De geestelijke mens

bible kopiedoor Piet Guijt                                                              In dit artikel word een duidelijk mensbeeld geschetst, waarin de mens als kroon van Gods schepping en beelddrager van God geschapen is in relatie met God, de medemens en de natuur.  De mens is een relationeel moreel wezen ook als het gaat om de innerlijke relaties tussen geest,ziel en lichaam. Er is veel spraakverwaaring over deze begrippen  Piet Guijt laat de bijbelse betekenissen zien.

1. Inleiding

De Bijbel spreekt over de ‘geestelijke mens’, namelijk in 1 Cor. 2:15: “Maar de geestelijke mens beoordeelt alle dingen, zelf echter wordt hij door niemand beoordeeld”. Wat moeten we onder ‘geestelijke mens’ verstaan? 

Voordat we daarop gaan inzoomen, zullen we eerst kijken naar de mens en de verschillende aspecten of dimensies van de mens (het mens-zijn). De mens is de kroon van Gods schepping en bedoeld als beelddrager van God, en die is geschapen voor een relatie met God, de medemens en ook de schepping rondom hem. De mens is een samengesteld en zelfs geïntegreerd geest-ziel-lichaam wezen. De mens heeft dus zowel een lichaam (uiterlijk), een ziel als een geest (innerlijk). Deze aspecten of dimensies zijn via een zeer complexe wisselwerking met elkaar verbonden en verweven. We hoeven alleen maar te denken aan bijv. lichamelijke ziekten die veroorzaakt zijn door bijv. innerlijke spanningen (psychosomatische ziekten)(2,3,5). 

2. Lichaam

We gaan voorbij aan het gegeven dat ieder al of niet tastbaar voorwerp of object (materie) een lichaam kan worden genoemd en dat naast fysieke lichamen ook maatschappelijke instellingen een lichaam kunnen worden genoemd, bijv. Wetgevend Lichaam, Openbaar Lichaam Rijnmond. En de Bijbel spreekt over de gemeente van Jezus Christus als het (universele) Lichaam van Christus (1 Cor. 12:27; Ef. 4:12).

Ons lichaam of lijf is het fysieke, natuurlijke deel van de totale mens. Het is deels zichtbaar (de buitenkant), maar deels ook onzichtbaar, denk aan bijvoorbeeld de diverse inwendige organen. Maar door middel van operaties of met technische middelen kan men de binnenkant van het lichaam zien of kan het zichtbaar worden gemaakt. 

We willen benadrukken dat het lichaam zeer waardevol is. Het is een geschenk van God, en zeker niet minderwaardig of zondig. Zelfs zien we in de Bijbel het grote respect voor het ontzielde lichaam van een overleden persoon; het moet daarom eervol worden begraven. Het lichaam van de mens wordt een tempel van de Heilige Geest genoemd waarmee we God mogen verheerlijken! (1 Cor. 6: 19 en 20). Het menselijk lichaam is een ontzagwekkend wonder van Gods scheppingskracht. Als we bedenken hoe uit een minuscule zaad- en eicel (waarin kennelijk alle benodigde informatie is opgeslagen) een lichaam wordt gevormd met daarin beenderen, organen, spijsverteringsprocessen, bloedsomloop, zenuwen, hersenen, etc., en die op elkaar inwerken, dan kan men niet anders dan God aanbidden voor Zijn grootheid die wij met ons verstand niet kunnen bevatten. 

We mogen het lichaam beslist niet loskoppelen van ziel en geest door het alleen maar te zien als een neutraal gebruiksvoorwerp of een genotsmiddel zoals helaas naar voren komt in het artikel over seks en moraal in dit nummer. En voorts dient er een balans te zijn tussen het verwaarlozen of onderdrukken van het lichaam (ascese) en het vergoddelijken van het lichaam (de lichaamscultus). Niettemin is het lichaam wel ondergeschikt aan de ziel en de geest. Immers de (eeuwige) redding van de mens betreft alleen zijn innerlijke mens, dus zijn ziel en geest (Matt. 16:26; Hand. 2:27; Jak. 5:20), want bij het sterven vergaat het vergankelijke lichaam en keert het terug tot stof. Overigens ontvangen we later op de vernieuwde aarde een verheerlijkt opstandingslichaam dat onvergankelijk zal zijn (1 Cor.15).

3. Ziel

De ziel is ons zelfbewustzijn (het besef van het bestaan van een werkelijkheid om je heen en het besef van het eigen ik, dus dat je zelf ook bestaat), onze persoonlijkheid; het is een soort ‘schakel’ tussen lichaam en geest, en behoort tot twee ‘werelden’, namelijk de natuurlijke (stoffelijke) en de innerlijke (geestelijke) wereld. 

Het Hebreeuwse woord voor ziel is ‘nephesh’, dat is de levensgeest, de levende ziel, het ik. Hier zien we al dat de begrippen ziel en geest niet altijd scherp onderscheiden worden, en zeker ook niet te scheiden zijn. Het Griekse woord voor ziel is psuchè: verstand, wil, gevoel, emotie. Maar dat zijn m.i. functies van de ziel. Wij ervaren gevoel (pijn, vreugde, verdriet, etc.), we hebben wensen en verlangens en we maken keuzes of wilsbeslissingen met onze wil, en denken na met onze hersenen (verstand). In de Bijbel heeft het woord ‘ziel’ een tweeledige betekenis, het innerlijk, de persoonlijkheid, het ‘ik’ van de mens, en ook de gehele mens. Adam werd een levende ziel (1 Cor. 15:45). 

Dat de verschillende aspecten naast elkaar een rol spelen, zien we bijvoorbeeld in Matt. 22:37- “Hij zei tot hem: Gij zult de Here, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand”. Met hart en ziel betekent: met je hele wezen, met liefde en toewijding. ‘Hart’ en ook ‘nieren’ wordt in de Bijbel vaak gebruikt voor ons innerlijk (o.a. Jer. 11:20, 20:12; Openb. 2:23). 

Een bekende vraag is: ben ik of heb ik een ziel? Omdat het ‘ik’ en de ziel zo met elkaar verweven zijn, worden ze soms met elkaar vereenzelvigd, en zegt men dat we een ziel zijn, maar strikt genomen heb ik een ziel. Alleen het ‘ik’ is. 

4. Geest

In de Hebreeuwse Bijbel zien we twee woorden voor ‘geest’, namelijk ruach (adem, gezindheid, denken, kracht) en neshamah (adem van alle levende wezens, het leven van de mens). Door de geest (neshamah) die God in de mensheid heeft geblazen, werd de mens levend (een ziel). Het Griekse woord voor ‘geest’ is pneuma (levensadem, vitale energie). “De geest van het dochtertje van Jairus keerde terug zodat zij weer levend werd” (Luk.8:55). 

Paulus stelt doorgaans twee kanten van de mens tegenover elkaar: pneuma en nous (geest en verstand - Rom. 7:23), pneuma en soma (geest en lichaam - Rom. 8:10), pneuma en sarx (geest en vlees - Gal. 5:16) en pneuma en psuchè (geest en ziel – 1 Cor. 15:45).

De menselijke geest is dat deel van onze innerlijke mens waarmee de mens contact en relatie heeft met God; en het is dat deel van (het innerlijk van) de mens waarmee Gods Heilige Geest zich verbindt. De geest heeft betrekking op onze levenswandel met God. De Bijbel waarschuwt ons ervoor dat wij met onze geest géén contact zoeken met geesten die niet uit God zijn, dus demonen of boze geesten. 

Ook komt men als betekenis van ‘geest’ tegen: intuïtie, geweten en (God)bewustzijn. Verder zijn er diverse andere betekenissen zoals bijvoorbeeld: boze geest, demon, geestverschijning, brein, denkvermogen, gedachten, manier van denken, mind, gezindheid, gerichtheid, instelling, sfeer, etc.. Bekend zijn uitdrukkingen als: ‘scheiding der geesten’, ‘de geest geven’ (o.a. Gen. 25:8; 35:29; Matt. 27:50; Joh. 19:30), ‘de geest krijgen’, ‘helderheid en tegenwoordigheid van geest’, ‘het staat me helder voor de geest’, ‘handelen in de geest van’, en ‘niet naar de letter maar naar de geest’ (gezindheid). 

In de Bijbel komen we ook vaak het woord ‘hart’ tegen in de betekenis van onze geest, ons diepe innerlijk. Bij voorbeeld: “Behoed uw hart boven al wat te bewaren is, want daaruit zijn de oorsprongen des levens” (Spr. 4:23) en “opdat de God van onze Here Jezus Christus, de Vader der heerlijkheid, u geve ……… verlichte ogen uws harten.. (Ef. 1:17,18).

5. Geest en ziel 

Het onderscheid tussen geest en ziel is niet eenduidig. Soms zou ruach (geest) ook het wezen en de persoonlijkheid van de mens betekenen, anderen menen dat de persoonlijkheid tot de ziel behoort. Ook ziet men de ziel als het innerlijk van de mens. Zoals we eerder zagen, maakt de Bijbel geen duidelijk onderscheid tussen ziel en geest. 

In elk geval zijn geest en ziel de innerlijke, de niet-materiële aspecten of dimensies van de mens. Uiteraard bestaat er een innige samenhang tussen geest, ziel en lichaam. Ze beïnvloeden elkaar. Het zeer moeilijk of zelfs niet te vatten begrip ‘bewustzijn’ heeft m.i. zowel betrekking op functies van de ziel (wil, gevoel, emotie en denken) als van de geest (spreken, bidden, gezindheid). Waar het bewustzijn zich precies bevindt, is ook nog steeds een raadsel.

6. Ongeestelijk

Een ongeestelijk mens is iemand die alleen maar rekening houdt met zijn zintuigen en verstand, maar die geen rekening houdt met het Woord van God en de leiding van de Heilige Geest. Het begrip ‘ongeestelijk’ kan ook betrekking hebben op het geen rekening houden met het bestaan van het bovennatuurlijke. 

De Bijbel is door de Heilige Geest geïnspireerd (zie 2 Petrus 1: 20,21), daarom kunnen we de Bijbel alleen lezen en de werkelijkheid begrijpen met behulp van de Heilige Geest, want de menselijke geest is te beperkt om het te verstaan (zie par. 9). Voor het verstand zijn bepaalde geestelijke waarheden zelfs absurd: “Doch een ongeestelijk mens aanvaardt niet hetgeen van de Geest Gods is, want het is hem dwaasheid en hij kan het niet verstaan, omdat het slechts geestelijk te beoordelen is” (1 Cor. 2:14). 

7. Geestelijk

‘Geestelijk’ is wat betrekking heeft op de geest, het innerlijke leven. Andere betekenissen van ‘geestelijk’ zijn: immaterieel, onstoffelijk, mentaal, psychisch, zingevend. Geestelijke of mentale gezondheid is de persoonlijke beleving van welzijn, zelfstandigheid en bekwaamheid om met de omgeving, met medemensen en met problemen en ziekten om te gaan. Door de leiding van de Heilige Geest leren we Gods waarheid over ons leven kennen en kunnen we die toepassen voor ons leven in de natuurlijke wereld, dus op aarde. Dus geen wazige zweverigheid of luchtfietserij, maar concrete realiteit. 

Enkele Bijbelteksten. “Daarom houden ook wij sedert de dag, dat wij dit gehoord hebben, niet op voor u te bidden en te vragen, dat gij met de rechte kennis van Zijn wil vervuld moogt worden, in alle wijsheid en geestelijk inzicht” (Kol. 1:9). Geestelijk inzicht kan men opvatten als inzicht van en door de Heilige Geest, maar ook inzicht in processen in de geestelijke wereld, de hemelse gewesten (o.a. Ef. 6:12), zoals het onderkennen van de strategie van de boze. Paulus schrijft: “Want zijn gedachten zijn ons niet onbekend” (2 Cor. 2:11). 

“En laat u ook zelf als levende stenen gebruiken voor de bouw van een geestelijk huis, om een heilig priesterschap te vormen, tot het brengen van geestelijke offers (dankzegging en aanbidding), die Gode welgevallig zijn door Jezus Christus” (1 Petr. 2:5). Het geestelijk huis is een metafoor van de gemeente van Jezus Christus waarin de Heilige Geest woont .

“Gezegend zij de God en Vader van onze Here Jezus Christus, die ons met allerlei geestelijke zegen in de hemelse gewesten gezegend heeft in Christus” (Ef. 1:3). ‘Geestelijke’ zegen is de zegen die we ontvangen door de Heilige Geest en die wij in ons innerlijk ervare zoals bijv. vrede en blijdschap (Rom. 14:17). 

8. De geestelijke mens

Door de zondeval zijn alle mensen gescheiden van God en daardoor in geestelijke zin dood (Ef. 2:1; Kol. 2:13). Door geloof in Jezus wordt een mens wedergeboren, en dat gebeurt in de geest van de mens door de Heilige Geest. Gods leven komt zo in de mens. Een geestelijk mens is een gelovige in wie de Geest van God woont en die zich in volkomen besef van totale afhankelijkheid laat leiden door de Heilige Geest. De basis voor het onder leiding van de Heilige Geest handelen van de geestelijke mens is geloof in de waarheid van Gods Woord. Jezus was de meest volmaakte geestelijke mens, die alleen maar deed wat Hij Zijn hemelse Vader zag doen of van Hem hoorde (Joh. 8:38; 12:49; 15:15) en die ondanks het feit dat Hij een man van smarten was (Jes. 53:3), toch een volmaakt emotioneel leven leidde (4). Alleen Hij kon zeggen: “Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij” (Joh. 14:6). 

Het door geloof (leren) kennen van de waarheid gaat voor ons niet zomaar. Het vraagt een bepaalde bereidheid om de waarheid te willen leren kennen. God wil volkomen waarheid in ons binnenste. Psalm 51:6 – “Zie, Gij wilt waarheid in het verborgene, in het geheim maakt Gij mij wijsheid bekend”. Hebben we de waarheid lief (en ook Jezus, die De Waarheid is en Die in de wereld is gekomen om voor de waarheid te getuigen [Joh. 18:37]), meer dan onze familie of traditie en zelfs ons eigen leven? Elke dwaling, dus elke afwijking van de waarheid, houdt ons af van de volledige doorwerking van Gods bedoeling met ons leven. God openbaart Zijn waarheid alleen aan hen die bereid zijn alles los te laten en, waar nodig, de onderste weg te gaan. Waarheid kost alles, wij moeten bereid zijn alles op het altaar te leggen. Het klinkt misschien hard en zwaar, maar wij zullen er nooit spijt van krijgen want het zal ons en anderen tot zeer grote zegen en vreugde strekken. De Heilige Geest werkt aan onze heiliging en zal ons steeds voller van de waarheid maken. Dat betekent niet alleen dat we de waarheid kennen en erkennen, maar dat we ook ernaar en erin leven, en dus waarheid worden en zijn.

Opgemerkt moet worden dat een geestelijk mens geen geest of iets zweverigs is, maar nog steeds een mens is met een lichaam (later een verheerlijkt lichaam waarvan wij ons nog geen enkele voorstelling kunnen maken), een ziel (met gevoel en verstand) en een geest (met een bepaalde gezindheid). En hij behoudt ook zijn wil, maar die is niet meer onafhankelijk van of ongehoorzaam aan God, maar neemt graag beslissingen naar Gods wil. 

Omdat het de natuurlijke mens (die alleen maar rekening houdt met het zichtbare) en de vleselijke mens/christen (die vooral wordt ‘geleid’ door zijn emoties en begeerten) ontbreekt aan inzicht, wil de Heilige Geest leiding en onderscheidingsvermogen geven, en kan Hij het verstand van de mens verlichten. “Maar de geestelijke mens beoordeelt alle dingen [‘Want ons heeft God het geopenbaard door de Geest. Want de Geest doorzoekt alle dingen, zelfs de diepten Gods’ -1 Cor. 2:10], zelf echter wordt hij door niemand beoordeeld” (1 Cor. 2:15). Hij hoeft geen achterdocht en wantrouwen te hebben. 

“En Hij, de God des vredes, heilige u geheel en al, en geheel uw geest, ziel en lichaam moge bij de komst van onze Here Jezus Christus blijken in allen dele onberispelijk bewaard te blijven” (1 Thess. 5:23). Door de leiding van de Heilige Geest ontstaat geestelijke groei, dit is een proces van “heiliging zonder welke niemand de Here zal zien” [Hebr. 12:14]) waarin wij steeds meer op Jezus Christus gaan lijken, dus steeds meer gelijkvormig aan Hem gaan worden. Er ontstaan mooie eigenschappen zoals eerlijkheid, vergeving, ontferming, wijsheid (Kol. 3: 12,16) en het is zelfs de bedoeling dat wij deel zullen krijgen aan de goddelijke natuur (2 Petr. 1:4), en wij de vrucht van de Geest zouden voortbrengen en dragen zoals liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing (Gal. 5:22). En dat niet alleen, ook dat wij de werken van Jezus (zullen) gaan doen, “Want met reikhalzend verlangen wacht de schepping op het openbaar worden der zonen Gods” (Rom. 8:19), dat zijn zij, de geestelijke mensen, die door de Geest Gods geleid worden (Rom. 8:14). 

9. Geest en verstand

Tot slot nog enkele opmerkingen over de relatie tussen geest en verstand. Een belangrijke vraag die vaak wordt gesteld, is die naar de verhouding tussen geloof (van onze geest) en verstand (of intellect). Zijn die strijdig of misschien aanvullend? Want we worden toch ook opgeroepen om God lief te hebben met ons verstand? Maar ons verstand is beperkt. Dat de mens Gods Geest gehoorzaamt en volgt, is een keuze, namelijk dat men, zónder dat je vooraf zelf rationeel hebt ‘uitgerekend’ of Gods weg wel goed is of na zou gaan of er misschien een betere weg is, en dus geen bewijs in handen hebt, tóch God vertrouwt. Want als de mens zelf het bewijs zou willen vinden dat die weg inderdaad de beste is, dan zou het niet Gods weg zijn, maar de eigen weg van de mens volgens zijn eigen beredenering. Het geloof, het vertrouwen in God is van een andere orde, namelijk een hogere vorm van waarheid (diepe innerlijke zekerheid) dan ‘bewijsbare’ waarheid (want elke redenering gaat uit van een bepaald basisuitgangspunt, en dat hoeft niet perse juist te zijn). Het dwaze van God is wijzer dan de mensen (1 Cor.1:25). Het belangrijkste is niet ons verstand of gevoel, maar onze verbondenheid (Hesed) met God. Bovendien, zonder geloof kunnen we God niet welgevallig zijn (Hebr. 11:6).

Het is dus niet een zaak van het intellect alleen, maar van een keuze om zonder bewijs Gods weg te volgen. Dit kan alleen door de Heilige Geest. En wat blijkt nu het mooie en fascinerende te zijn? Als men eenmaal ertoe besloten heeft om zonder bewijs en in geloof en vertrouwen de weg van God te gaan (geloofsstap na geloofsstap), volgt daarna, dus achteraf, een steeds doorgaande overvloed aan bevestigingen (en bewijzen) voor de juistheid van die keuze, ook voor ons verstand, ons intellect! Wie echter liever toch via beredenering, dus via het intellect, God wil vinden, zal ontdekken dat het een doodlopende weg is. Ook al is het zo dat de mens met zijn verstand kan concluderen (doorzien) dat er een God moet zijn (Rom. 1:20), hij komt nooit in Gods Koninkrijk door beredenering. Het gaat boven ons begrip om het wezen van de geest te begrijpen. Alleen de Heilige Geest kan openbaren wat een mens niet kan bedenken of beredeneren (1 Cor. 2:10). 

Maar bij het gaan van de weg van God, en wel in besef van volkomen afhankelijkheid van God, is het verstand beslist niet uitgeschakeld. Integendeel, hoewel ondergeschikt aan de morele geloofsstap, wordt het veeleer íngeschakeld. En zelfs zo dat het intellect een van de instrumenten is waarmee de mens des te meer, dieper en bewuster Gods grootheid kan ervaren. Intellect speelt dus een grote rol. Geloof is niet in strijd met het intellect. 

Geloof en intellect mag men dus niet als tegenstelling zien zolang het intellect zich onderwerpt aan de openbaring van God. Als een mens zich in geloof onderwerpt aan God, dan zal Gods Geest de waarheid van God ook aan het verlichte verstand laten zien dat zelfs verrukt zal zijn van de schoonheid van en de wetmatigheden in Gods schepping. Je zou kunnen zeggen dat God juist het intellect van de mens heeft geschapen en gegeven om des te meer onder indruk te komen van Gods schepping en van de zin van het leven. Bewuste of onbewuste uitschakeling van het intellect is zelfs een verminking van de mens als beelddrager van God.

Het essentiële punt is dat wij niet redeneren vanuit onze eigen intellectuele benadering met zijn waarnemingen en maatstaven, en niet deze primair stellen. Maar het gaat erom dat wij aanvaarden dat God, die de almachtige Schepper is van het onmetelijke heelal en van een oneindige diversiteit en schoonheid in zowel het grote als het minuscuul kleine, beter dan de mens weet, wat goed is. Hij is de grote Zingever van ons bestaan, dus bij Hem moeten we zijn om  te weten wat Hij met ons leven bedoeld heeft en bedoelt. Gods Woord moet dus voor ons bepalend zijn. Wij kunnen als mensen van en in de tijd met ons verstand het eeuwige niet doorgronden en bevatten.

Als wij het Woord van God primair willen stellen en in geloof willen aanvaarden, en daarmee ons handelen laten bepalen en onze wereldbeschouwing willen bouwen, dan zullen wij onder leiding van Gods Heilige Geest een wereld ontdekken, het Koninkrijk van God, die zoveel mooier, dieper en wonderbaarlijker en met meer zekerheid is dan wij ons nu kunnen voorstellen. Wij kunnen daarbij  denken aan 1 Cor. 2:9: “Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en wat in geen mensenhart is opgekomen, al wat God heeft bereid voor degenen, die Hem liefhebben”. Dat is het perspectief van de geestelijke mens.

Piet Guijt

Zoetermeer, 10 augustus 2020

Literatuur: 

1. Bijbel, NBG-vertaling

2. Gerard Feller, Héél de mens, deel 1. Bron: http://www.stichting-promise.nl/psychosomatische-onderwerpen/heel-de-mens-deel-1.htm

3. Gerard Feller, Héél de mens, deel 2. Bron: http://www.stichting-promise.nl/psychosomatische-onderwerpen/heel-de-mens-deel-2.htm

4. Gerard Feller, Het volmaakt emotionele leven van Jezus. Bron: https://stichting-promise.nl/bijbelstudies-bemoedigend/het-volmaakte-emotionele-leven-van-jezus.htm

5. Gerard Feller, Heel de mens. Bijbels Holisme in de Gezondheidszorg.

6. Watchman Nee, De geestelijke mens. Importantia Publishing, 2002

7. F. Weinreb, De Bijbel als schepping. Servire, Wassenaar, 1963

8. https://www.ensie.nl/betekenis/geestelijk

9. GotQuestions: https://www.gotquestions.org/Nederlands/geestelijke-groei.html


Share:Del.icio.us!Facebook!Google!Live!Yahoo!

Categorie: Bijbelstudie: geestelijke kennis