Hulp in het lijden vanuit Job

HULP IN LIJDEN VANUIT HET BOEK JOB

 

In de Bijbel worden er drie rechtvaardige mannen genoemd: Job, Daniël en Noach (Ezech.14:14)

 

"Broeders, neemt tot een voorbeeld van lijden en geduld de profeten, die in de naam des Heren hebben gesproken. Zie, wij prijzen hen zalig, die volhard hebben. Uhebt van de volharding van Job gehoord en u hebt uit het einde, dat de Here deed volgen, gezien dat de Here rijk is aan barmhartigheid en ontferming" (Jak. 5: 10-11).

Les 1 God is soeverein - God is liefde .

 

Job toont ons een blik in de hemelse gewesten en we zien hoe God de satan uitdaagt .Job 1:8 beschrijft Job als:

- vroom (rechtvaardig voor God)

- oprecht (recht in zijn omgang met mensen)

- godvrezende (juist begrip van en in relatie met God)

- wijkende van het kwaad (juiste houding tegenover het kwaad).

Doel van de beproeving: het bewijs leveren van de kwaliteit van Jobs karakter. Satan veracht Job, want volgens hem is Job alleen maar religieus: "Is het voor niets dat hij God vreest?" (1:9). God neemt de volledige verantwoordelijkheid voor Jobs onheil.: "en nog volhardt hij in zijn vroomheid, hoewel u Mij tegen hem hebt opgezet om hem, zonder oorzaak, in het verderf te storten" (2:3).

Conclusie: Lijden heeft voor God betekenis!

 

Les 2 Vrees en geloof

 

"Naakt ben ik uit de schoot mijner moeder gekomen, naakt zal ik daarheen wederkeren. De Here heeft gegeven, de Here heeft genomen, de naam des Heren zij geloofd. In dit alles zondigde Job niet en schreef Gode niets ongerijmds toe" (1:21-22). "Zouden wij het goede van God aannemen en niet het kwade?(2:10:). Verstandelijk accepteert Job zijn situatie, ook al zegt hij: "Want waarvoor ik vrees, dat overvalt mij, en wat ik ducht, dat treft mij. (3:25)" Er waren aanwijzingen in zijn leven, die wezen in de richting van het lijden. Hij zocht echter persoonlijke vrede en veiligheid. Satan sloeg hem in overeenstemming met datgene wat hij vond in zijn vlees.

Conclusie: Lijden hoort bij ons karakter, onze cultuur, onze familie, etc..

 

Les 3 Jammerklacht
Job raakt in vertwijfeling,

-hij verlangt naar de dood, heeft niet langer angst voor de vloek van welke macht dan ook, verlangt naar de vrede van het dodenrijk (3:3,8,11-17)

-hij bekijkt zijn situatie vanuit het perspectief van de satan - God heeft hem elke uitweg ontnomen (3:23);

-pijn brengt woorden voort, die moeilijk zijn te begrijpen; "Is het uw bedoeling woorden te
laken? Worden de uitingen van een wanhopige als wind geacht?" (6:2-10,26)

-hij schreeuwt om de hulp van zijn vrienden - christelijke counselors; doch de vrienden troosten niet Job, maar zichzelf (6:14). Job noemt ze kwakzalvers (13:4), jammerlijke vertroosters (16:2). De vrienden proberen volgens hun gebruik en gewoonte te troosten, maar hier is dat niet afdoende. "Ook ik zou kunnen spreken als u; waart u slechts in mijn plaats; ik zou mooie woorden tegen u aaneenrijgen; en het hoofd over u schudden; ik zou u bemoedigen met mijnmond;en het beklag mijner lippen zou leniging geven" (16:4-5). "Ontfermt u, ontfermtu mijner, u mijner vrienden" (19:21) .De vrienden van Job zijn een ernstige vermaning aan het adres van elke pastoraal werker.

 

"Mijn leven is verwoest, mijn dagen zijn uitgeblust , mij rest slechts het graf" (17:1).

Conclusie: de wanhoop van een man kan niet veroordeeld worden, maar moet gedragen worden.

 

 

 

Les 4 Geloof in de verlosser en overwinning over de dood

 

a) Jobs aanklacht tegen God

- Ook al aanvaardt Job verstandelijk de tegenspoed van God" (2:10), toch klaagt hij: "want de pijlen des Almachtig steken in mij ... Gods verschrikkingen stellen zich in slagorde tegen mij op" (6:4)

- Job spreekt met God en het is hem toegestaan zijn wanhoop naar-God te uiten (7:11-21). Dit is een zeer gevaarlijk, maar ook kritiek moment. Hier is heel veel wijsheid en moedig geloof van de counselor nodig.

Conclusie: wanhoop (mag en) moet geuit worden.

 

b) Job bepleit zijn zaak voor God
- hij vertrouwt erop dat God hem aandacht wil schenken (23:2-6)

- Job kan God niet zien, maar vertrouwt erop dat God zijn wegen kent (23:8-10)

- hij vertrouwt op Gods goede intentie; "toetste Hij mij. Ik kwam als goud tevoorschijn" (23:10).

- Job bespeurt de vijand, die hem wil vernietigen, maar hij vertrouwt erop dat alles naar Gods wil is (16:11-12+4:12-16).

Conclusie: God hoort de wanhopige en geeft hem vertrouwen.

c) Job vertrouwt zijn voorspraak, zijn verlosser

- "Wil Hij mij doden, ik blijf op Hem hopen; ja, mijn wandel wil ik voor Hem rechtvaardigen" (13:15)

- hij weet dat God zijn pleitbezorger is en dat hij bij God kan aankloppen (16:18-21), ("maar de Geest zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen" (Rom.8:26).

- "Maar ik weet dat mijn Verlosser leeft en ten laatste zal Hij op de aarde optreden ... zal ik uit mijn vlees God aanschouwen" (19:25-27).

Conclusie: Geloof houdt stand, ook als je toestand inderdaad zo miserabel blijkt te zijn.

Les 5 De vertroosting van God

a) de troost van de jonge counselor Elihu (32-37)

- de vriendelijke benadering tot Job (33:4-7)

- de hoop op de middelaar en het losgeld (33:23-25)

- beschrijving van Gods rechtvaardigheid (34: 10-30)

- de zondigheid van de mensheid (34:35)

- nog meer woorden van Godswege (36:2-37:34)

- "Juist door zijn ellende redt Hij de ellendige; en door de verdrukking opent Hij hun oor; zo lokte Hij ook u uit de muil van de nood; naar wijde onbeperkte ruimte; naar uw rustige dis, die vol vette spijze was" (36:15-16)

- voorbereiding voor Gods verschijning in de storm (36:29).

Conclusie: Onderwijs over het wezen van God en de menselijke natuur betrekken het karakter van God in onze beschouwingen over het lijden.

 

b) Gods troost voor een volwassen man - De almachtige God en het lijden

- "Gord nu als een man uw lendenen; dan wil Ik u ondervragen, opdat u Mij onderricht" (38:2-4)

Dit verschilt van het troosten van een kind. Doel van de therapie: Gods troost ten volle is bestemd voor de volwassen persoon.

- Waar was U? Gods grootheid (38-39) en mijn beperktheid (40:3-5) is de grootste troost

- "Zijns gelijke is er op aarde niet; een schepsel zonder vrees; op al wat hoog is, ziet hij neer; hij is de Koning over alle trotse dieren" (40: 10-41:25). God tegenover de mens; wie wil er zijn eigen helper zijn.

Conclusie: Het doel van God is niet het herstel van het oude, maar rijpheid in het geloof.

c) Job heeft het begrepen

"Ik weet dat Gij alles vermoogt;en dat geen uwer plannen wordt verijdeld; Wie is het toch die het raadsbesluit ontsluiert zonder verstand? Daarom: ik verkondigde, zonder inzicht, dingen die mij te wonderbaar en die ik niet begreep. Hoor nu en ik zal spreken; ik wil U ondervragen, opdat Gij mij onderricht; Slechts van horen zeggen had ik van U vernomen; maar nu heeft mijn oog U aanschouwd; daarom herroep ik en doe boete in stof en as" (42:2-6).

Conclusie: Het grootste voorrecht voor een mens is een glimp op te mogen vangen van de heiligheid van God.

Door: Thomas Gerlach, theoloog St. Sebulon Zuflucht Marienheide, Duitsland, vertaald door Gerard Feller

 

 zie ook : Gods bedoeling met lijden

 


Share:Del.icio.us!Facebook!Google!Live!Yahoo!

Categorie: Bijbelstudies: bemoedigend