Goddelijke genezing deel 2

Hoe ga ik om met goddelijke genezing ? (2)

© Drs Piet Guyt       link naar deel 1 link naar deel 3

Inleiding

In het vorige nummer van Promise (april 2013 klik hier) is een begin gemaakt met het beantwoorden van de vraag: ‘Hoe ga ik om met goddelijke genezing?’ Daarbij is ingegaan op de diverse oorzaken van ziekte, en is gewezen op het feit dat God wil en kan genezen. Voorbeelden zijn genoemd uit het Oude en Nieuwe Testament. Er is op gewezen dat God niet alleen genezing wil van het lichaam, maar van de totale mens, dus ook herstel van geest en ziel. In de tweede aflevering wordt ingegaan op diverse mogelijke belemmeringen voor lichamelijke genezing, op Gods bewogenheid over onze nood, op de samenhang tussen vergeving van zonden en genezing, op onze houding in situaties van ziekte en pijn, en tenslotte nog op de vraag of we wel of niet naar de dokter zullen gaan.

Mogelijke belemmeringen voor lichamelijke genezing

Wat kunnen mogelijke oorzaken (belemmeringen) zijn waardoor een gelovige (nog) niet geneest? Er zou hierover heel veel te zeggen zijn. In elk geval is het van belang om onderscheid te maken tussen twee soorten belemmeringen. Enerzijds de belemmeringen, die wij nog niet begrijpen door gebrek aan inzicht in onszelf of in wetmatigheden die te maken hebben met bepaalde processen in de geestelijke wereld. Anderzijds de belemmeringen, die we bij eerlijk zelfonderzoek kunnen ontdekken, en waar we zelf wat aan kunnen doen. Daarbij zullen we nu eerst stilstaan. Ik beperk mij tot slechts 15 belemmeringen; er zijn er dus nog veel meer. Vooraf moet worden benadrukt, dat niemand zich bij het lezen van mogelijke oorzaken veroordeeld hoeft te voelen. Het gaat erom deze punten ter overdenking te gebruiken bij zelfonderzoek. En verder mogen/moeten we het aan God overgeven en aan Hem overlaten wat Hij in een concrete situatie wel of niet doet. Goddelijke genezing blijft voor ons mensen een bovennatuurlijk mysterie.

 

  • Gebrek aan kennis van het Woord van God. Daarin staat Wie God is en dat Hij ons liefheeft en ons wil genezen naar geest, ziel en lichaam. Door gebrek aan kennis van de Bijbel weet men niet, dat in beginsel de duivel achter de ziekte zit. Gewezen kan worden op Hand. 10:38 (“Jezus was weldoende en genezende allen, die door de duivel overweldigd waren”) en Luc. 13:16 (over de vrouw die door de satan 18 jaar gebonden was). Dit sluit onze verantwoordelijkheid uiteraard niet uit. Immers door eigen zonde of die van het voorgeslacht krijgt de duivel een opening in ons leven. Gebrek aan kennis van de Bijbel blijkt ook uit het niet toepassen van bijv. handoplegging (Marc. 16:18; Hebr. 6:2) en ziekenzalving (Jak. 5:14).

 

  • Gebrek aan het kennen van God Zelf, dus Wie Hij is, en wat Zijn karakter is. Het is mogelijk dat iemand God wantrouwt of denkt: “God vergeet mij”. Er is dan sprake van twijfel aan Gods karakter en trouw. Wij dúrven soms niet te geloven dat God Zich aan Zijn Woord houdt, en dat we dus genezing mogen verwachten. Maar Hij is betrouwbaar, ook al blijft genezing (nog) uit. En bedenk, en dat is heel belangrijk, dat God ons nog liever wil genezen dan wijzelf het willen. We komen hier later (zie ‘Gods bewogenheid over onze nood’) nog op terug.

 

  • Gebrek aan het tot ons laten doordringen van de waarheid en de heerlijkheid van het Woord van God, met al de beloften die God in Zijn Woord heeft gegeven. We mogen het Woord van God als een grote schat in ons opnemen. Het moet overdacht worden, het moet ons hart hebben, en het mag onze vreugde zijn (denk aan bijvoorbeeld Ps. 119:16 dat zegt: “In Uw inzettingen zal ik mij verlustigen, Uw Woord zal ik niet vergeten”). We mogen één worden met het Woord van God, net zoals Jezus het Levende Woord was. Uiteraard is kennis op zich heel belangrijk, maar uiteindelijk is niet doorslaggevend hoeveel je wéét van het Woord van God, maar hoeveel van het Woord van God ons deel, ons eigendom, is geworden. En dat kan alleen door de Heilige Geest, waarvoor we ons open mogen stellen, en Die het Woord van God levend in ons maakt.

 

  • Gebrek aan besef van de autoriteit van de naam van Jezus. Jezus heeft alle macht in hemel en op aarde (Matt. 28:19a). Hij is de grote Overwinnaar in de geestelijke wereld. Hij overwon elke macht van satan (Kol. 2:15), dus ook elke ziektemacht. We mogen dat gaan beseffen. Het gaat dus niet om het hanteren van de ene of andere magische formule, maar om het door de bevestiging van de Heilige Geest weten dat het waar is wat het Woord van God zegt. In vooral de bevrijdingsbediening is dat besef van zeer groot belang.

 

  • Gebrek aan toewijding aan God. We moeten ons steeds eerlijk afvragen: “Is 2 Kron. 16:9 op mij van toepassing?” In die tekst staat: “Want de ogen van de Heer gaan over de gehele aarde, om krachtig bij te staan hen, wier hart volkomen naar Hem uitgaat”. Gaat ons hart volkomen naar God uit? Bidden en soms vasten zijn daarom belangrijk. Maar vooral van belang is dat er een persoonlijke liefdesrelatie met de Vader en met Jezus is. Joh. 15:7 zegt: “Indien gij in Mij blijft en Mijn woorden in u blijven, vraagt wat gij maar wilt, en het zal u geworden”.

 

  • Kleingeloof, ongeloof, gebrek aan kinderlijk geloof. Het gaat hierbij om twijfel aan Gods almacht, men gelooft (nog) niet dat God kan genezen. De zintuigen en het verstand staan soms in de weg. Twijfel heeft soms ook te maken met verdeelde toewijding; men vertrouwt God een beetje, en men vertrouwt de eigen ratio en de dokteren een beetje (soms vertrouwen we zelfs meer op de dokter dan op God, en belijden we eerder de woorden van de dokter dan de woorden van God). Geloof is in vertrouwen zeker weten, zonder aanschouwen (Hebr. 11:1). Die zekerheid kan men nooit krijgen door beredenering, maar door zich open te stellen voor de Heilige Geest, die deze zekerheid in ons hart zal leggen. In dit verband kunnen de volgende twee teksten genoemd worden. “En Jezus zei tot hen: Een profeet is alleen in zijn vaderstad onder zijn verwanten en in zijn huis ongeëerd. En Hij kon daar geen enkele kracht doen; alleen genas Hij enige zieken door handoplegging. En Hij verwonderde Zich over hun ongeloof” (Marc. 6:6). En verder nog Matt. 17: 20: “Jezus zei tot Zijn discipelen toen zij een boze geest niet hadden kunnen uitdrijven: Vanwege uw kleingeloof. Want voorwaar, Ik zeg u, indien gij een geloof hebt als een mosterdzaad, zult gij tot deze berg zeggen: Verplaats u van hier daarheen en hij zal zich verplaatsen en niets zal u onmogelijk zijn”.

 

Er wordt wel eens gezegd, dat men nooit mag zeggen, dat iemand te weinig geloof heeft. Dit komt omdat het soms als verwijt en beschuldiging geuit werd of zo kan overkomen. En dat is uiteraard niet goed. Men kan dan beter iemand bemoedigen om zich naar méér geloof uit te strekken. Er wordt ook wel eens gezegd dat Jezus nooit zei dat iemand te weinig geloof had. Maar uit bovenstaande teksten blijkt dat die voorstelling van zaken onjuist is. Want waarom zou u uit liefde iemand er niet op mogen wijzen, dat er bepaalde zonden of gebreken kunnen zijn, die mogen / moeten worden aangepakt? Het kernpunt is uiteraard hoe u dat zegt, namelijk zonder verwijt. Want als u iemand in de waan laat dat er bij hem of haar niet iets fout is, dan zal die ander ook niet gestimuleerd worden om zichzelf te onderzoeken.

 

Belangrijk om op te merken is dat het niet per se alleen de zieke zelf is die geloof in genezing moet/mag hebben. Denk aan de genezing van het oor van Malchus door Jezus in Getsemané(Joh. 18:10). Het kan dus zo zijn datdegene die bidt, geloof voor genezing heeft of de autoriteit heeft om te genezen. Ook kan het geloof van anderen een rol spelen. Denk aan de vier vrienden van de verlamde man, die hun vriend door het dak lieten zakken, vlak voor de voeten van Jezus (Marc. 2).

 

De oproep van de Bijbel is: Laat Gods kracht tot genezing dus niet door ongeloof tegenhouden! Geloof Gods Woord! Neem het serieus. Het gaat niet om de kracht van ons geloof, maar om het voorwerp van ons geloof. Met andere woorden: het gaat dus niet om een groot geloof, maar om geloof in een groot God. Dus geloof niet in uw eigen geloof, maar geloof in Jezus Christus. Geloof is het uzelf toevertrouwen aan Hem en God de Vader.

 

Andere belemmeringen voor lichamelijke genezing

  • Gebrek aan volharding (uitgezonderd situaties als bij bijv. hoge ouderdom; zie verderop). Dit hangt vaak samen met gebrek aan geloof. Als je door de Heilige Geest ervaart, dat op Gods tijd de verhoring komt, dan kun je ontspannen verwachten en volharden, en zelfs bij voorbaat al danken (Marc. 11:24). Dus niet met krampachtigheid en in eigen kracht volharden, want dat werkt alleen maar frustratie uit. Vergelijk het met de situatie van een ketel water op het gas. Dan zeggen wij toch ook niet na enkele seconden: “Het water kookt nog niet, dus ik haal de ketel maar van het gas af”. Wij weten immers zeker, dat na enkele minuten het water zal gaan koken. We gaan ook niet stampvoetend bij de ketel staan om het koken te bespoedigen, want dat helpt echt niet. Het gas moet het doen (het water aan de kook brengen), de Heilige Geest moet het doen (de genezing bewerken). “Niet door kracht noch geweld, maar door Mijn Geest! zegt de Here der heerscharen” (Zach. 4:6).

 

Met betrekking tot het aspect volharding kunnen we denken aan de gelijkenis van Jezus in Luc. 18:1-8 “met het oog daarop, dat zij altijd moesten bidden en niet verslappen” (vs. 1). Een weduwe blijft met volharding aan de onrechtvaardige rechter vragen haar recht te verschaffen, en uiteindelijk zegt de rechter tegen zichzelf: “Ik zal, omdat deze weduwe het mij moeilijk maakt, haar recht verschaffen; anders komt zij mij ten slotte nog in het gezicht slaan” (vs. 5). En Jezus zegt dan: “Zal God dan Zijn uitverkorenen geen recht verschaffen, die dag en nacht tot Hem roepen, en laat Hij hen wachten? Ik zeg u, dat Hij hun spoedig recht zal verschaffen” (vs. 7 en 8a).

 

  • Vrees (kan ook een oorzaak van ziekte zijn), bijvoorbeeld vrees voor mensen, vrees in het verkeer. Vrees is geloof in onheil, mislukking. Vrees is dus verkeerd gericht, dus negatief geloof. Oorzaak is vaak het niet ten volle met ons hart kennen van God, die Liefde is. Immers liefde drijft de vrees uit. Liefde voor en vertrouwen in God gaan niet samen met vrees.

 

  • Vasthouden van de ziekte. Het kan zijn dat iemand de ziekte vasthoudt omdat het ergens goed uitkomt, bijvoorbeeld men krijgt aandacht, of men kan bepaalde problemen op het werk ontlopen, etc..

 

  • Verkeerde motieven. Waarom zoekt iemand genezing? Wil hij of zij het eigen leventje van genot leiden, of leven tot eer van God? Wij moeten bedenken, dat genezing geen doel op zichzelf is maar geplaatst moet worden in het geheel van Gods plan met ons leven. Als ons motief niet goed is zal God ons niet kunnen genezen, want als Hij dat bij onzuivere motieven van onze kant wel zou doen, dan zou Hij Zijn eigen wetten overtreden. Daarom moeten wij verkeerde of onzuivere motieven belijden, en leren onze motieven met de hulp van de Heilige Geest te zuiveren. Genezing dient tot verheerlijking van God te zijn.

 

  • Gebrek aan liefde en eenheid in de gemeente (zie 1 Kor. 11: 29 en 30: velen zijn zwak en ziekelijk). Dan is er ook geen eenparig gebed. Uit getuigenissen blijkt dat iemand pas genas nadat er in een gemeente onderlinge conflicten waren bijgelegd.

 

  • Men zegt: “Anderen zijn niet genezen, dus ik durf mij niet uit te strekken naar genezing”. Dat is geen steekhoudend argument, want dan zou je ook kunnen zeggen: “Ik bekeer me niet, want een ander doet het ook niet”. Daar hebben wij in principe niets mee te maken. Wat gaat het u aan? (Joh. 21: 22 en 23). Het gaat om ieders persoonlijke relatie met God.

 

  • Onbeleden zonden. Deze staan dan nog steeds tussen God en de mens in, waardoor God niet kan zegenen. Belijd daarom uw zonden aan God en evt. aan betrouwbare mensen. Dat lezen we bijv. in Jak. 5:16. Dan kan God genezend gaan ingrijpen. In deel 1 hebben we erop gewezen dat zonden zelf de oorzaak van een ziekte kunnen zijn.

 

  • Niet-vergevingsgezindheid. Het blokkeert de genezing. De Heilige Geest kan dan niet doorwerken naar onze geest, ziel en lichaam. God kan geen genade verlenen als we niet genadig zijn naar anderen toe (Matt. 6: 14 en 15). Want wat heeft God òns al niet vergeven? Door niet te willen vergeven wordt je uitgeleverd aan de folteraars. Denk aan het voorbeeld van de twee slaven in Matt. 18: 23 t/m 35. We kennen allemaal wel de verhalen over een genezing, die uitbleef, totdat de zieke iemand vergaf. Als we iemand vergeven, kan de Heer komen met Zijn reinigende en genezende werking.

 

  • Wrok, bitterheid. Wij hebben dit al gezien bij de oorzaken van ziekte. Bitterheid en wrok ontstaan vaak door niet goed om te gaan met teleurstelling. Dat kan leiden tot ergernis, boosheid, wrok en bitterheid. Altijd is dus de vraag: hoe reageren wij op verkeerde dingen? Verwijt een ander nooit, ook al is die ander schuldig. Breng en laat het onrecht, de teleurstelling bij de Heer, en Hij zal rechtvaardig oordelen.

 

Zorg ervoor dat u God nooit iets verwijt. Wees dus ook nooit boos of bitter op God. Dat is een zeer grote weerhouder van genezing (we komen er zo nog nader op terug). Als we wel boos of bitter op God zijn en Hem iets verwijten, dan moeten we leren inzien dat het volkomen ten onrechte is, en ons ervan bekeren en vragen om vergeving, en vragen om hulp van de Heilige Geest om ons ervan te verlossen. We mogen, we moeten God liefhebben. Dat is immers het eerste gebod. Dat weten wij allemaal, maar het gaat erom ons er steeds meer naar uit te strekken. De Heer wil ons er graag bij helpen. God heeft recht op onze liefde, net zoals wij recht hebben op Gods liefde.

 

Tot zover enkele geestelijke en psychische factoren die lichamelijke genezing kunnen weerhouden. Het opruimen van die belemmeringen kan worden gezien als een onderdeel van de levensheiliging, die hierna nog enkele keren wordt genoemd.

 

Wat is de ernstigste ziekte?

Wat bij nader inzien opvalt, is dat de hierboven genoemde weerhouders voor lichamelijke genezing liggen in ons innerlijk! Dat betekent geen veroordeling naar mensen toe, maar een constatering van iets waarover we de Heer mogen zoeken en waaraan we onder leiding van de Heilige Geest mogen werken om er los van te komen. Dus als we spreken over genezing, dan is het van belang te bedenken, dat we niet alleen mogen genezen naar het lichaam, maar vooral ook en eerst naar geest en ziel, dus de innerlijke mens.

 

De vraag die wij kunnen stellen, is: Wat is eigenlijk de ernstigste ziekte? Men zou kunnen zeggen dat de ernstigste ziekte, of anders gezegd: de kern van deze ziekte is: het niet verlangen naar God, Hem niet kennen zoals Hij werkelijk is, Hem niet volkomen toegewijd zijn en daardoor niet ten volle met Hem verbonden zijn. Dus wanneer we als het ware met de rug naar God toe leven. En juist daardoor is ons innerlijk, en ook ons lichaam ziek (geworden).

 

Zoals al eerder is gezegd, kunnen we vaststellen dat wij als mensen een gemis aan lichamelijke gezondheid meestal direct merken. Als we pijn hebben, of als we ons niet lekker voelen, dan roepen we graag om hulp naar de Heer, of gaan we naar een dokter. Merkwaardig is dat we het niet verlangen of te weinig verlangen naar God vaak niet of nauwelijks beseffen. Sommige mensen, zoals bijv. atheïsten denken zelfs dat ze God helemaal niet nodig hebben. We kunnen het duidelijk maken door het vergelijken met de situatie van een ziek kind, dat geen trek in eten heeft, dus niet naar eten verlangt. Als dat kind niet eet, gaat het uiteindelijk dood. Zo zijn heel veel mensen innerlijk ziek omdat ze niet naar God verlangen, en dat is een ziekte die uiteindelijk leidt tot de eeuwige dood. En van de realiteit en de ernst ervan heeft men vaak ook geen besef. Je zou dat gebrek aan besef kunnen vergelijken met het niet (meer) werken van een waarschuwingssignalering. Een voorbeeld. Door verlamming van bepaalde zenuwen heeft iemand op een bepaalde plek in het lichaam geen pijngevoel meer, en daardoor wordt die mens niet meer gewaarschuwd tegen gevaar, bijvoorbeeld een hete kachel. Als die persoon die kachel aanraakt, zal hij of zij niets voelen, maar de hand is wel verbrand. Denk aan bijv. lepra-patiënten. Zo worden veel mensen, mede door de dwaling van de alverzoeningsleer, in geestelijke zin niet meer gewaarschuwd voor het gevaar van de hel, en beseft men ook niet de noodzaak om door geloof in het bloed van Jezus verlost te worden.

 

Het niet verlangen naar God, het niet zoeken van God met heel ons hart is in wezen een ziekte van de geest! Als onze geest dáárvan geneest, volgt uiteindelijk de genezing van de ziel en het lichaam als het ware ‘vanzelf’, uiteraard op Gods tijd. Want de lichamelijke kwaal als zodanig is niet het wezenlijke probleem, ook al kan een ziekte een groot probleem voor de zieke zijn. De allergrootste genezing betreft de genezing van ons zondige, gebroken hart. En de genezing van dat hart, dat innerlijk, gaat beginnen als we ons (opnieuw) bekeren en ons laten reinigen door het bloed van Jezus en naar God en Zijn Woord gaan verlangen. We mogen stappen uit de gevangenis van zelfgerichtheid en stappen in de relatie met God waarin Hij het belangrijkst is. God wil ons daarbij helpen.

 

 

Gods bewogenheid over onze nood

Wij zullen nog even terugkomen op het motief om te genezen, maar nu wat dieper. Wat is ons motief om te genezen? Een mens wil uiteraard van zijn ziekte af en gezond worden (en dat wil God ook). Maar God wil vooral, dat wij genezen van elke zelfgerichtheid (dat is het alleen voor onszelf leven), en Hij wil dat wij willen genezen (naar zowel geest, ziel als lichaam), mede omdat GòdZèlfhuilt om ònze pijn en òns verdriet. Wij mogen leren te willen genezen om Gòdte verlossen van Zijn pijn en verdriet over ònze pijn en verdriet. Ons besef van Gods bewogen Vaderhart is heel belangrijk. Dat gaat heel diep. Het is een werk van de Heilige Geest om Gods bewogenheid over ònze nood tot ons te laten doordringen. We mogen bedenken dat Gòd zo graag wil dat wij genezen! Als we dàt gaan beseffen, dan werkt dat al genezend!

 

Als we dit op ons laten inwerken, dan kunnen we begrijpen waarom wrok en bitterheid naar God toe een van de grootste hindernissen voor genezing is! We kennen allemaal wel de neiging om God soms te verwijten met woorden als: “Waarom geneest U mij niet, waarom laat U dit toe?”, enz.. Maar hoe kunnen we bitter zijn tegenover God, die zó bewogen is met onze nood en ziekte? God wil immers niet dat wij ziek zijn (ook al kan Hij het soms nog laten voortduren voor een bepaald hoger doel. Denk aan bijv. Joni Eareckson Tada en Nick Vujicic). Hij kan het lijden op zich niet aanzien, want Hij houdt van ons. Hij is méér begaan met onze nood dan wijzelf dat (kunnen) zijn! Heb God daarom lief, in plaats van Hem soms te beschuldigen! Laat u genezen door Hem te kennen en Zijn liefde! Zoek dus bovenal de Geneesheer!

 

Het voorgaande kunnen we samenvatten in enkele hoofdpunten over genezing.

  1. God wil onze genezing naar geest, ziel en lichaam. De Bijbel is daar volstrekt duidelijk over. Hij wil voor ons het goede, welgevallige en volkomene (Rom. 12: 2b).
  2. God kán genezen. Hij is bij machte te doen wat Hij wil, maar heeft ervoor gekozen dat wij geloof hechten aan Zijn Woord, en ernaar handelen! Geloof en gehoorzaamheid zijn dus noodzakelijk. Genezing is een teken van de aanwezigheid en de kracht van Gods Koninkrijk. We moeten goddelijke genezing altijd goed onderscheiden van zgn. genezing door alternatieve genezers zoals magnetiseurs, mediums en ‘reiki-masters’ die werken met krachten vanuit het rijk van de duisternis. In deel 1 hebben we daarvoor al gewaarschuwd.
  3. Zonde staat Gods genezende kracht in de weg. Daarom moeten wij onze zonden belijden en om vergeving vragen, en ons ervan bekeren.
  4. Wij moeten, mogen God van harte zoeken. Het gaat vooral om het kennen van God Zelf.
  5. Wij moeten genezing niet opeisen, maar onszelf met al onze noden zoals ziekte aan God toevertrouwen, en werken aan een persoonlijke relatie met God en Jezus zodat we de stem van de Goede Herder kunnen verstaan.

 

Samenhang tussen vergeving van zonden en genezing

Wij zullen nu nader ingaan op de relatie tussen vergeving van zonden en genezing, en nagaan welke geestelijke opstelling (instelling) wij mogen hebben in geval wij onszelf onderzocht hebben en er nog steeds geen genezing doorbreekt.

Genezing van geest, ziel en lichaam gaat samen met de verlossing van zonde, die Jezus heeft gebracht. Jezus heeft immers zowel onze zonden als onze ziekten gedragen. Dat betekent niet, zoals sommigen wel denken, dat Jezus aan allerlei ziekten op het kruis geleden heeft. Nee, het betekent dat Hij door Zijn offer de zonde (die scheiding bracht tussen God en ons, en die de oorzaak werd van narigheid en ziekte) heeft weggenomen. Het verband tussen zonde en ziekte, en tussen vergeving van zonden en genezing zien we in diverse teksten, zoals:

  • Jes. 53:5: “Om onze overtredingen werd Hij doorboord, om onze ongerechtigheden verbrijzeld; de straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden” (zie ook 1 Petr. 2: 24b),
  • Jes. 33:24: “Geen inwoner zal zeggen: Ik ben ziek; het volk dat daar woont, zal vergeving van ongerechtigheid kennen”,
  • Ps. 103:3: “Die al uw ongerechtigheden vergeeft en al uw krankheden geneest”.
  • Marc. 2:17: “Zij, die gezond zijn, hebben geen geneesheer nodig, maar zij, die ziek zijn. Jezus is niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars”.

 

Jezus is onze Verlosser. Waarvan heeft Hij ons verlost? Afgezien nog van het feit, dat Jezus ons heeft verlost van de vloek der wet (Gal. 3:10-13) heeft Hij ons verlost van zondeschuld (a), en van daaruit van zondemachten (b), en van ziekte (c).

 

  1. Verlossing van zondeschuld. Iemand wordt verlost van zonden (Openb. 1:5), van zondeschuld, door belijdenis van zonden, door bekering en persoonlijk geloof in het verzoenend lijden en sterven van de Here Jezus Christus aan het kruis van Golgotha. Die verlossing van zondeschuld is de basisvoor herstel en genezing (zowel naar geest, ziel als lichaam) van de in zonde gevallen mens! Dit is heel belangrijk, omdat dan de zonde als oorzaak, de wortel van de innerlijke en lichamelijke ziekte kan worden weggenomen. De zonde is als de oorzaak namelijk erger dan de ziekte, die het gevolg ervan is.
  2. Verlossing van zondemachten. Dit vindt plaats door in afhankelijkheid, gehoorzaamheid en toewijding naar Gods wil te leven, zodat de Heilige Geest, die wij als gerechtvaardigde mensen hebben mogen ontvangen, steeds meer de ruimte in ons innerlijk krijgt. Dat is het proces van geestelijke groei en heiliging door de Heilige Geest.
  3. Verlossing van ziekte(machten). Zodra de oorzaak van de ziekte is weggenomen, kan in beginsel het ziekteproces tot staan worden gebracht, en kan ook genezing volgen. Als wij ons in gehoorzaamheid laten leiden door de Heilige Geest (de Geest van heiliging en genezing), en ons leven stap voor stap verder geheiligd wordt en meer vervuld wordt met de Heilige Geest, dan zal ook steeds meer de genezende kracht van God(s Koninkrijk) in ons innerlijk en ook in ons lichaam, dat een tempel van de Heilige Geest mag zijn, gaan doorwerken. En dan zal er vroeger of later genezing komen, zowel van bijvoorbeeld trauma’s als van lichamelijke ziekten. Immers genezing is een onderdeel van de totale verlossing! (Opmerkelijk is dat de begrippen verlossing, heiliging en genezing in sommigen talen hetzelfde grondwoord hebben, bijvoorbeeld in het Duits: Heil, Heiligung en Heilung)

 

De vraag kan worden gesteld: “Als die samenhang er nu is tussen vergeving en genezing, waarom geloven we vergeving gemakkelijker dan genezing?” Dat komt allereerst omdat vergeving niet door direct waarneembare feiten weersproken kan worden en genezing wel. Iemand heeft eens gezegd: “Als we zo zouden reageren op ziekte als we reageren op zonde, dan zou er minder ziekte zijn”. Als Jezus onze zonden gedragen heeft, dan heeft Hij ook de ziekte gedragen, want door verlossing van de zondeschuld heeft de duivel immers geen recht meer om ons aan te klagen en ziek te maken. Ziekte is dan in beginsel wetteloos, en mogen we het als een vijand bestrijden! En de tweede reden is, en dat is heel wezenlijk, dat genezing heiliging en toewijding vraagt. Vergeving is immers het begin van de relatie met God, genezing is (veelal) het eindresultaat van het proces van innerlijk herstel. Dat eindresultaat zullen we nog niet altijd ten volle in dit aardse leven ervaren, maar wel in de eeuwige heerlijkheid.

 

Welke houding in situatie van ziekte en pijn?

Soms blijft goddelijke genezing van het lichaam uit, ook al hebben we ons innerlijk zo goed mogelijk ‘onderzocht’, en kan men zich gaan afvragen waarom men nog steeds niet genezen is nadat er (weer) voor genezing gebeden is, en de zieke met olie is gezalfd.

Het kan zijn dat iemand nog niet voldoende inzicht heeft in zichzelf of in de eigen situatie, omdat iemand nog niet klaar is met het opruimen van de belemmeringen, die eerder zijn genoemd. Dat opruimen van bepaalde belemmeringen kan uiteraard enige tijd duren.

Het is ook mogelijk, dat er nog bepaalde bolwerken van denken of gebondenheid in een leven aanwezig zijn, die te maken hebben met zonden uit het voorgeslacht, zoals generatievloeken (bijv. bepaalde, veel voorkomende, ziekten in een geslacht). Het gaat daarbij om in het verleden ontstane patronen en bolwerken van ongerechtigheid (gebrokenheid in de schepping en in de maatschappij) die niet zomaar verwijderd kunnen worden. En uiteraard moeten we ook bedenken, dat wij steeds in geloof, liefde en volheid van de Heilige Geest mogen groeien door een intieme liefdevolle gemeenschap met God de Vader, en Zijn Zoon Jezus.

Ook kan er in een bepaalde plaatselijke gemeente nog onvoldoende liefde en bewogenheid zijn voor zieke medebroeders en -zusters, en/of is er nog sprake van bijvoorbeeld verdeeldheid en jaloezie, waardoor er gebrek aan gebed is om in geloof voor zieken te bidden. In dit verband kan worden gewezen op Jes. 58: 6 t/m 12. Ook kan het te maken hebben met tegenstand van de boze. We hebben immers nog niet altijd zicht op bepaalde processen in de geestelijke wereld.

 

Maar wat de oorzaak ook is, van het grootste belang is onze houding in situaties van ziekte en lijden. Daar gaan we hieronder nader op in. Omgaan met ziekte, en het verlangen en zoeken naar goddelijke genezing is altijd een geestelijke strijd. Twee kanttekeningen daarbij. Enerzijds mogen we genezing nooit van God afdwingen, en is dat ook niet nodig als we bedenken dat God ook onze totale genezing wil, dus zowel van ons innerlijk als van ons lichaam. Anderzijds mogen we tegenover de duivel weten dat we er recht op hebben. Jezus heeft immers alles volbracht. Doordat onze zonden zijn vergeven door het verzoenend offer van Jezus, heeft de duivel geen recht meer om ons ziek te houden.

 

  1. Als algemeen punt geldt uiteraard, dat het voor ons belangrijk is om in verbondenheid met de Heer te leven (zie Joh. 15 over de wijnstok en de ranken), en naar Hem te verlangen, want dan zullen we Zijn stem en Zijn aanwijzingen het best kunnen verstaan. Bekend is dat mensen zich tijdens hun ziekbed heel dichtbij God gevoeld hebben omdat ze Hem ook zochten. En God laat Zich dan vinden en zal Zijn troost en kracht geven. Uit getuigenissen is bekend, dat zo’n periode zelfs een van de mooiste tijden in een leven kan zijn, niet vanwege de ziekte, maar omdat God zo dichtbij was.

 

  1. Ook al zijn wij ziek, wij mogen steeds de rijkdom beseffen, dat wij een kind van God zijn door geloof in het offer van Jezus Christus. Wij hoeven ons niet minderwaardig of waardeloos te voelen omdat we door de ziekte niet kunnen werken of mensen niet kunnen helpen. We zijn waardevol, niet om wat we doen, maar om wie we zijn. Wij mogen geloven dat God als onze hemelse Vader van ons houdt, ook als wij ziek zijn. In geval van zonde moeten we dat uiteraard belijden en om vergeving vragen.

 

Wij moeten een ziekte niet alleen zien als een ramp of iets dergelijks, maar als iets dat ons kan uitdagen om God meer van harte te gaan zoeken, net zoals problemen iemand tot God kunnen doen roepen. We ervaren dan onze eigen onmacht in die situatie, en beseffen onze afhankelijkheid van God. In tijden van ziekte is het mogelijk om God meer te zoeken dan men anders gedaan zou hebben. En dat zoeken van God kan ertoe leiden dat er meer levensheiliging plaatsvindt. Een bekende Engelse prediker zei eens: “Ziekte is voor Gods heiligen vaak meer van nut geweest dan gezondheid”. Een ander zei het als volgt: “Soms word je niet genezen van je ziekte maar door je ziekte”. Daarmee bedoelde hij de genezing van innerlijke problemen. Het goed leren omgaan met ziekte en het onvolkomene kan ook karaktervormend werken. Bovendien kunnen we meer begrip gaan krijgen voor de nood van anderen. Zelfs kan God een ziekte of handicap (denk weer aan Joni en Nick) gebruiken voor het troosten en bemoedigen van andere mensen. Bovendien kan de wijze waarop iemand met ziekte omgaat tot verheerlijking van God zijn, omdat ermee wordt aangetoond dat een intieme relatie met God nog meer blijdschap en vrede kan geven dan de lichamelijke gezondheid als zodanig.

 

 

  1. Toch mogen wij steeds naar genezing blijven verlangen en ons actief ernaar uitstrekken. Wij moeten er wel voor oppassen, dat het vragen om genezing geen klagen wordt, bijvoorbeeld: “Waarom laat u dit toe?”, etc.. Beter is te zeggen: “Dank u Heer voor Wie U bent, dat U bij mij bent, dat U mijn situatie kent, en dat U mij niet zult vergeten en niet zult verlaten, en dat U mijn Geneesheer wilt zijn”. Daarin mag u rusten. Daarom is het belangrijk om ons ondanks de moeilijke situatie in Hem te kunnen verblijden in de wetenschap dat we uiteindelijk van alle kwaad, ellende, ziekte en pijn verlost zullen zijn, en eeuwige blijdschap zullen beleven. Denk bijvoorbeeld aan de tekst: “Verblijd u in de Heer te allen tijde” (Fil. 4:4) en “Een blijmoedig hart bevordert de genezing” (Spreuken 17:22). Uiteraard kan het een hele strijd zijn om deze teksten vast te houden en toe te passen. Een goede hartgesteldheid is de sleutel bij het zoeken naar genezing. Ook dankbaarheid en aanbidding bevorderen de genezing.

 

  1. Bij ziekte mogen we steeds geloven dat genezing door de kracht van de Heilige Geest mogelijk is. Dat mag op een ontspannen wijze in overgave aan de Heer gebeuren, in de wetenschap dat God alles in handen heeft. We hoeven niet passief te berusten in een situatie. We mogen dus in het geloof blijven volharden. Volharding laat zien dat we God serieus nemen. Verwacht veel van God! Hoofdzaak is echter de vrede met God, het je geborgen weten in God. Het is de vrede Gods, de vrede met God, die alle verstand, en alle angst en pijn te boven gaat. Zoek vooral de Geneesheer, en niet zozeer de genezing. Het kennen van God(s wezen) is ware innerlijke genezing. Genezing ontstaat door te leven in de tegenwoordigheid van God. We mogen ons afvragen: Wat legt God op ons hart, en waarvoor hebben we een overtuiging om vrijmoedig voor te bidden? We mogen er dan op vertrouwen dat God al bezig is ons gebed om genezing te verhoren, ook al zien we nog niet altijd direct resultaat.

 

  1. Het kan het zijn dat een zieke terneergeslagen is door een uitspraak van een dokter. Belangrijk is het om een klimaat van geloof te zoeken, ofwel door persoonlijk gebed of door gebed in de eigen gemeente of door het bezoeken van een speciale samenkomst van een bedienaar in de gaven van genezingen. Jezus stuurde in bepaalde situaties ongelovigen weg (bijvoorbeeld Matt. 9:23-26). En Hij zei tegen de blinde man uit Betsaïda, dat hij zelfs het dorp niet in moest gaan (Marc. 8: 22-26), want dan zou hij zijn genezing door het ongeloof aldaar kunnen verliezen. Praat niet met ongelovigen over geloofsgenezing, ook niet met uw (wat betreft geloofsgenezing) ongelovige familie (ook al gaan ze naar de kerk). Dat is zeer ondermijnend voor het geloof.

 

  1. Wees ook dankbaar (en dus niet boos of wanhopig) als genezing nog uitblijft. Wij kunnen beter God zoeken met ons hele hart en Hem vinden (en dus innerlijk genezen worden, maar nog niet lichamelijk genezen zijn/worden), dan wel lichamelijk genezen zijn en Hem niet gevonden hebben. Gods tegenwoordigheid is belangrijker dan de genezing zelf. De ware genezing is de bekering en heiliging, en een verlangen naar en liefhebben van God. Genezing op aarde is immers altijd tijdelijk, omdat we allen eens zullen sterven door een of ander lichamelijk gebrek, maar Gods liefde duurt tot in eeuwigheid. Overigens wordt hiermee niet gezegd, dat lichamelijke genezing niet belangrijk zou zijn.

 

  1. Bedacht moet worden, dat genezing op zich geen doel op zich behoort te zijn. De vraag is ook waarom iemand wil genezen, en wat hij of zij met zijn genezing gaat doen? Wil iemand voor zichzelf leven of (het Koninkrijk van) God dienen? Laat Gods wil en Zijn Koninkrijk onze eerste prioriteit zijn.

 

  1. Als er daadwerkelijk genezing plaatsvindt, wees dan dankbaar. Geef God de eer! Getuig ervan! Blijf uzelf aan Hem toewijden. Door gebrek aan dankbaarheid en toewijding, en door te verkeren in een omgeving van ongeloof, zouden we de ontvangen genezing weer kunnen kwijtraken.

 

  1. Overigens moet bedacht worden, dat niet iedereen geneest. Denk aan hoogbejaarden. Voor hen kan het soms beter zijn om niet voor genezing te bidden, maar te bidden om innerlijke vrede en om vertroosting en kracht om geliefden en het aardse leven los te kunnen laten.

 

Belangrijk is het volgende om te bedenken: a. God kent de situatie (dat is op zich al vertroostend en rustgevend); en niets (dus ook ziekte niet) loopt Hem uit de hand, en kan ons scheiden van Zijn liefde; b. Hij wil ons naar geest, ziel en lichaam genezen, want Hij houdt van ons en is bewogen met onze nood; c. Hij weet de oplossing, Hij heeft de situatie in handen, en heeft de macht om op Zijn tijd in te grijpen.

 

We hebben gesproken over onze houding in ziekte, die een gevolg kan zijn van zonde of van de gebrokenheid van de schepping. We moeten dit niet verwarren met lijden door vervolging vanwege het feit dat iemand Jezus volgt. Als we zonde belijden kunnen we van ziekte genezen, maar we kunnen niet aan vervolging ontkomen, want ieder die Godvruchtig wil leven, zal vervolgd worden (2 Tim. 3:12).

 

 

Wel of niet naar een dokter gaan?

Een hele praktische vraag, waar ieder wel eens mee te maken heeft of krijgt, is: mag je wel of niet naar een dokter gaan en wel of niet medicijnen gebruiken? Wat kan men op grond van de Bijbel daarover zeggen?

 

De Bijbel verbiedt het niet om naar een dokter te gaan voor een diagnose of voor een bepaalde behandeling, bijvoorbeeld het zetten van een gebroken been, het trekken van een kies of het laten uitvoeren van een bepaalde operatie. Denk ook aan het gebruik van bijvoorbeeld een bril. Immers dokters en medicijnen mag men zien als een middel in Gods hand, en men mag bidden dat God de medische behandelwijze, al of niet met gebruik van medicijnen, zegent. Bedenk dat Lucas arts was en dat daarover in de Bijbel geen kwaad woord wordt gezegd. Uiteraard zijn occulte, alternatieve geneeswijzen zoals magnetisme, acupunctuur, iriscopie, of reiki voor christenen absoluut niet acceptabel, want die gaan niet uit van een bijbelse visie op de werkelijkheid, en werken met krachten vanuit het rijk der duisternis. Daarom moet met grote nadruk tegen occulte geneeswijzen worden gewaarschuwd, ook al treedt wel schijnbaar genezing op, maar geestelijk komt men daardoor (nog verder) in de duisternis.

 

Ook al mogen we bij het zoeken naar genezing de natuurlijke weg bewandelen, we moeten er wèl voor oppassen, dat we niet méér vertrouwen stellen op de dokter, die veelal alleen het lichaam ziet, dan op de Heer, die de gehele mens ziet. Immers we leven in een geseculariseerde wereld, waar men het aardse leven en het lichamelijke en de natuurlijke geneeswijzen vaak overaccentueert. Ook al kan de medische wetenschap (met de medicijnen) in zekere zin een zegen voor de mens zijn (en dat ondanks de vele medische missers), het gevaar bestaat dat we in de verleiding kunnen komen om te denken dat we God niet meer nodig hebben, en we daardoor meer onafhankelijk worden van God en van wat Hij op bovennatuurlijke wijze wil doen, en waarvoor Hij geloof van ons vraagt. In dit verband kan worden gewezen op het verhaal van koning Asa in 2 Kron. 16:12 waar staat: “In het negenendertigste jaar van zijn regering werd Asa ziek aan zijn voeten en zijn ziekte werd hoogst ernstig. Doch zelfs in zijn ziekte zocht Asa geen hulp bij de Here, maar bij de heelmeesters”. Hieruit blijkt een afkeuring van het gedrag van Asa.

 

In verband met de vraag of en wanneer je wel of niet naar een dokter zal gaan zijn aan de hand van enkele vragen de verschillen qua gevolgen tussen de keuze voor het gebruik van geneesmiddelen of doctoren enerzijds, en het volgen van de weg van het geloof anderzijds in het onderstaande schema naast elkaar gezet. Het geeft uiteraard alleen accentverschillen aan en het kan helpen bij het overdenken van de genoemde vraag. Met het schema wordt niet bedoeld te zeggen, dat men òf het een òf het ander moet kiezen, want soms kan er sprake zijn van een combinatie van de twee wegen, bijvoorbeeld bidden om wijsheid voor de dokters, die behandelen. We moeten er aan de ene kant voor oppassen om niet te snel naar een dokter te gaan zonder eraan te denken om te bidden voor een ingrijpen van de Heer, of aan de andere kant ervoor oppassen dat we helemaal niet naar een dokter gaan en wij met schijnvrome argumenten een geloofsgenezing van de Heer willen ‘afdwingen’. Het belangrijkste is dat we per situatie alles aan de Heer voorleggen en het met Hem in gebed bespreken. En dus is het van belang dat we leren luisteren naar Gods stem, vooral in situaties waarbij iemand voor de beslissing staat al of niet een zware operatie te laten uitvoeren, bijvoorbeeld het weghalen van een kwaadaardig gezwel, of voor de vraag of wel of niet bestraling of chemotherapie moet plaatsvinden. Of durft men, ziende op Jezus, in geloof een wonder te verwachten? Het gaat dan om zeer grote dilemma’s waarmee men dan geconfronteerd wordt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Schema: Verschillen tussen de natuurlijke weg en de geloofsweg

 

 

 

Natuurlijke weg

Geloofsweg

 

 

 

1. Welke gerichtheid?

Aandacht vooral gericht op lichaam

Aandacht vooral gericht op God en Jezus

2. Welke middelen worden gebruikt?

Het gaat om middelen (bijv. medicijnen) uit de stoffelijke wereld. Op zich uiteraard niet verkeerd, want de Bijbel noemt ook olie en wijn

(Luc. 10:34; 1 Tim. 5:23)

Het gaat om genezing door bovennatuurlijke, goddelijke kracht. Bedenk: God gaf niet alleen geneesmiddelen, maar Zijn Zoon!

(Men zou kunnen zeggen: Jezus is niet alleen Geneesheer, maar ook het beste ‘Geneesmiddel’)

3. Leer je God kennen?

Het richt de mens niet op God, en men leert God niet kennen

Men leert God wèl beter kennen

4. Vraagt het geloof in God?

Vraagt geen geloof in God; iedereen, dus gelovig of niet, kan die weg gaan

Vraagt geloof, vertrouwen, besef van afhankelijkheid aan God, toewijding en volharding (niet fanatiek, maar serieus blijven nemen van Gods beloften)

5. Vraagt het levensheiliging?

Vraagt geen levens-

heiliging, hooguit een ander levenspatroon, bijv. meer bewegen en stoppen met roken

Vraagt wel levensheiliging door belijden en nalaten van zonden

6. Welke genezing vindt er plaats?

Veelal alleen genezing van het lichaam (maar ook voor de psyché zijn er medicijnen)

Genezing van zowel geest, ziel als lichaam. “Als God geneest, gebeurt er meer”

7. Wie krijgt de eer?

De dokter krijgt de eer

God en Jezus krijgen alle eer

 

Enkele opmerkingen

Bij het denken over goddelijke genezing komen we altijd in een bepaald spanningsveld. Aan de ene kant is er de oproep om te geloven in het voor òns onmogelijke, maar wat de Heer wèl kan doen, en wat bevestigd wordt door wonderbaarlijke genezingen. Aan de andere kant zien we voorbeelden (ook in de Bijbel, zie o.a. 2 Tim. 4:20) waarbij mensen niet of nog niet genezen zijn.

 

We kunnen twee fouten maken. De ene fout is om met een totaal verkeerde visie op Gods Woord en Zijn bedoeling met ons als Zijn kinderen het geloof in goddelijke genezing volledig af te schrijven, en in de ziekte te berusten. De andere fout is heel krampachtig, dwangmatig en fanatiek te geloven (vaak in eigen kracht) in genezing, of de genezing te claimen als iets waar je recht op hebt. Dat leidt altijd tot teleurstelling en frustratie. Het kan zelfs gebeuren dat sommige ernstig zieke patiënten weigeren na te denken over hun begrafenis, omdat dit een teken van ongeloof zou zijn, waardoor hun genezing onbereikbaar zou worden. Dit tot verdriet en boosheid van de nabestaanden omdat zij wellicht daardoor niet of onvoldoende afscheid van hun geliefde hebben kunnen nemen. Ook moet men niet zoeken naar een snelle en gemakkelijke uitweg uit de problemen. Men wil dan de soms pijnlijke weg van heiliging door de Heilige Geest uit de weg gaan. Aan wonderbaarlijke genezingen gaat soms een lange geloofsstrijd vooraf, waarbij iemand leert de onderste weg te gaan, waarbij familierelaties moeten worden hersteld, etc..

 

Het gaat erom om in relatie met God en onder leiding van de Heilige Geest te zoeken naar Gods wil voor ons leven, en dat op Gods tijd. Daarbij moet het zoeken van Gods aanwezigheid belangrijker zijn dan het zoeken van de genezing zelf. Juist als wij ons volkomen afhankelijk van God opstellen en Hem (leren) vertrouwen, dan zullen we ervaren, dat Hij ons draagt en Zijn kracht door ons heen gaat stromen.

 

Er is heel veel aan de orde gekomen. Wij kunnen het met ons verstand niet zomaar bevatten. Het gaat bovendien om een complex en gevoelig, maar ook mooi onderwerp. Maar we mogen vragen of de Heilige Geest de na-prediker wil zijn, zodat het stukje bij beetje in ons hart kan doordringen. We mogen bedenken dat onze hemelse Vader zoveel van ons houdt, dat Hij ons wil genezen naar zowel geest, ziel als lichaam. Het is een grote rijkdom om dat te weten. Wij mogen, net zoals Jezus deed, laten zien Wie onze God is, Die zegt: “Want Ik weet, welke gedachten Ik over u koester, gedachten van vrede en niet van onheil, om u een hoopvolle toekomst te geven. Dan zult gij Mij aanroepen en heengaan en tot Mij bidden, en Ik zal naar u horen; dan zult gij Mij zoeken en vinden, wanneer gij naar Mij vraagt met uw ganse hart. Dan zal Ik Mij door u laten vinden en in uw lot een keer brengen” (Jer. 29: 11 t/m 14a). En heel bemoedigend is wat Paulus in Rom. 8:32 schrijft: “Hoe zal Hij, die zelfs Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, ons met Hem ook niet alle dingen schenken?”

 

© Drs Piet Guyt

link naar deel 3

 

In het volgende nummer van Promise hopen wij aandacht te besteden aan het bidden voor genezing van zieken.

 

 


Share:Del.icio.us!Facebook!Google!Live!Yahoo!

Categorie: Algemeen