Toetsstenen bevrijdingspastoraat

Toetsstenen bevrijdingspastoraat.

Op 28 april is in Drachten een symposium voor kerkleiders en christenhulpverleners gehouden. Dit congres ging over 'Psychopastorale hulpverlening en de onzichtbare werkelijkheid' en werd georganiseerd door de afdeling pastoraat van de Vrije Baptistengemeente te Drachten. Hieronder volgt de inhoud van de lezing, die door Gerard Feller gehouden werd en de toetsstenen, die hij aandroeg vooral voor de dienst van bevrijding, maar die ook in het algemene pastoraat en geestelijke hulpverlening bruikbaar zijn.

1) Toetssteen t.a.v. gehanteerd mensbeeld

Het is van groot belang eerst een kader te formuleren, waarin relaties in de mens getoetst moeten worden. Worden de klachten en problemen gediagnosticeerd vanuit Bijbelse relaties in en buiten de mens? Ligt de prioriteit op de relatie tot God, is er sprake van geestelijke diagnostiek? (Godsbeeld, mensbeeld, geestelijk leven diagnosticeren zoals: positie, groei, gaven, geweten, occulte momenten en invalspoorten, overgave, gebedsleven, geestelijke verantwoordelijkheden, strijd vlees/geest, schuld(gevoelens), etc.)

  • Hoe is de relatie geest-ziel? Hoe verhouden zich denken, gevoelens, wil, en gedrag en in welke mate zijn ze ontwikkeld? Zijn er geconditioneerde (of getraumatiseerde) leerprocessen in het verleden? Is er een vernieuwd denken? Uit welke bronnen komen gevoelens en wils-intenties?
  • Hoe zijn lichamelijke klachten gerelateerd? Is er sprake van duidelijke pathologie (ziektebeelden) of zijn de lichamelijke klachten van meer functionele aard? Niet beschouwd vanuit een reductionistisch denken, maar bijbels "holisme"; pneumo-psycho-somatische klachten.
  • Wat is de betekenis van de klachten relationeel, t.a.v.: andere mensen, sociaal functioneren, maatschappelijke betekenis, culturele betekenis.

Om vanuit het Bijbels mensbeeld te komen tot een juiste diagnostiek is in het algemeen een behoedzaam proces. Veel symptomen of klachten worden vaak of alleen lichamelijk of alleen psychisch of alleen geestelijk beoordeeld. Iemand met rugklachten, die naar een fysiotherapeut gaat, zal merken dat klachten gauw vanuit een raamwerk van het houdings-en bewegingssysteem bekeken worden. Er zal al gauw een scheefstand of dysbalans gevonden worden. Gaat dezelfde patiÎnt naar een psycholoog, dan worden de klachten vaak meer beoordeeld vanuit psychische factoren.

Andere hulpverleners zullen in dezelfde klachten mogelijk alleen maar demonische invloeden zien. Naarmate ik langer werk als psychosomatisch therapeut, merk ik des te meer, hoe complex een mens is. Ook ik ben er van overtuigd dat er allerlei verbanden bestaan, b.v.tussen lichaam en psyche of tussen geest en lichaam. Maar pas op voor etikettering van mensen! Soms blijkt er bij lichamelijke klachten van iemand geen psychische of geestelijke achtergrond aanwezig te zijn, maar bestaan de klachten op grond van een gewoontegebaar of biologische reflex.

Hoewel er van geestelijk leven zeker een positieve invloed uit kan gaan op de lichamelijke gezondheid, wil dat niet zeggen dat iemand met een slechte lichamelijke gezondheid een slecht geestelijk leven heeft. Denk maar eens aan Joni Earickson, die bij een duik in ondiep water levenslang verlamd raakte. Terwijl ze lichamelijk ernstig gehandicapt bleef, heeft zij een geweldig gezond psychisch en geestelijk leven opgebouwd ondanks haar klachten.

Vaak zal men ontdekken dat de zwaartepunten van klachten of ziekten op de verschillende terreinen van het mensbeeld liggen. Voor de diagnosestelling is het altijd belangrijk een voorzichtige weg te volgen, waarin alle aspecten naar lichaam, ziel en geest eerst geÔnventariseerd moeten worden. Hoewel men veel kennis van methodieken nodig heeft, zal uiteindelijk in de juiste diagnostisering de therapeut steeds geleid moeten worden door de Heilige Geest om nu juist datgene aan te raken wat nodig is. Men zal steeds de mogelijkheid open moeten laten, ook als een ziekte vooraf als psychisch is aangemerkt, dat er zich later een puur lichamelijke ziekte openbaart, hoewel dat eerst in de symptomatiek nog niet zo duidelijk was.

Juist het steeds weer opnieuw afstemmen op de cliënt door de Heilige Geest, zelfs na een eerste diagnose stelling, is raadzaam. Zoals gezegd moet een probleem altijd op de drie deelgebieden aangepakt worden. Zo zal bijvoorbeeld iemand met angsten moeten leren lichamelijke middelen te gebruiken (zelfcontrole, ademing, ontspanning) maar ook psychische middelen (anders denken, afleiding) en geestelijke hulp (God is bij me, bij de angst en zal me helpen). Voor een goede diagnose is dus een uitgebreide inventarisatie nodig op lichamelijke, psychische en geestelijke aspecten van de klachten. Het is daarom raadzaam een zekere volgorde in het geheel te betrachten.

Hier zullen andere hulpverleners soms ook informatie over de client moeten geven. Bijvoorbeeld een arts, die door onderzoek kan vaststellen dat er geen sprake is van pathologie, maar functiestoornissen. We kennen drie stappen:

A) BIOLOGISCHE PRIORITEIT

Is er een puur lichamelijke ziekte of problematiek? (Bv. trauma, voedingsdeficientie, hormonaal probleem etc.) Men zal, ook als er meer psychische of geestelijke aangrijpingspunten zijn, steeds attent moeten zijn op een lichamelijke ziekte, of een puur lichamelijke ziekte, die zich langzaam openbaart. Bij spanningsklachten: heeft een huisarts of specialist een lichamelijke ziekte uitgesloten? Zoals eerder vermeld: er is een verschil tussen een functiestoornis en pathologie.

B) PSYCHOLOGISCHE SUPERIORITEIT

Onze hersenactiviteiten, zoals bijvoorbeeld ons denken en gevoel, spelen een grote rol ten aanzien van ons lichamelijk functioneren. Soms kunnen echter ook mensen ogenschijnlijk lichamelijk goed functioneren, terwijl hun gevoelsleven beschadigd is. Anderzijds kunnen mensen met een lichamelijke handicap (zoals bv. Joni Erickson) psychisch geweldig veel presteren. Maar over het algemeen zijn psychologische factoren superieur aan lichamelijke aspecten, doch moeten altijd in tweede instantie beschouwd worden.

C) GEESTELIJKE SUPPREMATIE

Pas in derde instantie inventariseren van geestelijke aspecten. Niet iemand met vreemd gedrag gelijk als "demonisch" bestempelen. Maar zeker weten dat de psyche en het lichaam binnen het Bijbelse mensbeeld in gezonde verhouding met de geest van de mens moeten staan. Een geest kan niet altijd met het verstand omvat worden, maar een geest moet geestelijk onderscheiden worden. Bij de diagnostiek op dit gebied is een gave van onderscheid van geesten van groot belang. Evaluatie en toetsing door anderen is onmisbaar.

2) Toetsstenen t.a.v. het Bijbelse doel van de therapie/begeleiding van het veranderingsproces

Van primair belang is niet het verlanglijstje van een confident met de vraag naar bevrijding van alle klachten en pijnen, of een bevrediging van alle behoeften. Maar wat zijn nu de Bijbelse doelen?

  • Verzoening met God Ef.2: 8 "Door genade zijt gij behouden (totale mens), door het geloof, en dat niet uit uzelf, het is een gave van God". Zie ook Rom.5:1, Rom.8:4, 2.Kor.5:18. "En dit alles is uit God, die ons door Christus met Zich verzoend heeft en ons de bediening der verzoening gegeven heeft." Dit is Bijbels leven in tegenstelling tot de Bijbelse dood. Het hoofddoel is niet de bevrijding van demonen (hoewel op zichzelf belangrijk), maar verzoening door genade met God door het leven van Jezus Christus.
  • Verandering in ons gehele wezen Niet alleen afbouw van demonische klachten, maar verandering naar het beeld van Christus. 2.Kor.7:1 "Daar we nu deze beloften bezitten, geliefden, laten we ons reinigen van alle bezoedeling des vlezes en des geestes, en zo onze heiligheid volmaken in de vreze van Christus." Zie ook heiliging en veranderen in: 1.Joh.3:3; 1.Thes.5:23, 1.Thes.4:3, Kol.1:22. Er dient een detransformatie van het beeld van de satan plaats te vinden naar beeld Christus. Ef.4:17,18; Rom.8:2.
  • Strijden om te leven Rom.8:6,12,13: "Want de gezindheid van het vlees is de dood, maar de gezindheid van de Geest is leven en vrede; derhalve broeders, zijn we schuldig, maar niet van het vlees om naar het vlees te leven. Want indien gij naar het vlees leeft, zult gij sterven, maar indien gij door de Geest de werkingen des lichaams doodt, zult gij leven." Zie verder Fil.2:1-5. Confidenten zijn vaak niet meer op strijd voorbereid en denken dat God alle verandering door een 'toverstokje'doet.
  • Leven is verbonden met lijden Rom.8:17: "Zijn we kinderen, dan zijn we ook erfgenamen, erfgenamen van God, en mede-erfgenamen van Christus, immers indien we delen in zijn lijden, is dat ook om te delen in zijn verheerlijking". Zie ook Fil.3:10, 1.Petr.4:1,13,16,17.

Er heerst een doodskultuur (denk eens aan prettige bijna-dood-ervaringen, euthanasie, abortus, heiligenverering) Veel christenen beseffen niet dat lijden een deel van het leven van Christus is. Men geeft de strijd gauw op. Christenen moeten ook kunnen leven met tekorten en zwakheden. Fil4:12-14; 3: 8 .

3) Toetsstenen t.a.v. Bijbelse methodiek

BEVRIJDING UIT GEBONDENHEID, IN CHRISTUS WAARLIJK VRIJ

In onze tijd, waarin satan, de wetteloze, zich steeds meer manifesteert als een wereldbeheerser, (2.Thes.2:7,9; Ef.6:12) zien we ook in de westerse landen, een toenemende demonisering, een betovering van mens en maatschappij. Wie met "verlichte ogen van het hart" (Ef.1: 18) en "doorboorde" oren deze ontwikkelingen tegemoet treedt, ziet de geweldige nood en hoort de indringende schreeuw om bevrijding en genezing van velen, die in nood zijn: gevangen, gebonden, verdoofd, verduisterd, verblind en verlamd.

De bevrijding, verlossing en heelmaking, door de Here Jezus aangekondigd als het "Aangename jaar des Heren" (Luk.4:19) is eveneens een geestelijke realiteit, die helaas zo weinig geproclameerd wordt. De Zoon van God is geopenbaard, opdat Hij de werken des duivels verbreken zou. (1.Joh.3:8) In dit artikel willen we een bescheiden aanzet geven, in het ontdekken van enkele bijbelse aspecten in het proces van bevrijding uit de ketenen der gebondenheid tot innerlijke genezing en heelmaking in Christus. (1.Thes.5: 23)

SATAN, ZIJN DOEL EN (ON)MOGELIJKHEDEN

Iedereen, gelovigen zowel als ongelovigen, ondervindt de werking van Christus' tegenstander in zijn leven. Hij oefent zijn heerschappij uit door de zonde en de angst voor de dood. (Hebr.2:15) Niet elke zonde wordt door zijn toedoen veroorzaakt, maar elke zonde geeft hem macht over deze persoon. "Wie de zonde doet, is slaaf van de zonde" (Rom6:6) en de duivel zondigt van den beginne. (1.Joh.3: 8)

Bij een gelovige betekent de zonde het herwinnen van een stuk machtsgebied (1.Thes.3:5, Ef.4:27) Ongeloof t.o.v. Gods Woord en geloof in de leugens van de satan brengen de mens tot bijgeloof, afgoderij en occultisme. Daardoor ontstaat een toenemende geestelijke blindheid en een steeds grotere afhankelijkheid van "de god dezer wereld" (2.Kor.4:4) Door dwaalgeesten en dwaalleringen, door valse Christussen en profeten, door bedrieglijke tekenen en wonderen onder religieuze of wetenschappelijke dekmantel worden de mensen ingewijd in een gedemoniseerde wereld, die wacht en verlangt naar de komst van de anti-christ. (2.Kor.4: 3,4; 2.Thes.2:8-12; 2.Kor.11: 4, 13-15; Mat 24:5,11,24; Op.2:20; Op.13:13-18; Kol.2:8, 18-23; 1.Tim.4:1-3; 2.Petr.2:1-3)

Wedergeboren Christenen zijn gered uit de macht der duisternis (Kol.1:12-13; Ef.4:1-3). Toch heeft iedere Christen de opdracht STAANDE TE BLIJVEN, dit door de wapenrusting Gods ter hand te nemen. (Ef.6:10-20) De Heilige Geest woont IN de gelovige (1.Kor.3:16; 6:19). Satan probeert in de strijd van vlees en geest (Rom.6:1 - Rom.7:25) de gelovige tot zonde te verleiden. Een Christen heeft in zichzelf geen enkele bescherming hiertegen. Onderwerping, toewijding (Rom.12:1-2) en vrijwillig stellen onder de leiding van de Heilige Geest, schuilen in de Toevlucht, de vaste Burcht (Ps 91:1) biedt pas echte weerstand aan de duivel (Jac.4:7), die dan van ons wegvlucht.

Er zijn evenwel grenzen aan satans macht! Hij kan een gelovige niet verloren doen gaan, (1.Kor.5) wel krijgsgevangen maken (Rom.7:23) maar niet scheiden van de liefde van Christus (Rom.8:38-39) God laat dingen toe in het leven van een gelovige (1.Kor.10:13; Op.2:10) en heeft (ondanks ons falen) alles in de hand, waarvan uit we niet geroofd kunnen worden. (Joh.10:28; vgl Job en Mat.10:28)

De invloed van de duivel kan zijn die van demonisatie (Mat.4:24; Marc.1:32; Luk.8:31b) Deze beÔnvloeding kan bestaan uit verschillende mate van gebonden zijn aan de macht van de satan, tot zelfs inwoning toe. (Inwoning is een betere term dan bezetenheid) Luk.7:39; Joh.7:20, 8:48, 10:20; Lev.20:7.

Ook gelovigen kunnen een demon inwonend hebben. (Luk.13:11-14; 2.Kor.11:4) De graad van invloed van de demonische machten is afhankelijk van hun aantal (Mat.12:43-45; Marc.5:9), hun kracht (Ef.6:12) of hun boosheid (Mat.12:34). Verder de sterkte van de geestelijke wapenrusting van de gelovige, d.w.z. in hoeverre hij of zij zich onder het gezag van Christus plaatst en gehoorzaam is aan het Woord van God.

De trouwe lezers van Promise kennen reeds het uitgebreide scala van occulte methoden in de gezondheidszorg, waarmee ook gelovigen binnen de invloedssfeer van de duivel kunnen komen. In het kader van dit artikel willen we deze nu niet allen noemen. Wel kunnen we twee categorieÎn onderscheiden, namelijk:

  1. een directe beinvloeding door gebruik te maken van demonische krachten BUITEN de mens. Dit is de ("passieve") patiënt, die krachten van buiten over zich laat aanroepen en via bepaalde rituelen op zich in laat werken. Hier spreken we van een BELASTING door demonen. (Engels: oppression) Bijbelse terminologie: a) gediagnosticeerde - besprokene, gewichelde; b) degene die therapie heeft ondergaan- betoverde en bezweerde.
  2. Een directe beïnvloeding door gebruikmaking van krachten IN de mens. Dit is de ("actieve") behandelaar (diagnost of therapeut), die beschikt over occulte krachten IN hemzelf en deze op anderen overdraagt. Hier is dus sprake van een inwonende demon. (Engels: possesion) Bijbelse terminologie hiervoor is a) diagnost - waarzegger, wichelaar; b) therapeut - tovenaar, bezweerder. Bv Ez.21:21-23; Micha 3:11; Gen.44:5; Deut.13:1-5; Jer.23:25-31; Lev.19:26; 2.Kon.21:6; 2.Kron.33:6; Jes.2:6, 57:3; Jer.27:9; Micha 5:11; Jes.47:13; Deut.17:3; 2.Kon.17:16; Amos 5:26; Jer.10:2; Dan.1:20, 2:2; Gal.5:20,21 (pharmakia= venijngeving); Hand.8:4-25; Mat.7:13-23; Hand.16:17-18; Op.18:23.

Het onderscheid tussen de twee bovengenoemde mate van beïnvloeding is belangrijk, zeker ook voor het bevrijdingspastoraat!

Kentekenen van gebondenheid en inwoning

De invloed van de duivel kan op alle aspecten van het menszijn doorwerken. Door gebondenheid en of inwoning van demonen kunnen er zo kentekenen zijn op geestelijk, psychisch en lichamelijk niveau. Tevens zijn er nog vaak para-psychische verschijnselen, die zich manifesteren. Uiteraard is de komende opsomming een VERZAMELING SYMPTOMEN van occult belaste mensen. Het voorkomen van een of zelfs meerdere symptomen is niet altijd een sluitend bewijs voor demonie. De werkelijke toets zal uiteindelijk de confrontatie met de persoon van Christus zijn (in de gelovige, b.v. de hulpverlener). In een ander artikel hopen we hier nog op terug te komen.

Mogelijke gevolgen op geestelijk gebied
  1. Heftige weerstand tegen Christus (Marc.1:24, 5:7; Mat.8:29; Luk.4:34, 8:28; Jes.8:21)
  2. Weerstand tegen gemeenschap met Christenen .(bv. viering van het avondmaal)
  3. Weerstand tegenover de Heilige Geest (ongevoeligheid, afstomping, 2.Thes.2)
  4. Geen weerstand tegenover de zonde (verschroeid geweten) innerlijk vloeken, godslasterlijke gedachten, spotzucht, geestelijke hoogmoed, wettiscisme, fanatisme, godsdienstwaanzin, verharding tegenover de oordelen van God.
  5. Moeite met gebed. Geen verlangen naar gebed, zich niet kunnen concentreren, slaapgeest onder bidden.
  6. Weerstand tegen geloof. Hardnekkig ongeloof, geen geloofsgroei en geloofsstoringen, geen vrede, blijdschap, woede tegenover anderen die zich bekeren. Onrust bij het lezen van ontmaskerende literatuur over het occultisme.
  7. Gebrek aan onderscheidingsvermogen t.o.v. geestelijke stromingen van deze tijd, geestelijke blindheid, openheid voor allerlei onbijbelse ideologieÎn, religies, dwaalleringen, mystiek, gnostiek en modernisme. (Ex.20:1-6;1.Kor.10:20-22)
  8. Weerstand tegen gelovigen (bespotten, weglopen, uitschelden van gelovige hulpverleners)
  9. Soms komt er weerstand voor tegenover godsdienstige voorwerpen; bv. kruis, bijbel, gezangenboek, etc.

Mogelijke lichamelijke symptomen

Ook hier eerst weer een waarschuwing: Men mag zeker niet alleen op basis van een aantal van deze symptomen gelijk gebondenheid of inwoning constateren. Pas als er vele symptomen ook op andere terreinen zich openbaren plus het al genoemde criterium van de confrontatie met (leven van) Christus, dan kan de Heilige Geest op dit punt onderscheid geven!

  1. Opvallend sterke lichaamskracht (Marc.5:3 vv; Hand.19:16)
  2. Storingen in organische functies, bv. door stomme of dove geesten (Marc.9:17,25) Stuiptrekkingen, hysterische krampen, zenuwtrekkingen (Luk.9:42; Mat.10:1; Marc.1:23)
  3. In gezinnen waar veel bijgeloof en occultisme voorkomt, constateren veel zielzorgers vaak: veelvuldige miskramen, kinderloosheid, misvormde kinderen, periodiek intredende ongelukken en sterfgevallen, erfelijke belastingen, die artsen niet kunnen verklaren, abnormale aanvallen van epilepsie, benauwdheid rondom de hartstreek.
  4. Veel a-specifieke, algemene malaisegevoelens.
  5. MOGELIJKE kenmerken: Sterk transpireren en vreselijk stinken, lichamelijke vervuiling en verwaarlozing, sterk uit de mond stinken, een veranderde oogopslag, andere stem, spraak, zinsbouw, bij zelfkastijding, trillingen of bevingen, provocerend seksueel exhibitionisme.

Mogelijke psychische gevolgen

  1. zelfverwondingen en zelfmoordpogingen (Marc.5:5, 9:22)
  2. agressiviteit tegenover anderen (Marc.1:23, 5:7, 9:18-20)
  3. angst (1.Sam.18:10-11, 19:9-10; Jes.8:19-21; 2.Tim.1:7)
  4. wanhoop (Jes.8:20), zwerven in isolatie (Jes.8:21), duisternis en donkerheid (Jes8:22), fobieÎn, waanvoorstellingen, dwanggedachten, nachtmerries, maanwandelen, grote zelfzucht, waanzin, kleptomanie, opvliegendheid
  5. weerspannigheid en ongezeglijkheid (1.Sam.15:23)
  6. wetteloosheid (2.Thes.2:3-12)
  7. sexuele perversies, verslavingen, necromantie (Jes.8:19, Deut.18:11)
  8. depressiviteit, twistziek, strijdzucht in familie
  9. demonen zien, licht en lichten zien, nachtelijke bezoeken van demonen, stemmen horen, abnormale geslotenheid, leugengeest, wraakzucht etc. etc. etc.

    Mogelijke para-psychische kentekenen

    1. spreken van een ander uit de persoon, die een inwonende geest heeft (Marc.1:24, 34; 3:11, 5:7,9-12; Mat.8:29; Luk.4:34, 41; Luk.8:28; Hand.16:17, 19:15)
    2. helderziendheid; helder-voelend-wetend (Marc.5:7-8), uitleggen van voortekenen (Deut.18:10)
    3. waarzeggerij (Jes.8:19; Deut.18:10-11; Hand.16:16-18)
    4. toverij (Deut.18:10; Hand.13:6-10)
    5. gebondenheid aan het voorgeslacht, niet als straf maar als rechtsaanspraak in werking (Ez.18:17-20)
    6. mediums (Lev.3:31, 20:27; 1.Sam.28:3-25)
    7. afgoderij (Ex.20:1-6; 1.Kor.10:20-22)
    8. door het vuur gaan (Deut.18:10)
    9. wichelarij en pendelen (Deut.18:10)
    10. onjuiste profetieën (Deut.18:22)
    Natuurlijk is het van belang in deze bovennatuurlijke gaves onderscheid te maken tussen enerzijds TOVERIJ of anderzijds een GAVE VAN DE HEILIGE GEEST ( zie gelijknamige art. in Promise ) De duivel is immers de grote imitator van God!

    Bevrijding van gebondenheid

    1. Pastoraat op occult terrein hoort niet in handen van jonge mensen of jonge gelovigen. Een grondig pastoraat kan hij of zij alleen doen, die geestelijk rijp, ervaren en door God geroepen is. Alleen hij, die de demonen tegemoet wil treden, met de heiligheid van God zelf, die een godvruchtig en gereinigd leven leidt, elke bewuste zonde belijdt (1.Joh.1:9), Die tot God nadert en zich aan Hem onderwerpt (Spr.18:10), die de duivel zelfs geen voet geeft (Ef.4:27) en een intieme relatie met God onderhoudt via gebed en vasten (Mat.17:21). Niet altijd hoeft er een hulpverlener te zijn. De Enige die bevrijding kan geven is Jezus Christus, die het zeker ook zonder hulpverlener afkan!
    2. Doch dient het aanbeveling, met andere broeders en zusters die voldoen aan bovengenoemde voorwaarden, als een team (bv. in een plaatselijke gemeente) samen te werken, waarin ook een toetsing plaats kan vinden van elkaar en iedere te nemen stap. Ook dient het aanbeveling om contacten te hebben met een christelijke psychiater (die in deze zaken inzicht heeft), die geraadpleegd kan worden. Zeker daar waar het gaat om het verschil in psychiatrische ziektebeelden en demonie. Zo komt hallucineren ook voor bij veel en zwaar vasten, felle stress, martelingen, bevriezingsdood, lange tijd opgesloten zitten in donkere ruimtes, etc.
    3. Niet toverformules of excorcatie formules hebben kracht om banden te breken, maar alleen het bloed van het Lam (Kol.2:13-15) Demonen worden verdreven of uitgedreven door de Geest Gods (Mat.12:28), geloof (Mat.17:20), bidden en vasten (Mat.17:21), gebed (Marc.9:29), de vinger Gods (Luk.11:20, vgl Ex8:19), Gezang (1.Sam.16:23), de naam van Jezus Christus (Marc.16:17) en de macht die Jezus geeft (Luk.10:19-20)
    4. Als blijkt dat er onbeleden afgoderij, bijgeloof en/of occultisme is in uw leven, en u herkent veel van de genoemde symptomatologie, lees eerst eens 2.Kor.5:21; 1.Joh.3:8 en Kol.2:13-15. "Wanneer de Zoon u vrijgemaakt heeft, zult gij waarlijk vrij zijn" (Joh.8:31,32,36)

      De weg tot volkomen verlossing in Christus

      1) WIL JE VRIJ WORDEN?
      Dit vroeg Jezus aan de man in Bethesda. God dwingt niemand i.t.t. tot de satan die mensen dwingt en vasthoudt. Als omstanders alleen willen dat een persoon tot bevrijding komt is dat meestal niet genoeg, uiteindelijk zal deze persoon zichzelf onder het bloed van het Lam moeten WILLEN reinigen. Natuurlijk is het zo dat die wil bij gebondenen aanvankelijk zeer zwak is en" fluctuerend", maar iedere weg begint met het aanspreken van de wil door de Heilige Geest en het Woord. "Als gij in Mijn Woord blijft, zijt gij waarlijk mijn discipelen en gij zult de waarheid verstaan en de waarheid zal u vrijmaken. Wanneer de Zoon u heeft vrijgemaakt, zult gij waarlijk vrij zijn". Zie Joh.8:31,32,36.
      2) BIJBELSE VOORLICHTING.
      Wat zegt de Bijbel over occultisme? Wat zijn eigentijdse "moderne" vormen van occultisme, welke religieuze en wetenschappelijke verschijningsvormen zijn er waar deze persoon mee in contact is gekomen.Verblinding en onwetendheid zijn immers verfijnde wapens van de satan (Jer.8:7b; Hos.4:6) Gods Woord is de enige maatstaf, de enige spiegel, het enige licht op onze weg (Ps.119:105, 130; Lees de Bijbel biddend, 1.Kor.15:34)
      3) WEDERGEBOORTE.
      Bekering en wedergeboorte zijn absolute voorwaarden voor bevrijding van demonische invloeden! Alleen in Christus zijn deze machten overwonnen. Wie niet in Christus is, KAN NIET bevrijd worden. Soms is dat heel moeilijk in het bevrijdingspastoraat te onderscheiden. Iemand die nog zo graag bevrijd wil worden uit demonische machten, maar zijn leven niet aan Christus wil overgeven, is kansloos. Immers het is de inwonende Heilige Geest in een gelovige die op grond van het bloed van Christus kan reinigen.
      4) ZELFONDERZOEK.
      Zoals gezegd: vergeetachtigheid in occulte contacten vroeger KAN een occult symptoom zijn. Gebed, waarin de Heilige Geest gevraagd wordt alles in die zin te binnen te brengen is dringend gewenst. Vaak is het beter dat daarbij een hulpverlener met bovengenoemde kwaliteiten helpt. (Joh.11:44)
      5) BEROUW EN BELIJDENIS.
      Het is noodzakelijk dat alle occulte contacten ÈÈn voor ÈÈn voor God genoemd en beleden worden. (1.Joh.1:9; Jac.5:16,19) Een volledige bekentenis van alle contacten, ook die in onwetendheid gebeurt zijn! Ook gemeenschappelijke schuld, bv. door erfelijke gebondenheden (Ex.20:5, 34:7; Num.14:18; Klaaglied 5:7; Jes.65:6,7; Jer.2:8, 9:14, 16:10-23). Christus heeft ons vrijgekocht van geÎrfde gevolgen en van onvergeven schuld van de voorouders (1.Petr.1:18,19) Zo ook van collectieve schuld van een volk of gemeente, familie (Neh.1:6, 9:16-37; Ezra 9; Dan.9:16)
      6) VERBREKEN EN WEGDOEN.
      Alle contacten met occultisten moeten radicaal verbroken worden, ook voorwerpen en literatuur moet weggedaan worden of verbrand. ( Hand.19:19; Judas 23; Deut.7:25, 13:12-18; Gen.35:2-4; 2.Kon.23:4, 20,24) Ook brieven en talisman of amuletten moeten worden weggedaan. Zo alleen kan men zich bekeren van de duivel en de afgoden tot de Waarachtige God (Hand.14:15, 26:18; 1.Thes.1:9) Spr.28:13: "Wie zijn overtredingen bedekt, zal niet voorspoedig zijn, maar wie ze belijdt en nalaat die vindt ontferming".
      7) GEBIEDEN.
      Pas als na de vorige stappen de binding nog te sterk blijkt, kan men demonen in de naam van Jezus Christus gelasten uit te gaan (Marc.9:25). Dit heeft niets te maken met charisma of apostolische tekenen!
      8) AFZWEREN.
      In sommige situaties is er een pakt of verbond met de satan aangegaan. Of heeft men bepaalde geloftes en is verbintenissen aangegaan met occulte personen. B.v. zweringen en beloftes bij de dood van een familielid.
      9) GELOOF.
      Geloof in de vergeving en reiniging en het volbrachte werk van Jezus Christus (Hebr.2:14; Kol.2:13-15; 1.Joh.1:7-9, 2:2, 3:8; Luk.7:48-50) Na voorgaande stappen moet de persoon op grond van Gods Woord ook geloven dat God deze zonde van occultisme niet meer gedenken zal (Ps.103:3,12; Jes.1:8, 43; 43:25; 44:22; Jer.31:34; Micha7:18 vv)
      10) OPBOUW VAN HET GEESTELIJK LEVEN.
      a) de satan zal proberen verloren terrein terug te winnen. Daarom is het nodig aandacht te schenken aan een herstel en genezing van de mens naar geest, ziel en lichaam, zowel in zijn relatie tot God als naar medemensen.
      b) een terugkerende geest is een reeel gevaar Mat.12:43-45 Opbouw van het geestelijk leven door aannemen geestelijke wapenrusting uit Efeze 6. Vooral bidden, bijbel lezen, contact met medegelovigen, gemeenschap in een Gemeente. Laat je lichaam, ziel en geest ten dienste van God zijn; dat is de redelijke eredienst. (Rom.12:1-2) Dien de Waarachtige God met ijver (1.Thes.1:9,10) Wordt een getuige van Jezus Christus (Hand.1:8; 1.Petr.2: 9, 3:15; Rom.10:10)
      "EN HIJ, DE GOD DES VREDES, HEILIGE U GEHEEL EN AL EN GEHEEL UW GEEST, ZIEL EN LICHAAM MOGE BIJ DE KOMST VAN ONZE HERE JEZUS CHRISTUS BLIJKEN IN ALLE DELEN ONBERISPELIJK BEWAARD TE ZIJN" 1.THES.5:23

      4) Toetsstenen van de grenzen van hulp en hulpverlening

      a) Het gaat zoals al eerder gezegd om Gods doelen en voorwaarden en niet in de eerste plaats om de doelen van cliÎnt

      b) Pas op dat je zelf ook de cliënt niet geestelijk manipuleert; vooral de wil manipuleert door dwang. Dit is van oorsprong van de duivel (Jes.14; Ez.28:16, uitgebreide handel = manipulaties, Spr.26:20,22) Toverij is een poging om mensen in je macht te krijgen en te maken dat ze doen wat jij wilt , door gebruik te maken van een geest die niet de Heilige Geest is. Toverij is een werk van het vlees. Natuurlijk is de wil van een gedemoniseerde zwak en gebonden, maar ben je bewust van je eigen manipulaties, houdt je motieven rein.

      c) In de dienst van bevrijding is het raadzaam met twee hulpverleners (van verschillend geslacht) te werken, liefst onder 'gebedsdekking' van gemeente of pastoraal team. De hulpverlener moet geestelijk leven hebben, gave van geestelijk onderscheid en kennis van hulpverlening.

      d) Er is een verlangen naar intimiteit, waarbij de eigen identiteit van beiden beschermd moet worden. De eerste gerichtheid is op God en via God naar de ander. Intimiteit schept kwetsbaarheid, omdat muren verdwijnen. Jezus had ook verschillende relaties met twee groepen discipelen; de '72'en de '12'. Uit die '12' met drie nog intiemer: Petrus, Johannes en Jacobus. Binnen die drie was er ÈÈn, die zich aan Zijn borst wierp. Joh.21:20

      e) Soms is er een dwang om zo snel mogelijk de begeleiding van een client te stoppen (bijvoorbeeld ÈÈn 'rituele'gebedssessie), waardoor de kwaliteit van de hulpverlening in gevaar komt. Dit kan door tijdsnood (bij professionele hulpverlening), emotionele druk van hulpverlener, druk van een gemeente, druk van geld, druk van cliÎnt of van familie. Er mag niet alleen geestelijke bevrijding plaatsvinden. Ook andere terreinen, zoals de opbouw van de ziel, de relatie tot God en sociale relaties, moeten in de totaalbegeleiding opgenomen worden, anders blijft de client zwak en is terugkeer van demonen een reeel gevaar.

      f) Anderzijds bestaat er door de intensieve begeleiding een te grote band en kunnen er subtiele manipulatieprocessen van de cliÎnt ontstaan, en een mogelijke burn out van de hulpverlener. De behandeling moet volgens een plan verlopen, geregistreerd en beÎindigd worden. Gods hulp met de cliÎnt gaat verder, al is iemand nog niet volmaakt.

       

      Gerard Feller
      juni 2000

      Bijbelse Toetsstenen (bevrijdings)pastoraat


Share:Del.icio.us!Facebook!Google!Live!Yahoo!

Categorie: Bevrijdingspastoraat