ook vertaald worden met omarmd. Als ik mijn vrouw begroet, houd ik haar stevig tegen me aan en eis haar voor mezelf op. Ik toon haar dat ze mij toebehoort en dat ze voor mij erg dierbaar is. Als de Here je dus in een bepaalde situatie een belofte geeft, kun je die omarmen. Je kunt die dan stevig vasthouden en deze de jouwe maken.

God zoekt ons in een positie te brengen, waarin we geestelijk kunnen groeien en bereid moeten zijn Hem volkomen te vertrouwen. Denk eens aan diegenen in de bijbel die handelden op basis van een eenvoudig geloof op Gods beloften. Noach begon midden in het land een ark te bouwen en werd zonder twijfel bespot door zijn medemensen. Waarom zou hij zoiets belachelijks ondernemen? Omdat hij vertrouwde op de beloften van God. genesis 6:17-18)

 

Abraham verliet zijn vaderland en ging uit naar een ver land dat hij nooit gezien had. Waarom zou iemand zijn veiligheid en opgebouwd bestaan verlaten om naar het onbekende te gaan? Omdat hij vertrouwde op de belofte van God.(Genesis 12:1-4)

Later kreeg Abraham de opdracht zijn zoon Izaak te offeren als een brandoffer, en dat ondanks het feit dat God beloofd had uit Izaak een groot volk te maken. Waarom zou iemand zo'n vreemd bevel zonder aarzelen gehoorzamen? Omdat hij de belofte van God vertrouwde.(HebreeÎn 11:17-19)

Mozes trotseerde Farao, de machtigste koning uit die tijd, met de opdracht dat hij al zijn slaven moest vrijlaten om de woestijn in te trekken. Waarom zou hij door zo'n alles te buiten gaand bevel zijn nek riskeren? Omdat hij de belofte van God vertrouwde. (Exodus 3:7-10)

Jozua gaf de kinderen Israëls bevel elke dag ÈÈn maal rond de muren van Jericho te lopen en op de zevende dag zeven maal. Waarom zoiets vreemds? Omdat hij de belofte van God vertrouwde. (Jozua 6:1-5) Gideon leidde driehonderd man tegen een leger, waarvan Richteren 7:12 zegt:

"Midiam nu en Amelek en alle stammen van het Oosten lagen in de vlakte, talrijk als sprinkhanen."
Waarom zou iemand de strijd aanbinden tegen een leger wat in aantal zo duidelijk de baas was? Omdat hij de belofte van God vertrouwde.(Richteren7:7) Elia ging naar de koning Achab en verklaarde dat er geen dauw of regen zou zijn in het land, tenzij op zijn woord. Hoe kon hij zo zeker van zichzelf zijn, door zo'n harde voorspelling te doen. Omdat hij de belofte van God vertrouwde. (1Koningen 17:1)

Deze mensen hebben geleerd vóór alles te rusten in Gods beloften. Het gaat er om dat wij in onze tijden van depressie een geweldige gelegenheid hebben deze lessen te leren. Zo'n les zal ons nooit verlaten en door ons hele leven heen bruikbaar en een hulp blijven. We kunnen leren hoe we de aanvallen van de vijand door een juist gebruik van ons zwaard kunnen afweren, en deze bekwaamheid zal ons in staat stellen vat te krijgen op andere geestelijke waarheden. We zullen misschien veel fouten maken als we voor het eerst op deze manier strijden. Maar door ons christenleven heen zullen we voortgaan met leren, net als soldaten die langzaam aan gewend raken aan hun uitrusting en bruikbaarder worden in de strijd. Deze lessen zullen van grote waarde zijn op onze aardse pelgrimsreis.

Paulus was op een schip in de Middellandse zee met tweehonderd-vijfenzeventig andere personen. Er stak een storm op die twee weken duurde. Overdag en s'nachts bedekten de wolken de hemel en de zeelui hadden er een harde dobber aan het schip drijvende te houden. Hoop op redding was bijna uitgesloten. De meeste mannen waren volkomen uitgeput daar ze dagenlang noch gegeten noch geslapen hadden. Niemand wist waar ze waren. De situatie kon nauwelijks moeilijker worden. Toen stond Paulus op en vertelde iedereen aan boord dat geen enkel leven zou verloren gaan. Allen zouden gered worden. Hij nam zelfs een goede maaltijd en moedigde iedereen aan het zelfde te doen. Waarom was er het grote verschil tussen Paulus en de anderen? Hoe kon hij zo zeker zijn van wat hij zei? Hoe kon hij zo'n vrede hebben? Een engel was hem verschenen met een belofte van God en dat was genoeg voor Paulus. Luister eenvoudig naar zijn woorden:

"Want dit vertrouwen heb ik op God, dat het zo zal gaan als het mij gezegd is."
Lees het voor jezelf in Handelingen 27:25. Houdt dit beeld in je gedachten, een man in het midden van een storm, maar staande op de beloften van God, die nog nooit gefaald hebben. Het zal gaan zoals God gezegd heeft.
overgenomen uit: Sheila door A.J. Greenbank
M. Blankenburgh
Share:Del.icio.us!Facebook!Google!Live!Yahoo!

Categorie: Bijbelstudies: bemoedigend