Het onderwijs van de nieren

nieren 1

 

door Gerard Feller  engelse vlag

 

God is de Schepper van alle dingen. God heeft de mens geschapen naar Zijn beeld. De mens (in Christus) is de uitdrukking van het wezen van God. Alles wat God schept, heeft een belangrijk doel: namelijk Zichzelf te verheerlijken (Rom. 11:36). Hebben we de geweldige analogieën van het natuurlijke proces van geboorte en de geestelijke verborgenheden van de wedergeboorte in een vorig nummer van Promise behandeld (1), nu willen we ons richten op het ‘onderwijs van de nieren’.

Lichaam-geest

God zegt tegen Jeremia (Jer. 1:5): “ Voordat Ik je vormde in de moederschoot, had Ik je al uitgekozen, voordat je de moederschoot verliet had Ik je al aan Mij gewijd”. David zegt: “Heer, U doorgrondt en kent mij, U was het die mijn nieren vormde, die mij weefde in de buik van mijn moeder” (Ps. 139:1,13). Alles is ontstaan door God, zonder dit is er niets ontstaan van wat bestaat (Joh. 1:3). Met behulp van het Woord van God kunnen we in de sterrenhemel (Ps. 19:2), in de dieren- en plantenwereld de geestelijke waarheden ontdekken die Hij ook in de zichtbare wereld heeft uitgedrukt. Of, zoals Paulus het in de Romeinenbrief (1:20) uitdrukt: “Zijn onzichtbare eigenschappen zijn vanaf de schepping van de wereld zichtbaar in Zijn werken, Zijn eeuwige kracht en goddelijkheid zijn voor het verstand waarneembaar”. Dit geldt ook voor de wondermooie schepping van het lichaam en alles wat daarin is. We willen ons nu bezig houden met ‘het onderwijs’ van de nieren. Wat is de betekenis van de nieren in het lichaam?  En kunnen we daarin geestelijke verborgenheden en principes ontdekken? Het is boeiend om de schepping na te speuren onder leiding van Gods Geest om Hem daarin te verheerlijken.

nierfunctie kopie

 

De aard en werking van de nieren (2)

Om de geestelijke verborgenheden over nieren te herkennen, is het nodig iets te vertellen over de bouw en werking van de nieren. De nieren zijn boonvormige organen die liggen boven en tegen de achterwand van de buikholte. Iedere nier is ongeveer 11 cm lang, 6 cm breed en 4 cm dik. Samen met de longen en lever zorgen de nieren voor de homeostase van het bloed. Homeostase is het vermogen van het in evenwicht zijn van alle functies in het lichaam zoals temperatuur, zuurgraad, bloeddruk en ademhaling. De nieren regelen vooral de zuurgraad en de concentratie van opgeloste stoffen. Ze regelen de water- en zouthuishouding en verder produceren de nieren hormonen die een bloeddruk-verhogend effect hebben. Via de nierslagader vloeit elk etmaal 1500 liter bloed door de nier als bijzondere filterinstallatie. Iedere nier bestaat uit ongeveer een miljoen nierlichaampjes of filtertjes. Zo’n nier-lichaampje is opgebouwd uit 2 buisjes: een opstijgend en een dalend buisje. De lengte van het totale buizenssysteem in beide nieren tezamen is ongeveer 60 km!  Van de 1500 liter bloed wordt circa 1,5 à 2 liter urine per dag afgescheiden. De urine bevat afvalstoffen zoals ureum en zouten. Een deel van het concentratievermogen van de nier berust op een groot aantal half doorlaatbare buisjes, die wisselend glucose, natrium- en kaliumionen en aminozuren absorberen. Dat is ten dele een actief proces (soms selectief) en ten dele een passief, osmotisch proces. Het actieve deel vindt plaats in het schorsgedeelte van de nier terwijl het passieve gedeelte zich meer in het merggedeelte afspeelt. Verder berust het concentratievermogen van de nieren op het parallel lopen van de verzamelbuisjes, samen met nog andere buisjes met bijbehorende bloedvaten. Mede door de anatomische bouw is de nier geschikt voor het tegenstroomprincipe. Doordat de bloedvaten en nierbuisjes systemen zijn waarin verschillende oplossingen van verschillende samenstelling naast elkaar lopen, ontstaan er bewegingen van het zout en water loodrecht op de stroomrichtingen van het bloed en de urine. Zo zal het bloed eerst geconcentreerd worden doordat de stroomsnelheid minder wordt, vervolgens zuigt het eerst water op uit het eerste filtraat, neemt diep in het merg zout op en geeft dit ten dele al opstijgend weer af om daarna tenslotte weer water op te nemen. In de verzamelbuisjes daalt de urine opnieuw af in het niermerg, zuigt het water aan als de wand dit ten minste toelaat en dit is afhankelijk van de benodigde urineconcentratie. Het gehele proces van de urinevorming is vooral dankzij het tegenstroomprincipe een voornamelijk passief proces. Het vereist geen ‘stofwisselingsenergie’. Deze organen zijn in hun structuur en werking te beschouwen als een ingenieus, wonderlijk,  briljant, levensreddend filtersysteem, waarover is nagedacht!

 

Enkele begrippen rondom het kernwoord ‘nieren’ in de Bijbel (uit:3)

  • De nieren zijn volgens de Bijbel van groot belang, omdat ze ingebed zijn in vet, wat van een grote reinheid en kwaliteit is zodat het vet van de nieren een spreekwoordelijke term is van een alles overtreffende uitmuntendheid (Deut. 32:14) (4). Daarom werden de nieren met het omvattende vet verbrand in elk offer, hetzij het nu dankoffers, zond- of schuldoffers waren (5).
  • Nieren (in het Hebreeuws כּליות - kelayoth (altijd meervoud)) zijn volgens de Hebreeuwse psychologie de zetel van de diepste emoties en aandoeningen van de mens die alleen God geheel kan kennen. Men kan het Hebreeuwse woord ook vertalen met het hart (6).
  • De plaats van de nieren in het lichaam maakt ze bijzonder ontoegankelijk en bij het slachten van een dier zijn het de laatste organen die bereikt worden. Bijgevolg waren zij een natuurlijk symbool voor het meest verborgen deel van een mens (Ps. 139:13) en in Job 16:13 (mijn nieren doorspleten) zien we het effect van de totale destructie van het individu (vgl. Job 19:27; Klaagl. 3:13).
  • De verborgen plaats en het gebruik bij de offers waren de oorzaak van de gedachte van een plaats van de meest innerlijke morele (en emotionele) drijfveren. Vandaar dat ‘de nieren onderwijzen’ (Ps. 16:7) of ‘worden geprikkeld’ (Ps. 73:21) en dat van God kan worden gezegd, dat Hij ver is van de nieren (SV) van zondaars (Jer. 12:2). Ons woord ‘geweten’ is een gepaste weergave. Vandaar: de nieren verheugen zich (Spr. 23:16)…En: verbonden met ‘hart’: God kent hart en nieren (Ps. 7:10; 26:2; Jer.11:20; 17:10; 20:12).
  • Gods ogen gaan tot in het diepste en meest verborgene van de mens. God gaat niet af op het uitwendige en stelt Zich niet tevreden met wat de mens aan de buitenkant vertoont. De mens ziet aan wat voor ogen is, maar de Heere ziet het hart aan (1 Sam. 16:7b). Dat is ontdekkend en vertroostend. Ontdekkend, want Hij kent de meest verborgen schuilhoeken van ons hart: alles wat kwaad en onbehoorlijk is (Ps. 139:13), alles wat mij prikkelt tot hoogmoed en verzet tegen God (Ps. 73:21). Hij beproeft en toetst harten en nieren (Ps. 7:10).
  • Niets is zo onbetrouwbaar en arglistig als het hart, onverbeterlijk is het, wie zal het kennen? Ik, de Heer ben het die het hart doorgrondt, die nieren toetst, die ieder naar zijn levenswandel beloont, aan ieder geeft wat hij verdient (Jer. 17:9,10). De Bijbel spreekt in dit verband van het doorgronden door God van ons innerlijk. “Daag uw dienaar niet voor het gerecht voor U is geen sterveling onschuldig” (Ps. 143:2). Wie met het heilig recht van de Heere in aanraking komt en het als aanbiddelijk leert te eerbiedigen, moet vergaan. “Ik schreeuwde het uit: Wee mij! Ik moet zwijgen want ik ben een mens  met onreine lippen en ik leef te midden van een volk dat onreine lippen heeft  (Jes. 6:5).  Daar komt nog iets bij. Wie God in Zijn heilig recht heeft leren kennen, kan en wil dat niet ontlopen. Hij laat zich kennen en veroordelen door God. Proef mij, Heere en verzoek mij; toets mijn nieren.
  • In het Grieks is het woord voor nieren: νεφρὸς. Het komt alleen voor in het Nieuwe Testament, namelijk in Openb. 2:23 (NBV): “Laat elke gemeente beseffen dat Ik het ben die nieren en harten doorzoek”. De gemeente van Thyatira wordt in Openb. 2:20vv grondig aangepakt, want zij laat de valse profetes Izebel profeteren en Gods dienstknechten verleiden om te hoereren en afgodenoffer te eten. Dat kan de verhoogde Here niet ongestraft laten. Hij zal haar nageslacht met de dood straffen en al de gemeenten moeten het weten,dat de Here het is, Die harten en nieren onderzoekt.

Onderwijs van de nieren (7)

Als we wedergeboren zijn, zal de Heilige Geest ons leven steeds meer vormen naar het leven van Christus (Rom. 8:29). Hij gebruikt daarvoor ons leven (bloed) door het te reinigen en alles een juiste plaats te geven (concentratievermogen van de nier) en hierdoor de juiste geestelijke achtergronden en motivaties van ons denken en handelen vorm te geven. Dit is, net als in de nier, een geweldig filtrerend proces, waarin moeite, gevolgen van zonden maar ook lijden en opgeven van eigen leven (bloed) gebruikt wordt als tegenstroomprincipe om de wedergeboren mens verder te leiden in kennis en wijsheid van God (Fil. 2:10;Hebr. 2:17,18). Door het filtratieproces gaat deze wijsheid, die uit God is en ontdaan is van alle horizontale beletselen (tegenstroom), op een heerlijke wijze aan het werk. Het is deels een passief proces, de Heilige Geest doet het in ons, en dat kun je vergelijken met de passieve osmose in de nier hetgeen het grootste en belangrijkste deel is en dat wordt gecombineerd met ons actief bewerken van de wil die de Heilige Geest in ons werkt. Dit is vergelijkbaar met het actieve proces in de nieren wat selectief is en energie kost, het selectieve deel van de reabsorptie van de nier. Het wordt in Fil. 2:12b-13 als volgt samengevat: “Wees des te meer gehoorzaam (lees: gehoorzaam aan mijn wil) nu ik niet bij u ben. Blijf u inspannen voor uw redding en doe dat in een diep ontzag aan God”. Of nog duidelijker in de NBV: “Bewerkt uw behoudenis met vreze en beven, want God is het, die om Zijn welbehagen zowel het willen als het werken in u werkt”.

 

Kennis uit het onderwijs der nieren

Zo wordt ons bloed (leven) gefilterd en de Heilige Geest gaat aan het werk en zoals we in Ef. 1:17-18 kunnen lezen, bidt Paulus de Efeziërs toe (NBV): “Opdat God u geve de Geest van wijsheid en van openbaring om Hem recht te kennen: verlichte ogen uws harten, zodat gij weet, welke hoop Zijn roeping wekt, hoe rijk de heerlijkheid is van Zijn erfenis bij de heiligen en hoe overweldigend groot Zijn kracht is aan ons die geloven, naar de werking van de sterkte Zijner macht”. Deze ‘rechte kennis’ moet wortelen in liefde. Het is kennis in de zin van gemeenschap samen delen, een kennis die niet gebruikt kan worden om te roemen. Intellectuele kennis alleen maakt iemand niet tot een ootmoediger of liefdevol mens. De kennis die niet praalt, is een kennis die voortkomt uit de kennis in het aangezicht van Christus  (2 Kor. 4:6). We moeten waakzaam zijn dat we geen kennis verzamelen die buiten ons geweten (en onze nieren) gaat (8). Nee het onderwijs van de nieren is kennis die door de gemeenschap met God verkregen wordt. Pas als je God liefhebt, ben je door Hem gekend  (1 Kor. 8:1-2). Kennis zoals sommige Korintiërs hadden, maakte hen opgeblazen, leeg. Echte kennis is in liefde en waarheid: ‘eten van de boom des levens’. Echte kennis krijgen we als we heel ons lichaam en alles wat daarin is, stellen tot een goed welgevallig offer (Rom. 12: 1,2)(vergelijk dit met de betekenis van nieren als offer in het oude testament!) (5). Onderwijs van de nieren ontvangen we als we luisteren naar en gehoorzaam zijn aan Zijn Woord, want dan krijgen we een juist geestelijk onderscheid of: juiste onderscheiding van geesten). Het is een leerproces in Gods school. Echte kennis gaat, zoals eerder gezegd, niet buiten het geweten om. Het geweten is immers gereinigd door het bloed (leven) van Christus.

Zo moet onze liefde steeds meer overvloedig worden in helder inzicht en alle fijngevoeligheid om te onderscheiden waarop het aankomt (Fil. 1:9,10). Dat gebeurt door het geestelijke filtratieproces wat we kunnen vergelijken met de werking van de nieren. Het bloed mag niet te zuur worden of te weinig zout of suiker bevatten; de bloeddruk moet goed zijn, de kwaliteit van het bloed moet optimaal zijn en de afvalstoffen moeten afgescheiden worden.  Dat is wat Christus in ons leven wil, namelijk dat ons handelen en wandelen vanuit een diepe innerlijke gemeenschap met Hem gebeurt. Geestelijk, overdrachtelijk gezien vertegenwoordigen de nieren de inwendige mens: zijn diepste gevoelens en genegenheden. Daarom beproeft God onze nieren (Ps. 7:4) en zegt David in Ps. 26: “Doe mij recht Here, want ik heb in onschuld gewandeld, op de Here heb ik vertrouwd, zonder te wankelen. Toets mij Here en beproef mij, keur mijn nieren en mijn hart. Onderwijs van de nieren levert heel veel op. Spreuken 23:15,16 ( Statenvertaling): “Mijn zoon, indien uw hart wijs is dan zal mijn hart zich verheugen en mijn nieren zullen van vreugde opspringen”. Spurgeon schreef (8): ‘De wijze ziet meer met gesloten ogen ’s nachts dan de dwaas met open ogen overdag kan zien’. We besluiten dit onderwijs van de nieren met Ps. 16:7-9a:

“Ik prijs de Here die mij raad heeft gegeven, zelfs bij nacht onderwijzen mij mijn nieren (nacht is ook een beeld van de tegenwoordige tijd). Ik stel mij de Here bestendig voor ogen, omdat Hij aan mijn rechterhand staat, wankel ik niet. Daarom verheugt zich mijn hart en juicht mijn ziel, mijn lichaam voelt zich veilig en beschut”.

Gerard Feller, maart 2018

Noten:

  • Promise Magazine, april 2013. https://stichting-promise.nl/algemeen/wedergeboorte-analogieen.htm
  • L. Bouman, Compendium Fysiologie.
  • Wilhelm Gesenius hebräisches und aramäisches Handwörterbuch über das Alte Testament. 16e 1915 en Abr. Trommius, Nederlandse concordantie (6e herz. dr.).
  • Keil en Delitzsch schrijven bij Deut.32:14 (het vette der tarwe): “Kidney-fat (i.e., the best fat) of wheat,” the finest and most nutritious wheat.Job 16:13; Klaagl. 3:13 (nieren in het menselijk lichaam). Vanwege het ingewandenvet was dit deel van het dier het meest gepast voor vuuroffers en werd daarom in het bijzonder heilig geacht (Lev. 7:22-25; 1 Sam. 2:16).
  • dank- (Lev. 3:4, 10, 15; Lev. 9:19), zond- (Ex. 29:13; Lev. 4:9; 8:16; 9:10), of schuldoffers (Lev. 7:4); ‘de ram der vuloffers’ (wijdingsoffer) (Ex.29:22; Lev. 8:25). Daarom is in Jes. 34:6 het vet van de ‘nieren van rammen’ (= het beste van de rammen) gekozen als een typerende offerterm, parallel aan ‘bloed van lammen en geiten.’
  • Job 19:27; Ps. 7:10; 16:7; 26:2; 73:21; Spr. 23:16; Jer. 11:20; 12:3; 17:10; 20:12.
  • Gerard Feller, Het onderwijs van de nieren. Promise Magazine 2e jaargang nr. 2.
  • Ouweneel, Wijzen weten beter. Uitg. Pieters Groede. ISBN 90.6085.135.8

Share:Del.icio.us!Facebook!Google!Live!Yahoo!

Categorie: Bijbelstudies: bemoedigend