Duisternis

"IK ben als een licht in de wereld gekomen, opdat een ieder, die in Mij gelooft, niet in de duisternis blijve." (Joh.12:46)

DUISTERNIS

In de maand juli van dit jaar (1995) verscheen bij de uitgever Gideon een boek onder de titel: "Tovenaars van de 20e eeuw". Het is geschreven door Gerard Feller en enkele anderen. Dit boek bevat een ernstige waarschuwing tegen allerlei bewegingen, met een overduidelijke occulte achtergrond. Het gaat over zgn. "energetische" geneeswijzen. Deze geneeswijzen berusten op theorieÎn, die er van uit gaan, dat de mens op zichzelf (zonder God) en in zichzelf en door zichzelf, zich met krachten kan verenigen in het universum. Dat gebeurt dan door trance, drugs, lichaamsoefeningen, muziek, yoga, meditatie, zelfverwerkelijking, teneinde zichzelf te verlossen en te genezen.

Tegenover deze wereld van menselijke en meestal duistere machten stelt Jezus de uitspraak, die staat boven deze studie. Jezus spreekt op meerdere momenten over de mogelijkheid van "verlichting" van het menselijk lichaam. Niet alleen kan de menselijke geest in de duisternis verkeren, maar blijkbaar ook het lichaam. (Matth.6:22-23) Te vaak wordt in de evangelie-verkondiging het "Licht des levens" alleen toegepast op de innerlijke situatie van de mens. Jezus heeft het echter over de totale mens, naar geest, ziel en lichaam. Soms doet Hij dat in de vorm van gelijkenissen. Het evangelie grijpt dieper dan de innerlijke toestand van de mens. Ook het lichaam van de mens , als schepping van de Here God, speelt in de verlossing een belangrijke rol. De mens is een totaliteit. Geest, ziel en lichaam hebben alles met elkaar te maken.

In het evangelie van Johannes staat in hoofdstuk 1:9: "Het waarachtige Licht, dat ieder mens verlicht, was komende in de wereld." Jezus Christus presenteert Zich als het waarachtige Licht, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet in de duisternis blijve. (Joh.12:46) Allereerst wordt dus van dat licht gezegd, dat het gekomen is om een ieder mens te verlichten. Dat blijkt Gods uitdrukkelijke wil dus te zijn bij het zenden van zijn Zoon. Meerdere schriftplaatsen bevestigen dat. (Joh.3:16-18; 1.Tim.2:4)

Dat waarachtige licht is van Godswege in de wereld gekomen en de Here God heeft tot nu toe dat licht niet uit de wereld weggenomen. Zoals de mens bij de schepping het leven ontving, dat hem in staat stelde bij het licht te leven, zo is het ook bij de komst van de Zoon, die het Licht der wereld is. (Joh.8:12) Ieder mens is in staat bij die nieuwe Godsopenbering te leven, In de persoon van de Zoon van God, Jezus Christus, openbaart God zich op een nieuwe en zelfs volmaakte wijze. Zoals God zich openbaarde in de schepping, openbaart Hij zich nu in de Zoon. Jezus zegt: "Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien." (Joh.14:9)

Het wezen van God is voor de mensen zichtbaar en begrijpbaar geworden in de persoon, het leven en het handelen, van Jezus van Nazareth. Het is een onbegrijpelijk wonder, dat de Here God, de Schepper van hemel en aarde, de Almachtige, Zich in de Zoon heeft geopenbaard. Wie zich tot Jezus Christus wendt, zal God de Vader leren kennen. Alleen langs die weg openbaart God Zich aan de mens, die zijn schepsel is. Daarom is Jezus Christus het waarachtige Licht. 'Licht uit Licht, waarachtig God uit waarachtig God, geboren, niet gemaakt'. (citaat uit de geloofsbelijdenis van Nicea) Hij kwam tot het Zijne, d.w.z. tot dat wat Hij zelf het aanzien had gegeven, maar er was geen herkenning. (Joh.1:10-11)

Jezus Zelf heeft vaak eenvoudige menselijke voorbeelden gebruikt, opdat de mens zou begrijpen, dat 'het heil', dat is de verlossing, de redding die Hij verkondigde, voor de totale mens zou gelden. Natuurlijk begint het geloof in Christus meestal in het innerlijk van de mens. Als wij over het innerlijk van de mens spreken in dit verband, bedoelen we de bijbelse uitdrukking 'het hart van de mens'. Het hart van de mens is in de Bijbel meestal synoniem aan de geest van de mens. De Bijbel onderscheidt, wat de mens betreft, geest, ziel en lichaam. Meerdere malen is in dit blad uitgebreid over dit thema geschreven.

Met het hart van de mens bedoelt de Bijbel het meest centrale van het menselijk wezen. Zowel het Oude- als het Nieuwe Testament beschouwt het hart van de mens als de onzichtbare plaats, waar gedachten, plannen en overleggingen in de mens ontstaan. De relatie tussen mens en God ontstaat daar.(citaat F.J. Pop - Bijbelse woorden en hun geheim, blz.282)

Van daar uit worden ziel en lichaam van de mens geïnspireerd en geleid. Daarom zegt het Spreukenboek reeds: "Mijn zoon (mijn dochter), geef Mij uw hart." (Spr.23:26) De invloed van het hart (de menselijke geest) op de ziel en het lichaam van de mens is daarmee bijbels gefundeerd. (ook 1.Thess.5:23)

 

 

Vandaar dat de Here Jezus dan ook duidelijk maakt, dat niet alleen de geest van de mens licht ontvangt van God door het geloof, maar ook de ziel en het lichaam. Jezus spreekt daarover in Lucas 8:16, als Hij het voorbeeld gebruikt van een lamp, die alleen zijn licht kan verspreiden, als hij op een standaard staat. In Lukas 11:33-35 noemt Jezus het menselijk oog een lamp. Hij bedoelt daarmee, dat de mens d.m.v. zijn ogen bewaard wordt voor allerlei negatieve mogelijkheden en ongelukken, die hem zouden overkomen, als hij niet kon zien. Jezus gebruikt dit voorbeeld om duidelijk te maken, hoe belangrijk het innerlijke licht is, waardoor de mens kan leven en funktioneren, zoals de Schepper het bedoelde. Het gaat om het leven en bestaan van de totale mens naar geest, ziel en lichaam. Het gaat in het leven met de Here God om het totale welzijn en behoud.

Nieuwe weg

Als Jezus zegt: "Ik ben als een Licht in de wereld gekomen, opdat een ieder, die in Mij gelooft, niet in de duisternis blijve." (Joh.12:46), dan is Hij, en Hij alleen, degene die de mens kan verlossen in zijn totaliteit; d.w.z. naar geest, ziel en lichaam. In de schepping is de mens, naast God, een geestelijk wezen. Niet als God, maar wel geschapen naar Gods beeld en gelijkenis. (Gen.1:26, Ps.8) De oorzaak van de duisternis, waarin de mens is terecht gekomen, is de zondeval. De kern van de zonde toestand is het verlangen om net als God te kunnen zijn. (Gen.3:4) De breuk tussen de mens en de Eeuwige God, zijn Schepper, kan uitsluitend geheeld worden door de Here God zelf. Dat gebeurt door Zijn genade, die Hij aanbiedt in het offer van Zijn Zoon aan het kruis. (Rom.3:23-26) Elke andere natuurlijke mogelijkheid, die wordt aangeboden in de wereld buiten Christus om leidt alleen maar verder in de duisternis en maakt de ramp groter. "Indien nu wat licht in u is, duisternis is, hoe groot is dan die duisternis." (Matth.6:23b)

Het licht dat de mens ontvangt door het geloof in de verzoening door Jezus Christus is zowel een waarneembaar moment in het leven van de mens, als ook een proces, dat in werking treedt. Het voortgaande leven zal daarvan de positieve en herstellende kracht ondervinden op verschillende levens-terreinen. Dit heil is een voortgaande opbouw en genezing voor de geest, ziel en lichaam. In een heel bijzondere genezing van een blinde man, maakt Jezus dat duidelijk op een een bepaalde manier. (Marc.8:22-26) Bij de eerste aanraking van Jezus ziet de man, die blind was, wel het ÈÈn en ander, maar hij ziet niet echt duidelijk. Dan raakt de Here Jezus hem opnieuw aan en dan is voor de man alles klaar en duidelijk.

Zo kan de aanraking van Jezus in het leven van de mens, die in duisternis leeft, op welke manier dan ook, meerdere malen nodig zijn. Soms zegt Jezus dan ook tegen de mensen, als ze door Hem geholpen zijn, nogal eens: "Ga heen en zondig niet meer." De Heer bedoelt daarmee niet, dat die mens nooit meer iets verkeerds mag doen, maar veeleer; 'val nu niet terug in je oude hopeloze en uitzichtloze toestand, maar ga verder op de nieuwe weg, waarop Ik je nu geplaatst heb'.

Zo kan onze levensweg met Hem, Die het Licht der wereld is, een weg van innerlijke groei en reiniging worden. Maar kan ook een uiterlijke genezing betekenen. Meerdere uitspraken in de Bijbel bevestigen dat. De mens ontvangt nieuwe mogelijkheden door en in de gemeenschap met Je zus Christus. "... opdat wij in nieuwheid des levens zouden wandelen." (Rom.-6:4) "Nu gij Christus aanvaardt hebt, wandelt in Hem." (Kol.2:6) "Blijf in Mij, gelijk Ik in u." (Joh.15:4) Jezus schakelt onze eigen wil en verantwoordelijkheid niet uit. Hij stimuleert ze juist. Dat leven heet 'leven uit de genade'. De genade van God schenkt ons ook de genade-mogelijkheden. (Rom.5:17, 2.Kor.4:15, 2.Kor.6:1-2) Als de Here God, de Schepper van de mens, in zijn Zoon de genade-mogelijkheden aanbiedt, van verlossing, reiniging en welzijn, waarom zal de mens zich dan wenden tot en overgeven aan dubieuze, ondoorzichtige en duistere praktijken en invloeden?

J.C. Graaff


Share:Del.icio.us!Facebook!Google!Live!Yahoo!

Categorie: Bevrijdingspastoraat