Het geweten deel 2


H E T     G E W E T E N (DEEL 2)
 
Inleiding
In het eerste deel van deze artikelen over het geweten, hebben we
de geweldig belangrijke functie gezien, die ons geweten heeft,
t.a.v. de gemeenschap met God en de vrijmaking van de Heilige
Geest. We hebben de reinigende werking gezien, die ons hart
zuivert van dode werken, om de Levende God te dienen. Het belang
van het belijden van de zonden, en te komen tot gehoorzaamheid
aan de stem van de Heilige Geest in onze geest. Met het doel
heiliging en gemeenschap in Christus. In dit tweede gedeelte
willen we de relaties van geloof en kennis t.a.v. het geweten
behandelen. In hoeverre heeft kennis van het Woord een invloed op
het geweten en wat is een zwak of een sterk geweten in dit
verband?
 
GEWETEN EN KENNIS
Het goede geweten is niet te scheiden van een sterk geloof.
 Als het geweten beschadigd wordt, wordt tegelijkertijd het geloof
beschadigd. 1Tim 1: 5 "Het doel van alle vermaning is liefde uit
een rein hart, uit een goed geweten en een ongeveinsd geloof." Het geweten is te zien als een orgaan van ons geloof! God haat de
zonde, want Zijn heerlijkheid zetelt in Zijn oneindige
heiligheid. Deze kan de zonde geen enkel ogenblik tolereren. Als
een gelovige zich niet afscheidt van datgene wat zijn geweten als
Godsvijandig openbaart, zal hij de gemeenschap met God verliezen. Alle vermaningen in de Bijbel kunnen alleen als absoluut nodig
omschreven worden. Geen enkele is gegeven om de begeerte van het
vlees tegemoet te komen. Niemand kan door de Heilige Geest
gebedsverhoringen en gemeenschap met de Heer ervaren, als hij
zijn zonden en werken van het vlees niet aflegt. Hoe kunnen wij
de aanwijzingen van God overdenken, als de stem van het geweten
ons aanklaagt?
 
Een rein geweten
 
Een rein geweten betekent niet dat het geweten beter is als
voorheen, of dat er veel slechte dingen zijn opgeruimd. Het
betekent dat we met vertrouwen in de nabijheid van Christus mogen
komen. Als we in de Geest blijven en de stem van ons geweten volgen,
moeten we er rekening mee houden, dat het geweten door kennis
begrensd isœ. Het geweten was immers het "orgaan" waarmee we het
slechte van het goede onderscheidden.De kennis is bij iedere
gelovigen verschillend. Sommige hebben veel, anderen minder
kennis. Dit wordt vaak door onderwijs en omgevingsfactoren
bepaald. Daarom kunnen we ons niet richten op de maatstaven van
de ander. Een voor ons niet bekende zonde beïnvloedt de gemeenschap van een
gelovige niet. Christenen die nog jong in het geloof zijn, denken
vaak dat hun gebrek aan kennis (weten) hun gemeenschap met
Christus beïnvloedt. Het is belangrijk te realiseren dat God niet
in de eerste plaats kennis (kennis van de boom van goed en kwaad)
van ons vraagt, maar gehoorzaamheid t.o.v. Zijn wil. Als dat gewaarborgd blijft, is er gemeenschap zelfs als er
onbewuste zonden zijn. Deze onbewuste zonden zijn dan onder de
bedekking van het bloed van Christus, maar onderken het belang
van zelfs klein lijkende bewuste zonden! Een zonde kan lange tijd
als onbewuste zonde bestaan en dan door de Heilige Geest  bewustœ
gemaakt worden. Hoewel het geweten van groot belang is, moeten we niet uit het
oog verliezen, dat het niet de maatstaf van onze heiliging kan
zijn, omdat het zo nauw met onze kennis(weten) verweven is.
Christus zelf is onze enige maatstaf van onze heiliging, maar
als het gaat om de gemeenschap met God, dan is de functie van het
geweten belangrijk.
 
Een goed geweten
Een goed geweten betekent dus dat we een direct doel bereikt
hebben, maar nog niet het uiteindelijke doel.Zo groeit de
maatstaf van ons gedrag met toenemende schriftkennis en
geestelijke ervaringen.Alleen als we in de toenemende kennis, ook
in een toenemende heiliging groeien, zal ons geweten ons niet
aanklagen. Als we echter met ons geweten van vandaag ons gedrag van vroeger
gaan meten zal ons geweten ons veroordelen, vroeger echter hadden
we ook gemeenschap met God. Het geweten is dus een wederzijdse
maatstaf van heiliging, en als we aan die maatstaf niet voldoen,
zondigen we. De Heer wil ons zoveel zeggen, maar door geestelijke
onrijpheid in ons geestelijk kennen, moet hij zolang wachten om
ons dingen duidelijk te maken.
GEWETEN EN OORDEEL
God handelt met zijn kinderen afhankelijk van de situatie. Omdat
er verschillende kennisniveau`s zijn, kan iets wat voor veel
christenen nauwelijks een zonde is, voor andere gelovigen een
zware zonde zijn. Daarom moeten we elkaar niet oordelenœ.
(Luk.6:36) Alleen de Vader is in staat ons juiste kennis-niveau
in te schatten. Hij verwacht geen volwassen mannelijke kracht bij
zuigelingen! Christus zoekt niet ervaringen van "oude mannen" bij
jongeren in het geloof. Hij wil gehoorzaamheid (in bestaande
kennis) Als de Heilige God ons onze onbewuste zonden nog niet duidelijk
heeft gemaakt, hoe kunnen we dan op grond van ons geweten nu,
onze broeder veroordelen, die misschien op dat moment in zijn
geweten een kennisniveau heeft, wat we zelf 5 jaar geleden
hadden? Als we mensen werkelijk willen helpen, dan moeten we geen
gedetailleerde gehoorzaamheidseisen stellen, maar hen steeds
aanraden, de stem van hun geweten te volgen. Als ze hun wil aan God overgeven, zullen ze in dezelfde mate het
Licht van de Heilige Geest ontvangen, en de vervolgens
gehoorzamen. Als een Christen zijn wil overgeeft aan God,
beantwoordt hij aan de wil en de verwachting van Christus op dat
moment, zodat zijn geweten doorlicht wordt. We moeten niet in een kramp komen,en ons vermoeien met waarheden
te doorgronden, die onze tegenwoordige geestelijke "capaciteit"
verre te boven gaan. Als we vandaag naar Christus willen
luisteren, heeft Hij een welgevallen aan ons. Natuurlijk moet het
er ons niet van weerhouden de Waarheid te doorgronden, die de
Heilige Geest ons wil openbaren.
 
EEN ZWAK GEWETEN
We hadden al eerder vastgesteld dat de maatstaf van onze
heiliging Christus is en niet ons geweten. Het geweten is te zien
als een criterium voor onze acute stand van heiliging. Als we
naar ons geweten luisteren, hebben we bereikt wat nu te bereiken
is. Daarom neemt ons geweten in onze dagelijkse wandel zo`n
belangrijke plaats in. Als we de aanwijzingen van ons geweten niet volgen, klaagt het
ons aan. Daaruit vloeit voort een verlies van vrede en een
tijdelijke onderbreking van de gemeenschap met God. Dan blijft de
vraag: Hoe volmaakt is ons geweten? We hebben al gezien dat ons geweten o.a. begrensd wordt door
kennis. Daarom is het belangrijk ons te realiseren, dat er een
groot onderscheid is tussen de maatstaf van ons geweten en de
absolute maatstaf van de Heilige God. Hierbij moeten we twee
dingen onderscheiden:
 
 1) Het geweten roert alleen datgene aan wat het kent. Dit is een
deel van de volle werkelijkheid, en laat andere dingen
(tijdelijk) liggen die mogelijk ook niet binnen de wil van de
Heer zijn. Christus en ook rijpere christenen weten hoe
onvolkomen we zijn, en toch zetten we vaak onze oude weg voort
door gebrek aan licht. Deze onvolkomenheid is echter draagbaar,
omdat God daarom niet veroordeelt.
 
2)De begrensde kennis van onze kennis kan ons geweten brengen
tot een veroordeling die door Christus niet veroordeeld wordt!œ
Betekent dit dat we nu de leiding van de Heilige Geest niet meer
kunnen vertrouwen? Zeker niet. Vele dingen die bij een juist
geweten nog gedaan kunnen worden, worden bij anderen, die die
kennis nog niet hebben als zondig ervaren. Dit is vaak een gevolg
van de geestelijke onrijpheid van desbetreffende gelovige. Dit betekent nu niet dat er nu twee verschillende maatstaven
zouden zijn voor christenen. Het laat alleen zien dat voor de
beoordeling van goed en kwaad ook de situatie van iedere
gelovige samenhangt.
 
HET GEWETEN EN HET OFFERVLEES
Vele dingen die b.v. door "volwassen" christenen gedaan worden,
naar de wil van God, kunnen tot zonde worden als ze klakkeloos
gecopieerd worden door "zuigelingen".
Meer kennis brengt een sterker geweten, en daarmee een grotere
vrijheid met zich mee, terwijl een geringere kennis als oorzaak
van een zwak gewetenœ vaak tot grote inperkingen leidt. Dat wordt
ons in de eerste Corinthebrief duidelijk aangegeven, als het gaat
om onze houding tegenover het offervlees. 1 Cor.8:4 Sommigen duiden de goden als niet bestaand, omdat er
maar één God is. Voor hen was het zonder betekenis dat het vlees
aan de afgoden geofferd was. Het kon in ieder geval gegeten
worden.
Maar anderen, die lange tijd in de afgodendienst verstrikt waren
geweest, zagen een sterke verbinding tussen het geofferde vlees
en de god zelf. Ze wilden het niet eten, omdat hun geweten zwak
was, en daarom werden ze door het eten van afgodenvlees
verontreinigd. (vers7). De apostel Paulus maakt de verschillende
standpunten duidelijk aan de hand van de stand van kennis van het
geweten (vers 7) De eersten hadden geestelijk licht en zondigden
niet als ze van het offervlees aten. Want hun geweten klaagde hen
niet aan. De laatsten hadden deze kennis (innerlijke zekerheid)
niet en voelden zich schuldig als ze aten en werden dan ook
schuldig
Dit laat zien dat een grotere kennis ons toenemend kan
veroordelen, maar het kan ook een veroordeling van ons geweten
tegengaan!

We moeten daarom God blijven bidden om kennis, omdat we anders
verengd blijven in ons geweten, maar die kennis moet
tegelijkertijd in nederigheidœ blijven, anders worden we net als
de Corinthiëers weer vleselijk. Zolang onze kennis ontoereikend is, en het geweten ons aanklaagt,
moeten we deze stem tot iedere prijs gehoorzamen. Het helpt niet
om erover te filosoferen dat een bepaalde zaak geen zonde is. Dat
geeft ons nog niet het recht en de vrijheid om tegen ons geweten
te handelen.
 Let wel, ons geweten is een acute maatstaf voor de leiding van
God in ons. We kunnen daaraan gehoorzamen of zondigen. Wat door
het geweten veroordeeld wordt, wordt ook door God veroordeeld.
 
 SLOT
Tot nu toe hebben we alleen nog maar gesproken over uiterlijke
dingen zoals voedsel, wanneer het echter gaat om geestelijke
dingen, kan ons kennisniveau net zulke verschillen te zien
geven. God handelt met ons naar onze "geestelijke leeftijd". Bij
jonge gelovigen gaat het vaak om uiterlijke dingen: kleding,
voedsel. Als jonge christenen de Heer willen volgen, dan verlangt Hij vaak
van ze dat ze de uiterlijke dingen ordenen in gehoorzaamheid. Als
er daarna meer ervaringen met de Heer zijn, dan lijkt alsof onze
vrijheden meer wordenœ. Maar juist de "verder op weg" christenen
staan voor een groot gevaar. Hun geweten is zo sterk dat het in
ongevoeligheid dreigt weg te zinken. Jonge gelovigen die de Heer
van harte willen dienen, gehoorzamen in vele dingen, omdat hun
geweten gevoelig is en gemakkelijk te leiden door de Heilige
Geest. Oudere gelovigen hebben vaak zoveel kennis dat ze het gevaar
lopen met hun verstand zaken te overschattenœ en daarmee de
gevoeligheid van hun geweten verminderen. Ze komen in de
verleiding om alleen met hun verstand tot keuzes te komen. Zo
worden ze ongevoelig voor de Heilige Geest. Dit is een harde klap
voor hun geloofsleven. Het neemt vaak de frisheid uit de wandel van een gelovige enveroorzaakt afstand en verlamt geestelijke opname.
 
Hoewel kennis dus zeer nodig is, zullen we deze op zich niet alleen moeten
volgen. Als we niet opletten wat ons geweten intuïtief veroordeelt, en daarvoor in de plaats onze kennis zetten,
wandelen we in het vlees. Wie heeft niet ook ervaren dat ons geweten onrustig werd van iets dat onze kennis als legitiem beschouwde? Kennis wordt door
het speuren van ons verstand verkregen, wat niet altijd geleid
wordt door Gods Geest. Zo kan het gebeuren dat kennis en geweten
zich met elkaar in strijd begeven. Laat ieder die geestelijk wil wandelen, zich oefenen in een rein
geweten voor God en voor mensen, opdat er volle vrijmoedigheid is
om in te gaan in het binnenste heiligdom, door het bloed van
Jezus
 
Gerard Feller
(fragmenten en gedachten uit "The spiritual man" door Watchman Nee)

Share:Del.icio.us!Facebook!Google!Live!Yahoo!

Categorie: Bijbelstudie: geestelijke kennis